Belgisch hondenweer laat de meeste veldrijders koud

In het West-Vlaamse Ruddervoorde schreef de Belg Sven Nijs zaterdag de eerste van elf Superprestige-veldritten op zijn naam. Veldrijders bonden de strijd aan met elkaar, met modder, slagregens en storm.

Geen veldrijder kijkt vreemd op als verslaggevers de kleine kleedkamer van de plaatselijke voetbalclub binnenstappen. Een paar renners spoelen onder de douche in het `kot' van twee bij drie meter de moddermaskers van hun gezicht. Kortstondig douchen a.u.b., verzoekt een bordje aan de muur, Anderen na u hebben ook graag warm water.

Poedelnaakt laat Richard Groenendaal zich ondervragen. De Nederlandse veldrijder wrijft met een handdoek zijn haren droog en vertelt over zijn opmars van de een na laatste plaats vlak na de start, gevolg van een gebroken ketting, naar de tweede plaats op het podium. “Van opgeven wilde ik niet weten', zegt hij in de radiomicrofoon, terwijl op de achtergrond het douchewater klettert. “Ik was hier toch, dus kon ik de wedstrijd net zo goed uitrijden. En beter hard dan langzaam; met dit weer op je gemak rijden is niet bevorderlijk voor je conditie.'

Nat en winderig is slechts een eufemistische beschrijving van de weersomstandigheden waaronder in Ruddervoorde, een dorp ten zuiden van Brugge, de eerste Superprestige cyclocross van start ging. In het vlakke Vlaamse land zwol in de loop van de middag een buienrijke zuidwesterstorm aan die hoge bomen diep deed buigen. Laarzen zogen zich vast in de modder op en om het parcours, met paraplu's werden als het ware gevechten op leven en dood geleverd. “Het wordt hier hard labeur', voorspelde de speaker over de wedstrijd van een uur en een ronde, terwijl de renners zich vlak voor de start op de enige strook asfalt op het parcours in de stromende regen warm reden.

Voor het publiek waren er tenten om te schuilen. Een feesttent voor de gewone man, waar de renners doorheen reden en waar Jupiler pils en Hasseltse koffie honderden kelen smeerden, en een voor de vips.

De belendende varkenshouderij, met op de hoek voetbalkantine 't Zwientje, verspreidde een onaangename geur. Een plaatselijk bedrijf maakte reclame voor de `verhuur van sanitaire wagen, uitkuisen van regenputten en ontstoppingen'. De schoonmaakbranche heeft een hechte band met het veldrijden, een sport die gelijk staat aan smerigheid. Logisch dat Karcher, een bedrijf dat hogedrukreinigers fabriceert, hoofdsponsor is van de Superprestige.

Wie vooraf gokte dat de Adri van der Poel of Groenendaal de zoveelste zege zou behalen, kreeg ongelijk. Op grond van de resultaten in de afgelopen seizoenen was de verwachting gerechtvaardigd dat een van de twee Nederlanders ook in Ruddervoorde weer de beste zou zijn. Vaak was het voor de twee renners van Rabobank een kwestie van stuivertje wisselen, maar zaterdag maakte een 22-jarige Belg duidelijk dat een veldrijder is opgestaan die de hegemonie van de `Hollanders' kan doorbreken. Sven Nijs, onlangs ingelijfd door Rabobank nam meteen de leiding en zou die comfortabele positie niet meer afstaan. Sinds zaterdag weet de Belg die van BMX-fietscrosser uitgroeide tot wereldkampioen veldrijden bij de beloften, dat hij ook in slecht weer de beste kan zijn. “Mijn doel voor dit seizoen was een Superprestige winnen. Ik moet mijn doel nu verleggen.'

Van der Poel was tevreden met de vierde plek, achter wereldkampioen Mario de Clercq. “Ik heb vorige week drie dagen met griep in bed gelegen', zei Van der Poel terwijl hij zijn doorweekte en met modder besmeurde kleren in een plastic tas stopte. “Woensdag was ik koortsvrij en kon ik weer rijden. Ik heb toen een uur getraind. Dan is een vierde plaats zo slecht nog niet.'

Voor wie net uit het ziekbed is gestapt, leken de weersomstandigheden in Vlaanderen verre van ideaal.

“Ach, het is met dit weer niks zwaarder dan tijdens wedstrijden waarbij de zon schijnt. Voor de organisatie en het publiek heb ik liever dat het mooi weer is, voor mij maakt het niks uit.' Alsof het niet stortregende en er geen rukwinden over het parcours bliezen, zei Van der Poel: “Je merkt er toch niks van.'

Terwijl Groenendaal een oude wond op zijn linkerbeen met Betadine insmeerde en een verband aanbracht, bagatelliseerde hij net als zijn ploeggenoot de invloed van het hondenweer. “Het weer is er en daar verander je niks aan. Je bent topsporter en moet de omstandigheden nemen zoals ze zijn. Het hoort erbij. Juist wisselende weersomstandigheden maken de sport zo mooi.' Een collega die z'n fietsschoen in een wasbak met water vult knikte instemmend.