Proefverlof

De hele nacht niet geslapen. Om 7 uur gedoucht. Het voorrecht van de proefverloffer.

“Vergeet er niet eentje voor me te neuken', herinnert 112 me. Een paar dagen geleden had hij het al gevraagd. Hij gaat voor acht jaar.

“Denk erom, he, helemaal lam, en voor mij zeker honderd pilsjes' schreeuwt 100. Ook hij had zich al gemeld. Hij gaat voor drie jaar bij de Hoge Raad.

“Tijd'. Het is 8.45u. Het proefverlof begint.

“Bonk, bonk, bonk...kort, kort, kort...lang, lang, lang...sis, sis, sis ...schreeuw, schreeuw, schreeuw.' Het hele blok doet me uitgeleide.

“Ferdy, tot zondagavond, vergeet ze niet te neuken... zuip de hele pomp voor me leeg... stuur me een kaart met een blonde stoot... hou je taai... que Dios va contigo... all the best... bon weekend... viel Spass. Het lijkt als ik een wereldreis ga maken.

“Heb je een taxi geregeld?' Vragend kijkt de blauwe me aan.

“Ja, hij zou om negen uur voor de poort staan'

Klik, klak, ...klik, klak. Elke stap brengt me verder van de wanhoop. Vlakbij de eerste X-ray kijk ik nog een keer om. Verlaten ligt blok B erbij. Alle luikjes staan op blind. Op een eenzame reiniger na is er niemand te bekennen.

“Nou tot zondagavond dan'. De blauwe geeft me een hand. Het is de eerste blauwenhand die ik krijg.

Het gaat me door merg en been.

“Hier is Verschuur de B-108, proefverlof'. Ik word de fouilleur- en visitatiecel ingeduwd. Razendsnel razen een paar handen over me heen. Hij kan niks vinden. Ik ben zo clean als het maar kan.

“Daar naar toe'. Ik kom in een ruimte terecht die ik niet ken. Zo ver ben ik nog nooit geweest. Mijn verlof is al een beetje begonnen.

“Je pasje graag'. Ook dat heb ik tijdenlang niet meer gehoord. Verder dan “Pasje!' kwamen ze nooit.

“Hier dat is voor jou, graag even natellen'. Ik krijg een reiskosten-envelop met f69,75, een treinretour tweede klas in mijn handen gedrukt. Het klopt tot op de laatste cent.

“Je verlofpas'. Het is de kortstlopende pas die ik ooit heb gehad. Hij is 2 1/2 dag geldig, van vrijdagmorgen, 9.00u tot zondagavond 21.00u. en “moet te allen tijde desgewenst onverwijld aan de autoriteiten worden getoond'.

“Prettig verlof'. Ik word een sluis binnengeleid. Het is de laatste voor de vrijheid. Uitnodigend lacht poort `Uit' me toe. “Tabee', gebaart de Uit-blauwe.

Tergend langzaam zoemt de poort open. Het eerste wat ik zie is een stukje taxi, het geel schettert door mijn kop, zoveel kleur heb ik maandenlang niet gezien, en ook daarboven schittert een asgrauwe lucht, zo feestelijk dat de tranen me in de ogen springen. Dit is vrijheid: een stuk geel en een even zonovergoten hemel.

Pas als er gat genoeg is, gaat de sluisdeur open. Als uit een katapult vlieg ik naar buiten. De regenlucht golft huizenhoog over me heen. Met diepe zuchten slok ik haar op. Tot barstensvol. Ik kan er geen genoeg van krijgen. Zulke pure en onbedorven lucht heb ik nog nooit geproefd. En ook niet zulk water. Deze regen is heel anders dan die op de luchtplaats. Er komt geen blauwe of X-ray aan te pas. Als verlamd blijf ik staan. Ik weet niet hoeveel wolkbreuken lang. Tot er geen stukje bajes meer over is. Alleen maar regen, regen, regen...

“Toet, toet, toet'. Het is de taxi. Geirriteerd kijkt de chauffeur me aan. “Wat is dat voor een leipo', zie ik hem denken.

“Station he?' Zonder mijn woorden af te wachten zweven we weg. Na zoveel stuiterende busjes en keiharde zitplanken lijkt het alsof ik op een luchtkussen zit.

Vrolijk zoeft de wereld voorbij. Na een paar honderd meter zie ik de eerste mens. Het is een oud vrouwtje er zit niks strengs of blauws bij, ze draagt een groene regenjas en ook haar boodschappentas en paraplu zijn de vriendelijkheid zelve. Ook zulke vrije dingen heb ik tijdenlang niet gezien. `EDAH' schittert haar tas. Soms kiest de vrijheid haar eigen tekens. Levensgroot razen de letters de hele rit door me heen. Ze staan echt overal. Op alle hoeken, pleinen en straten. Van de kiosk “A.B. Broers, voor al uw bladen' op de eerstvolgende hoek tot de NS-stationsslogan “Er gaat niks boven de trein' toe. Overal is het “EDAH.. .EDAH... EDAH.'

