RELIKWIE

In 1985 werd John Blankenstein door de scheidsrechterscommissie van de Nederlandse voetbalbond bij de internationale voetbalfederatie voorgedragen als internationaal scheidsrechter.

Maximaal zeven arbiters mag Nederland er elk jaar in oktober voordragen, grote voetballanden als Duitsland, Spanje, Engeland en Italie zelfs maximaal tien. In december wordt de voordracht bekrachtigd. Zelden wordt er een afgewezen. De voorzitter van de nationale scheidsrechterscommissie (in Nederland is dat nu Blankenstein) krijgt dan een envelop met de bevestiging en de bijbehorende badges die de scheidsrechters op hun borstzak moeten laten naaien. Vroeger werden de badges op een ceremoniele bijeenkomst overhandigd. Toen was een FIFA-badge gewoon een FIFA-badge met een FIFA-logo. Sinds enkele jaren staat op de badge ook het jaar van de licentie afgedrukt. Een scheidsrechter die niet meer aan de eisen voldoet te oud is geworden of de FIFA-conditietest niet heeft doorstaan, verdwijnt van de lijst. Die wordt geacht de badge af te doen. Een scheidsrechter is niet verplicht tijdens nationale wedstrijden de badge te dragen, hoewel trots hem daartoe gemakkelijk kan verleiden. Italiaanse scheidsrechters met een internationale status dragen bij voorkeur een badge van de AIA de Associazione Italiana Arbitri. Die vinden ze mooier.