The Grotesque

Het kan natuurlijk knap lastig zijn om een adequate titel voor een film te bedenken.

Zo besloot de Amerikaanse distributeur van de Britse boekverfilming The Grotesque (John-Paul Davidson, 1995) om die pretentieuze titel te veranderen in Gentlemen don't eat Poets. Dat suggereert dan in ieder geval nog dezelfde onzinnige vaagheid die de film ook bezit.

Kort na de Tweede Wereldoorlog arriveren een butler (popster Sting) en zijn vrouw (Trudie Styler, ook in het dagelijkse leven Mrs. Sting en tevens producente van de film) bij het landhuis van Sir Hugo (Alan Bates). Deze excentrieke paleontoloog was ooit een avontuurlijk man, maar zijn rijke Amerikaanse vrouw (Theresa Russell) merkt daar weinig meer van. Ze hebben een dochter die, zeer tegen de zin van Sir Hugo, met een arme dichter wil trouwen.

De butler is een soort Tartuffe. Al snel doet hij het met de vrouw des huizes en helpt de dichter bij het ontdekken van diens homoseksualiteit, terwijl Sir Hugo dat misschien ook wel wil, maar het in ieder geval met diens vrouw aanlegt. Even later wordt de dichter vermoord en daarna door de sullige slagersknecht die hem vond aan de varkens gevoerd.

Zijn alle ingredienten voor een zwartgallige dissectie van de Britse klassenmaatschappij en de gedegenereerde aristocratie aanwezig? Misschien, maar na anderhalf uur sudderen op een laag pitje blijkt het gerecht de Engelse keuken op zijn slechtst.

Want ondanks veel grotesk acteren wordt het maar niet grappig, bijtend zwart, of spannend; over sociale verhoudingen of sexual politics worden we ook niets wijzer.

The Grotesque is een ijdel speeltje, een duur kadootje van een verveelde vrouw voor haar man, de beroemde popmuzikant. Wat ze ons te melden hebben blijft verstopt achter de nietszeggende maar ongetwijfeld veelbetekenende blikken die de butler op zijn huisgenoten werpt. En wie de moordenaar is? Juist.