Nederlandse stem in IMF

Onno de Beaufort Wijnholds - werkzaam bij De Nederlandsche Bank - is op dit moment lid van het dagelijks bestuur van het Internationaal Monetaire Fonds (IMF).

Twee of drie dagen per week vergadert Wijnholds met zijn collega's in Washington over de koers van het IMF. Vanwege de Aziatische crisis staan er zaken van leven en dood op de agenda. In Indonesie bijvoorbeeld, waarschuwde UNICEF deze week dat chronische ondervoeding van de schooljeugd de gezondheid en het IQ van de volgende generatie blijvend kan beschadigen. Het IMF speelt daar en in andere Aziatische crisis-landen een hoofdrol en dus zullen de lezers van NRC Handelsblad waarderen dat Wijnholds de moeite nam om zo snel te reageren (17 oktober) op mijn vorige column.

Veel academische specialisten hebben kritiek op de manier waarop het IMF is opgetreden in de Aziatische crisis. Maar voordat ik de dialoog met Wijnholds voortzet is het goed om even de golflengte zuiver af te stemmen. Ik van mijn kant als universitair specialist mag nooit vergeten dat officiele instellingen vaak moeten beslissen voordat alle feiten bekend zijn. Kritiek achteraf is anders onbillijk. Ook moeten universitaire specialisten in hun intellectuele onafhankelijkheid beseffen dat Wijnholds in zijn huidige rol een teamspeler is. Hij beslist niet alleen en moet misschien een hard standpunt verdedigen dat beter past bij Amerika dan bij Europa, waar ontwikkelingshulp meer populair is. Andersom moeten functionarissen als Wijnholds zonder omwegen ingaan op kritiek en geen tijd vermorsen met retorische uithalen naar serieuze critici. Als er zoveel valt te bespreken over het IMF-beleid in Azie, waarom besteedt Wijnholds dan zoveel ruimte om te betogen dat ik mij drie keer `helaas' feitelijk vergis, met als gevolg dat de krant `Bomhoff' als kop boven zijn lange brief zet in plaats van `IMF'? Nu kunnen hij en ik pas verder met de echte discussie nadat die punten zijn opgehelderd. Daar gaan we dan.

Ten eerste is mijn analyse fout, volgens Wijnholds omdat “IMF-geld geen belastinggeld is, maar het geld van de centrale banken'. En van wie is het geld van de centrale banken dan wel? Was Boogie Woogie toch een gift van De Nederlandsche Bank aan de Nederlandse belastingbetalers? Ik heb in Singapore het Kamerdebat moeten volgen in de Straits Times, maar de tekst onder de kleurenfoto van het schilderij liet aan duidelijkheid niets te wensen over. De Nederlanders zijn gezamenlijk eigenaar van De Nederlandsche Bank, alle uitgaven van die instelling worden dus gedaan voor onze rekening en als De Nederlandsche Bank een fout maakt gaat dat ten koste van ons belastinggeld.

Dan beweert Wijnholds dat ik mij vergis met de stelling dat ons goede geld via het IMF soms zoek raakt. Die bewering was onder andere gebaseerd op de belangrijkste studie die dit jaar verscheen over het IMF. Daarin schrijft prof. Calomiris van de Columbia Business School bijvoorbeeld over Korea: “Het IMF is niet in staat gebleken om direct misbruik van IMF-geld te voorkomen.' De derde en (gelukkig) laatste vondst die Wijnholds tot zijn spijt heeft gedaan luidt: “In tegenstelling tot hetgeen Bomhoff suggereert is in Indonesie [...].' Maar dat land wordt in mijn column van 10 oktober niet een keer genoemd.

Dat waren dan tweehonderd woorden om drie mislukte service-ballen van Wijnholds op te rapen. Soms vraag je je wel eens af waarom sommige Nederlanders niet gewoon argumenten kunnen uitwisselen maar eerst nog `helaas' erop moeten wijzen dat hun opponent ondeskundig is. Nu terug naar de zaak. Bij het IMF wringt voortdurend het conflict tussen de rijke landen die vooral denken aan de belangen van hun rijke banken en de rest van de wereld die zo af en toe bij het IMF te rade gaan om uit een crisis te komen. In de organen van het IMF domineren de rijke landen (omdat die het meeste geld hebben bijgedragen) en dus wil het IMF graag nuttig zijn voor de crisis-landen in Azie maar dan allereerst op een manier die zo min mogelijk schade inhoudt voor de banken in de Westerse landen.

Dat kan niet altijd, en dan komen loyale functionarissen als Wijnholds in een moeilijke positie. Ik herinner mij een debat in Rotterdam uit 1984 waarbij ik Wijnholds had gevraagd om het IMF-beleid in Latijns-Amerika toe te lichten. Terwijl de hoofdspreker, prof. Meltzer van de Carnegie-Mellon Universiteit in Pittsburg aandrong op gedeeltelijke kwijtschelding van de schulden van Mexico en Brazilie, hield Wijnholds strak vast aan de officiele IMF-positie op dat moment waarbij iedereen - hoe arm ook - alles moest terugbetalen.

Ook toen Meltzer voorstelde om een deel van de schulden om te zetten in aandelenkapitaal zodat bedrijven in Latijns-Amerika tenminste weer aan de gang konden, gaf Wijnholds niet thuis. Drie jaar later waren zulke debt-equity swaps aan de orde van de dag, zoals voorspeld door Meltzer. American Express Bank bijvoorbeeld, zette schuld van Mexico om in aandelen in hotels voor Sheraton, Hilton en Club Mediterranee. De schuld verminderde, hotels kregen een infuus van buitenlandse know-how en kapitaal en Mexicanen konden weer aan het werk. Het blijft een van de grote tragedies van het IMF-optreden in de jaren tachtig dat zulke verstandige oplossingen voor een schuldencrisis jarenlang zijn tegengehouden met onnodige gevolgen voor de armoede in Latijns-Amerika.

Nu is helaas hetzelfde gebeurd in Azie en in Rusland. Landen kunnen niet meer betalen en het IMF begint de gsprekken met de eis dat alle buitenlandse bankiers natuurlijk al hun geld volledig terug moeten krijgen, zelfs wanneer er tegen een rente is geleend die rekening houdt met extra risico. Zo'n hogere rente calculeert het risico van een betalingsprobleem al van tevoren in, en dus hoeft niemand de vermoorde onschuld te spelen wanneer de kwade kans soms realiteit wordt, maar het IMF wil die logica liever niet zien. Wijnholds noemt in zijn bijdrage dan ook expres alleen een mogelijk `moratorium' als hulpmiddel bij te zware schulden, dat wil zeggen het uitspreiden van de terugbetaling in de tijd. Dat is veel beperkter dan meer grondige saneringen zoals het gedeeltelijk kwijtschelden of het omzetten van schuld in aandelenkapitaal. Zo dreigt ook in 1998 het oplossen van de crisis veel langer te duren dan nodig en dat komt nog steeds omdat het IMF zich verplicht voelt om eerst een harde lijn in te nemen in het belang van de (westerse) schuldeisers.

Wanneer dan academici zoals prof. Meltzer of prof. Calomiris concrete ideeen hebben over het IMF, zou het goed zijn wanneer Wijnholds die met respect verwelkomt omdat het hem ruimte kan geven in het IMF-bestuur. Ook in de huidige crisis heeft hij die creativiteit van buiten - lijkt mij - hard nodig om meer te bereiken voor de arme slachtoffers in Azie.