Raden voor je leven; POPULAIRE RAADSELS BESPOTTEN RECHTERLIJK OPTREDEN

Rechterraadsels zetten de sociale en morele orde op z'n kop. Taalkundige Michael Elias promoveerde onlangs op dit negentiende-eeuwse verhaaltype.

`EEN HEKS HAD een andere vrouw om het leven gebracht en zou verbrand worden. De rechters zeiden: Als je ons een raadsel opgeven kunt dat wij niet raden kunnen ben je vrij. De vrouw, die al op de beulswagen zat antwoordde: `Op de boom zat ik. Ongeboren vlees at ik. Hartelief lichtte mij. En toch gruwde mij.' Dat konden de rechters niet raden. De heks legde het uit. Zij had het ongeboren kind van de vrouw die zij gedood had geslacht en opgegeten. Ze had ook haar eigen kind Hartelief geslacht en gebraden en het vet in de lamp gedaan. Bij dat licht had ze, op een boom gezeten, het vlees van de ongeborene gegeten.'

``Een rechterraadsel is geen raadsel in de tegenwoordig gebruikelijke zin van het woord' vertelt Michael Elias. ``Want de oplossing van zo'n rechterraadsel ligt in de persoonlijke geschiedenis van degene die het raadsel opgeeft, en is dus door een buitenstaander niet te raden.' Onlangs promoveerde Elias aan de Universiteit van Utrecht op dit negentiende-eeuwse verhaaltype: `Rechterraadsels of de twee gezichten van de zondebok.'

Elias: ``Bijzonder aan de rechterraadsels is de juridische context waarin het raadsel wordt opgegeven, en het levensreddende karakter ervan. Dat is een specifieke verandering die vertellers in het 19de-eeuwse West-Europa hebben ingebracht. De raadsels zelf stammen uit het veel oudere corpus van halsraadsels, raadsels waarin moord en doodslag aan de orde van de dag waren.'

Elias ontdekte dat het Meertens-instituut in 1968 een verzameling Nederlandse, Friese en Vlaamse rechterraadsels had aangelegd: ``Een mooi moment, toen ik in die kelder de bakken met raadsels te voorschijn haalde. Via hun informanten hadden ze er aardig wat achterhaald, en zo kreeg mijn inventarisatie van het Nederlandse rechterraadsel definitief vorm.

Een probleem daarbij was de typologie, het rechterraadsel is een combinatie van een raadsel en een verhaal, categorieen die in de literatuur gewoonlijk gescheiden worden behandeld. Maar uiteindelijk is er toch een goede indeling uitgekomen.'

De raadsels zetten de sociale en morele orde vaak op z'n kop. In het type van de `zogende vrouw' houdt een dochter haar tot de hongerdood veroordeelde vader in leven. Daartoe geeft ze hem de borst, in dit geval door een gat in de gevangenismuur: `Een stenen muur, die schaafde ik. Een dorstig hart, dat laafde ik. Eerst was ik dochter en daarna de moer. Raad eens hoe het verder voer.'

`Levenden-in-de-dode'-raadsels spelen zich af op de grens tussen leven en dood. In deze Twentse variant redt een boerenvrouw het leven van haar man:

`Doo ik gung van woor ik kwam, Ik zes levenden oet eenen dooden nam.

Dee zesse maakten 'n zeuvenden vri-j Now roa et, rechters, en zeg et mij.' Op weg naar huis zag ze een vogelnest in een paardenkop. Door de vogels uit de kop te halen bevrijdde ze haar man.

In het laatste type, `hoop en vrees', staat de veroordeelde zelf weer centraal. Op weg naar het schavot ziet hij bijvoorbeeld een reiger met een kikker in de snavel: `Hoop en vrees zat op de wagen, En twee-been zag Twee-been Vier-been dragen.'

Elias ordende de rechterraadsels, en deed een poging om ze te interpreteren: het juridisch kader wijst volgens hem op een in de tweede helft van de negentiende eeuw groeiende onvrede met de willekeur van de rechtspraak en bevat een voorzichtig protest tegen de doodstraf. Elias: ``Mogelijk maar dan speculeer ik, hangt dit samen met het rond die tijd verdwijnen van de openbare terechtstellingen in West-Europa.' Daarnaast zijn de vervaging van de maatschappelijke normen en de grensvervaging tussen leven en dood wezenlijke kenmerken van het rechterraadsel.

Elias: ``Daarbij bouw ik voort op de ideeen van de Frans-Amerikaanse filosoof Rene Girard. Hij stelt dat elke menselijke samenleving van tijd tot tijd een zondebok nodig heeft om het maatschappelijk verband te bevestigen. Dergelijke zondebokken zijn meestal marginale individuen, wier dood niemand zal wreken. Ze worden gedemoniseerd of tot heks verklaard. Aan de ene kant worden zij gezien als de veroorzakers van het kwaad, maar daarbij worden hun goddelijke, bovennatuurlijke eigenschappen toegeschreven omdat ze de gemeenschap door hun dood weer bij elkaar brengen. De rechterraadsels hernemen elementen van dit mythologische proces. De veroordeelde heeft verwerpelijke dingen gedaan, maar krijgt door het raadsel dat hij opgeeft ook een goddelijk gelaat. Zo ontstaan de twee gezichten van de zondebok. Aan de andere kant, en het heeft heel lang geduurd voordat ik dat begreep, heeft de rechter dus ook die twee gezichten. Hij lijkt oppermachtig, maar moet uiteindelijk de veroordeelde toch laten gaan.'

De willekeur van het raadsel weerspiegelt het element van willekeur dat de rechtspraak onvermijdelijk in zich draagt, dezelfde willekeur waarmee de gemeenschap van tijd tot tijd haar in slachtoffer en rechter gesymboliseerde zondebokken kiest. Elias: ``De impliciete boodschap is: ook al blijft de doodstraf om allerlei redenen gehandhaafd, dan nog moet deze beschouwd worden als een noodzakelijk kwaad, gezien het gevaar van willekeur.'

De rechterraadsels stammen uit een verteltraditie, die inmiddels uit West-Europa vrijwel verdwenen is. Toch stemt dit Elias niet somber: ``Raadsels lijken verdwenen, maar ze duiken in allerlei vormen weer op. Zo zijn er raadsel-sites op het Internet, en kun je de televisiequiz als een moderne voortzetting van de oude raadselcultuur zien.' Voor hemzelf waren ze boeiend genoeg om er acht jaar van zijn leven aan te wijden.