Basken blijven verdeeld over zelfbeschikking

De gisteren gehouden verkiezingen voor het regioparlement in Baskenland hebben de stemverhoudingen tussen nationalistische en niet-nationalistische partijen niet fundamenteel veranderd. Uit een verschuiving in de zetelverdeling tussen partijen blijkt wel dat voor- en tegenstanders van onafhankelijkheid iets scherper tegenover elkaar zijn komen te staan.

De verkiezingen, voor de eerste maal zonder de dreiging van het terreurgeweld van de Baskische afscheidingsbeweging ETA, resulteerden in een sterke winst voor de conservatieve partij van premier Aznar, die tegen een onafhankelijk Baskenland is. De Partido Popular van Aznar wordt de tweede partij in Baskenland met 16 zetels (was 11). De partijcombinatie waartoe de radicaal-nationalistische aanhang van de Baskische afscheidingsbeweging ETA behoort ging van 11 naar 14 zetels en deelt met de socialistische partij de plaats van de derde partij in de regio.

Nadat de ETA vijf weken geleden een voorlopige wapenstilstand had afgekondigd, kreeg de verkiezingsstrijd sterk het karakter van een referendum over het al dan niet vormen van een aparte Baskische staat. De “gematigd' nationalistische Baskische partij PNV sloot, samen met een aantal andere partijen, een akkoord met de ETA-aanhang om te streven naar een onafhankelijke groot-Baskische staat.

Met uitzondering van de ETA-aanhang zelf verloren alle partijen die dit zogenoemde `Akkoord van Estella' hebben ondertekend. De PNV verloor een zetel maar blijft de grootste partij in Baskenland met 21 van de 75 parlementszetels.

De scheidende regio-president Ardanza van de PNV noemde de uitslag gisternacht een bevestiging van de wil tot vrede die onder de Basken leeft. Volgens Ardanza is de winst van Euskal Herritarrok (EH), die de politieke arm van de ETA vertegenwoordigt, een aanwijzing dat ook zij die sympathiseren met het radicale nationalisme het gebruik van geweld van de hand wijzen. PNV-partijleider Xavier Arzalluz daarentegen viel gisteren fel uit naar de niet-nationalistische partijen, die hij beschuldigde van het zaaien van angst voor het Baskische nationalisme.

“We gaan ons inspannen om de wonden te helen die zijn veroorzaakt door een campagne gebaseerd op angst', aldus de nationalistische leider.

De Partido Popular vierde gisteren in een euforische stemming zijn verkiezingsoverwinning. In een eerste reactie bracht lijsttrekker Carlos Iturgaiz evenwel de moeilijke momenten in herinnering als gevolg van de aanhoudende moordaanslagen van de ETA op raadsleden van zijn partij. “Met deze uitslag zijn hun offers niet voor niets geweest', aldus Iturgaiz. De lijsttrekker onderstreepte de pluriformiteit van de Baskische regio die door de uitslag andermaal bevestigd wordt en tegengesteld is aan de neiging van de nationalisten om de regiopolitiek “te monopoliseren'.

Hoewel de nationalistische partijen met 41 van de 75 zetels een meerderheid in het regio-parlement hebben, zal de vorming van een nieuwe regioregering niet eenvoudig zijn, zo luiden vanochtend de meeste analyses van de situatie. EH, de partij van de ETA, liet de afgelopen weken expliciet weten niet beschikbaar te zijn voor het vormen van een kabinet.