Theologen laken sluiting faculteit

De dreigende opheffing van de Leidse theologische faculteit stuit op heftige weerstand. De kwaliteit en lange traditie rechtvaardigt het voortbestaan, zo menen betrokkenen.

Minister Hermans (Onderwijs) mag de beslissing over het voortbestaan van de Leidse theologische faculteit en predikantenopleiding niet aan de kerken overlaten, maar moet daar zelf verantwoordelijkheid voor nemen. Doet hij dat niet, dan bestaat het gevaar dat de hoge kwaliteit van het theologie-onderwijs ondergeschikt wordt gemaakt aan kerk-politieke overwegingen.

Dat zegt prof. dr. H.J. Adriaanse, de decaan van de Leidse faculteit der godgeleerdheid, in een reactie op het voorgenomen kerkelijke besluit om de universitaire predikantenopleidingen in Leiden en Kampen en bij de Vrije Universiteit in Amsterdam op te heffen. Van de zes opleidingsplaatsen zouden er slechts twee (Groningen en Utrecht) blijven bestaan en zou er in plaats van Kampen en Amsterdam (VU) een nieuwe, niet-universitaire predikantenopleiding in Amsterdam worden gesticht. Leiden lijkt zich met alle middelen tegen de voorgenomen opheffing te verzetten. Zelfs zijn er theologie-studenten die op persoonlijke titel een beroep op de koningin hebben gedaan om de opheffing te voorkomen.

Volgens de Leidse hoogleraar dr. H.J. de Jonge heeft “Leiden de strijd om het voortbestaan van de predikantsopleiding nog lang niet opgegeven en legt zij haar hoofd niet zonder meer op het hakblok'. Volgens De Jonge heeft de dreigende opheffing ook in het buitenland tot grote verontwaardiging geleid. Vooral omdat de Leidse theologische faculteit in landelijke onderzoeken bij herhaling als een der beste, zo niet de beste theologische opleiding naar voren kwam.

De voorgestelde sluiting van de hervormde predikantenopleiding leidt tot kapitaalvernietiging, schrijven twaalf Leidse kerkelijke hoogleraren en docenten in een open brief.

Ze vinden dat de kwaliteit van de opleiding het zwaarst moet wegen en bepleiten de handhaving van Leiden als de “moeder van alle theologische faculteiten'.

Volgens een comite van 125 hervormde predikanten die in Leiden gestudeerd hebben is de keuze waarbij Leiden afvalt, vooral ingegeven door kerkpolitieke argumenten. Bijvoorbeeld een geografisch verantwoorde spreiding van opleidingen. Daar tegenover staat volgens het comite dat Leiden begin dit jaar officieel nog als `de beste opleiding' uit de bus kwam en dat Groningen en Amsterdam bij dezelfde vergelijking op de laagste plaatsen uitkwamen. Tegenover het soms gehoorde argument dat de Leidse theologenopleiding te theoretisch en te weinig praktisch zou zijn, stelt het comite dat daarin nu juist de kracht van Leiden is gelegen. Theologie is immers geen praktijkstudie en moet dat niet worden ook.

Bij de stichting van de Leidse universiteit in 1575 werd er ook onmiddellijk een predikantenopleiding opgericht. Volgens de vroegere gereformeerde kerkhistoricus D. Nauta heeft Leiden daardoor een invloedrijke plaats in het kerkelijk en theologisch leven veroverd. Al snel na zijn ontstaan werd de faculteit het middelpunt van uitgebreide godsdiensttwisten tussen de orthodoxe Gomaristen en de minder-dogmatisch ingestelde Arminianen. Nadat die strijd voorbij was, kwam een groot aantal buitenlanders in Leiden theologie studeren. Vandaag de dag zou de internationale betekenis van de theologische faculteit van Utrecht voor buitenlandse studenten echter groter zijn dan die van Leiden.

In het midden van de vorige eeuw vormde Leiden de bakermat van de `moderne theologie' met hoogleraren als J.H. Scholten en A. Kuenen. Van de Leidse theologen van de twintigste eeuw genoten vooral H.

Berkhof, G.J. Heering en K.H. Miskotte grote bekendheid. Tegen de mogelijke opheffing van de Leidse theologische faculteit is ook vanuit het buitenland bezwaar gemaakt. Zo liet de Protestantse Theologische faculteit van de Universiteit van Geneve aan het bestuur van de Hervormde Kerk weten een mogelijke opheffing diep te betreuren. Wanneer de synodes van de Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken en de Lutherse kerk op 13 november over de sanering van de predikantenopleidingen moeten beslissen, vraagt men zich in Leidse kringen met angst in het hart af of er wel voldoende medegevoel voor Leiden bestaat. Gevreesd wordt dat het gemiddelde, niet-theologisch gevormde synodelid, te weinig inzicht heeft in de bijzondere wetenschappelijke kwaliteit van de domineesopleiding. De Leidse vereniging van theologische studenten hoopt dat de synodeleden echt de stukken lezen en hun gezond verstand gebruiken als ze beslissingen gaan nemen. De theologenvereniging wil op 6 november eem `mars op Alphen' houden waar de gezamenlijke synodes kort daarop in het vogelpark Avifauna over de toekomst van Leiden zullen beslissen.