Ach, zijn haren, heeft Shemsi geen mooi haar?

Een sluipschutter doodde zaterdag in Kosovo een Albanees jongetje. Een kleine troost voor zijn ouders: de internationale gemeenschap kwam het gisteren verifieren.

Een oude man duikt in het graf dat hij zojuist heeft gegraven wanneer het eerste mitrailleursalvo klinkt. Het vuur komt uit de richting van Poterk, waar zich Servische troepen en tanks bevinden. Andere mannen rennen weg, krimpen ineen of werpen zich op de grond.

Het is al de tweede keer dat schoten klinken rond deze mistige heuveltop in Kosovo. De begrafenis van de elfjarige Shemsi Elshani uit Krajkovo wordt daarom een nerveuze bedoening. De verwanten laten Shemsi's lichaam snel in het graf zakken, leggen er planken over, scheppen er aarde op en krabbelen zijn naam op een stuk hout. Het duurt niet veel langer dan vijf minuten. Als de dorpelingen de heuvel aflopen, klinken opnieuw schoten.

Met zoveel journalisten en waarnemers ter plekke op deze zondagmiddag lijkt het voor de Serviers erg onlogisch om deze Albanese rouwstoet te beschieten. Het kan ook een provocatie van het Kosovo Bevrijdingsleger UCK betreffen. Maar achter de dood van Shemsi schuilt uberhaupt weinig logica, of het moet die van het Oude Testament zijn. Donderdagmiddag sterft, vlakbij, de negentienjarige Servische soldaat Dragisa Stojcevic bij een aanval op een legerkonvooi. Zaterdagmiddag sterft Shemsi Elshani terwijl hij hout sprokkelt. De stand is weer gelijk in deze sector van slagveld Kosovo.

Zaterdag rond twee uur horen we voor het eerst over Shemsi, als we met de UCK-commandant Shaban Shala praten. “Ze hebben een jongetje doodgeschoten', roept een man vanuit een passerende auto. “Om twaalf uur, in Krajkovo.'

Krajkovo ligt niet ver van de weg van Pristina naar Pec, de `ruggengraat' van Kosovo. De Servische ordetroepen willen die weg tot elke prijs open houden, het UCK is hier zeer actief.

Na een bloedige aanslag op een politiepost zijn maandag 22 Servische tanks langs dit deel van de weg geposteerd. Volgens de Albanezen staan er vier tanks bij Krajkovo.

De vrouwen van Krajkovo zitten in een halve kring te huilen rond het lijkje van Shemsi. Het is in een laken gewikkeld. “U moet sterk zijn. Uw zoon stierf als een held hij werd gedood terwijl hij voor zijn familie zorgde', zegt UCK-commandant Shala. Het klinkt wat houterig.

“Wees sterk, niet huilen', herhaalt moeder Hashine tegen de andere vrouwen. Dan wordt een dood blond jongetje uit het laken gerold. “Ach, zijn haren, heeft Shemsi geen mooi haar? Ik had net nieuwe kleren voor hem gekocht', zegt Hashine. Ze streelt zijn gezicht en begint weer te jammeren.

Shemsi's lichaam is nog een beetje warm. Het achterhoofd is bebloed. Er glinstert iets metaligs in zijn slaap. Rechtsboven in zijn rug gaapt een gat zo groot als een tennisbal. In het kruis van zijn spijkerbroek zit een vlek urine en er ligt braaksel op zijn trui. Shemsi was niet meteen dood.

Vader Rashit Elshani zegt dat hij rond tien over twaalf met zijn achttienjarige neef Zymer Buzaku aan het houthakken was aan de rand van het bos, in het zicht van de Servische linie. Shemsi sprokkelde verderop takken. Rashit: “Ik hoorde twee salvo's, het klonk als die machinegeweren. Ik liet me op de grond vallen en kroop het bos in. Ik wist dat Zymer gewond was, maar dacht dat Shemsi was weggerend. Toen hij niet thuis was, had ik door dat hij dood was.'

Een half uur later vonden Rashit en zijn buren Shemsi dood in het bos. Zymer was zwaar gewond: twee kogels in zijn schouders een vleeswond in zijn hoofd. “Mijn vrouw had een slecht voorgevoel vanochtend', zegt Rashit.

“Ik stuurde Shemsi naar huis, maar hij was ongehoorzaam en kwam terug. God moet hebben gewild dat hij stierf.'

Zaterdagmiddag melden we de dood van Shemsi bij de Amerikaanse sectie van de KDOM, de Kosovo Diplomatic Observer Mission. Diplomaat Norman Olsen belooft de volgende ochtend te komen kijken in Krajkovo. Olsen en zijn collega's observeren al enkele maanden het strijdtoneel in Kosovo. Zij gelden nu als de voorhoede van de 2.000 `verificateurs' van de OVSE, die moeten toezien op de uitvoering van het akkoord tussen de Joegoslavische president Milosevic en de Amerikaanse gezant Holbrooke dat onder andere voorziet in de terugtrekking van Servische legereenheden en speciale politie uit Kosovo. Van terugtrekking is deze week niets gekomen, zeker niet rond Krajkovo.

Zondagochtend rolt het mediacircus Krajkovo binnen. Cameraploeg na cameraploeg neemt het lijkje van Shemsi in de lens. UCK-strijders in burger controleren papieren en vertellen bizarre verhalen over recente massamoorden. Shemsi's graf ligt precies in het schootsveld van de Serviers; hij kan kennelijk nergens anders worden begraven. Rond half twaalf arriveren de eerste waarnemers. Eurodiplomaten in witte gepantserde jeeps en drie Finse forensische experts. De Finnen gaan met twaalf collega's permanent lijken onderzoeken in Kosovo, zo is de bedoeling. Maar een autopsie zit er vandaag nog niet in, verifieren is niet aan de orde en uitspraken blijven achterwege, zo blijkt. “Wij voelden dat we onze condoleances moesten brengen', zegt de Brit Jan Kinkert. Dus wordt Shemsi opnieuw uit zijn laken gerold en schudden de Eurodiplomaten vele Albanese handen voordat ze hun geplande zondagse excursie langs de graven van Kosovo voortzetten.

Even later volgt de Amerikaan Norman Olsen van KDOM. Hij neemt namen en gegevens op, maar een bezoek aan de begrafenis blijkt niet binnen zijn mandaat te vallen. Na een telefoontje naar zijn baas blijft Olsen achter in het dal. Te gevaarlijk. “Heeft u geen andere plaats om de jongen te begraven?' probeert hij. “Ik kan deze mensen niet de heuvel op sturen. Onze aanwezigheid is geen enkele garantie dat er niet geschoten gaat worden. Elke diplomaat die u iets anders vertelt, weet niet wat hij zegt.' Toch troost Olsen vader Rashit even later met de gedachte dat “wij zoveel mogelijk mensen naar Kosovo halen, zodat dit soort dingen niet meer gebeuren.'

Als de rouwstoet van Shemsi weer onder vuur komt, tellen de waarnemers in het dal de schoten. Het zijn er een stuk of acht.