Dat is hem dan f19.50'. Nors kijkt de chauffeur me aan. Op bajesklanten heeft die het niet begrepen. Dat is duidelijk. Tot op de laatste cent wil ik mijn geld terug.

Ook op het station is het feest. Allerhande kleuren, geluiden en mensen schieten vrolijk door elkaar heen. Het duizelt me bijna. Zoveel ineens ben ik helemaal niet meer gewend. Daar is het “Thee, Koffie Arbeid, Maaltijd, Slapen, Thee, Koffie, Arbeid, Maaltijd, Slapen', dagen- weken-, maandenlang. Hier is het “Vrouw, kiosk, geel, kind, rood, fiets trein, stem, grijsaard, krant, “Dong deng. Om 9.35u staat voor u gereed op perron twee...', paars, groen, grijsaard, “Kees, haal je dat nog?' In paniek sluit ik mijn ogen. Even is alles te veel. De hele wereld maalt door mijn kop: trein, vrouw, groen, grijs, geel, deng dong, Kees, rood 9.35u, perron twee, deng, vrouw, dong..TE: “Mijnheer, uw cappuccino', dendert een stem. Vriendelijk lacht de serveerster me toe. Langzaam kom ik weer tot rust. “Dat is dan f2,50'. Ook dat is feest. Zelf kunnen bestellen, keurig worden bediend, met geld betalen, niks geen telefoonkaarten, en je koffie slok voor slok rustig kunnen opdrinken.

Maar het allermooiste is de ruimte. Nergens een muur, deur of tralie te bekennen. Je kunt gaan waar je wilt. Geen blauwe die je tegenhoudt. Uitgelaten zweef ik naar het perron. Mijn trein is er nog niet.

Moeiteloos zweef ik door. Van het perron naar de hal en weer terug en soms maak ik ook een uitstapje, perron een in plaats van twee, en een keer verlaat ik het station, raas zo maar wat rond, zonder kleur, pasje of wat dan ook.

In de trein begin ik al wat te wennen. Het feest neemt af. Chagrijnig kijken de mensen voor zich uit en ook de regen wordt grauwer en grauwer. “Mijnheer, u zit op onze krant'. Vernietigend kijken een akentas-yup en zijn tot in de puntjes gecoiffeerde vriendin me aan. Ik ben weer terug.

Maar toch blijft het het hele weekend feest. Elke minuut is vrij en verademend. Zelf je dierbaren te kunnen aanraken wanneer je wilt, samen te kunnen lachen, huilen, praten en zwijgen wanneer het je uitkomt, je eigen eten te kunnen kiezen, je eigen drankje te kunnen drinken, te kunnen gaan en staan waar je wilt, opstaan wanneer je zin hebt. Te veel, te veel om op te noemen. Er komt geen einde aan. Tot diep in de nacht kies, praat, zwijg, huil en lach ik door. Alles even zorgeloos en onbekommerd.

Veel te snel schiet het weekend voorbij. Vrijdag... zaterdag... zondag. Het is alweer zover. Ik moet weer terug. Huilen, huilen, huilen.

“Maar nu duurt het niet meer lang', beur ik op.

“Nog maar een paar maanden en het is nog open kamp ook, elk weekend naar huis'.

“Ja, ja, dat is waar', stamelen ze. “Open kamp, gelukkig maar, het ergste is voorbij'. Het klinkt alsof het andere been er ook af moet.

“Dat is f19,50'. Ik sta weer voor de poort.

Het is dezelfde chauffeur als vrijdag. Opnieuw vraag ik mijn wisselgeld tot de laatste cent terug.

“Verschuur, 22.400.872 terug van verlof, tik je hem even in'. Ik ben weer terug. Meedogenloos rolt de waanzin over me heen. “Handen door het haar, balzak omhoog bilnaden uit elkaar., U.C.-buisje vol, verlofpasje terug...

“Van de Inkom aan de Centrale, de B-108 komt eraan'... X-Ray 1, X-Ray 2, Blok B.

“Bonk, bonk, bonk...kort, kort, kort... lang, lang, lang... sis sis, sis... hoppa, hoppa, hoppa... schreeuw, schreeuw, schreeuw...'

“Heb je er een voor me geneukt?' brult 112.

“Hoeveel heb je er voor me gezopen?' schreeuwt 100.

“Nog die kaart gestuurd?'

Vermoeid leg ik mijn hoofd op het kussen. Het proefverlof is voorbij. De B-108 is terug.