Schiphol

In het artikel `Luchtfietsen tot 2015' (Z 3 oktober) wordt gesproken van de poging van bemiddelaar Van der Vlist om Schiphol en de milieubeweging om de tafel te krijgen en in gezamenlijkheid oplossingen te bereiken.

Terecht constateert de schrijver van het artikel dat de kans op succes daarvan niet groot is. De kans op succes wordt aanzienlijk groter wanneer de milieubeweging leert om behalve zwart en wit, ook tinten grijs te zien. Erkenning en respect voor andermans belang zijn immers onontbeerlijke ingredienten voor een `groen poldermodel'.

Geluidsoverlast staat veel in de publiciteit en verdient ook de aandacht, maar is niet het enige waar het bij Schiphol om draait. Belangen van reizigers, werknemers, investeerders en anderen spelen net zo goed een rol. De onevenredig grote aandacht voor de geluidsoverlast wordt veroorzaakt door de luide en ongenuanceerde wijze waarmee bijvoorbeeld de Vereniging Milieudefensie zich in de pers uit. Zij deinst er daarbij niet voor terug om naar haar counterpartners met modder te gooien op een manier die grenst aan laster.

De luchtvaartsector wordt regelmatig bekritiseerd om hun forse lobby. De milieulobby vindt in Den Haag gretig gehoor. In ons land is het natuurlijk altijd sympathiek om iets over het milieu te roepen. Bij het horen ervan voelt men zich bij voorbaat al schuldig en deinst men er voor terug nog een inhoudelijke dicussie over het onderwerp te voeren.

Gelukkig wordt in Nederland door de overheid over het algemeen een goed evenwichtig beleid gevoerd met betrekking tot de negatieve uitwassen van onze welvaartsstaat. Zij stelt daaraan paal en perk, maar draait de positieve bijdrage van de veroorzaker voor onze samenleving niet de nek om. Laten we dat zo houden.