LEVE DE REPUBLIEK EN DE RECHTSPOSITIE; Stakende Franse lyceisten hebben romantiek afgezworen

Franse lyceisten lopen te hoop voor beter onderwijs. Ze hebben haast. De `Beweging van Oktober '98' is meer dan een actie van ontevreden consumenten.

DE MIDDELBARE scholieren gaan in Frankrijk iedere vier jaar de straat op. Als ze met genoeg zijn belooft de minister van dienst duizend docenten erbij of een nieuw inspraakorgaan. Als ze met nog meer komen breken er ruiten en schrijven intellectuelen dat een nieuw tijdperk is aangebroken. Daarna is het meestal vakantie en zakt de emotie in. Tot de volgende opstand.

`De Beweging van Oktober '98' pakt misschien anders uit. De huidige lichting lyceisten is minder romantisch dan hun voorgangers. Zij vragen geen tijd om te dromen en geen andere maatschappij. Zij willen les hebben in een fatsoenlijk gebouw, met een docent die niet op veertig leerlingen hoeft te letten. Door toe te zeggen `14.000 volwassenen meer in de scholen' te brengen heeft de minister deze generatie lyceisten niet om de tuin kunnen leiden. Het zijn meest jeugdbanen en dienstplichtigen - zij willen bevoegde docenten.

``De minister heeft ons lucht verkocht', riep een doodgewone scholier van Algerijnse komaf donderdag in de aula van het Lycee Condorcet in Saint-Priest, een oostelijke voorstad van Lyon. Met een gezicht alsof hij een tweede hands auto zonder deuren moest kopen. Iedereen op dit nauwelijks revolutionaire lyceum stemde joelend in met voortzetting van de acties.

De huidige minister, de aardkundige Claude Allegre, had woensdag zijn pakket maatregelen nog wel aangekondigd als ``een overwinning voor de lyceisten voor het lyceum en de hervorming van het onderwijs'. Als het aan hem ligt wint hij die strijd ook dankzij de lyceisten. Tegen de vakbonden van leraren. Want die ziet hij als de echte obstakels voor verandering. Bij zijn aantreden had hij het al over de noodzaak `de mammoet af te slanken'.

Ze begrepen wat hij bedoelde en hebben het hem nooit meer vergeven.

Sindsdien is het oorlog tussen Allegre en de bonden. Het onderwijs is de sector met de hoogste organisatiegraad van Frankrijk. Zestig procent van de docenten in het middelbaar onderwijs staat achter de SNES, een op behoud en versterking van de rechtspositie gerichte bond geleid door een communiste die weinig bezig is met onderwijsvernieuwing. Om ieder misverstand te vermijden herhaalde Allegre deze week (in Le Figaro) nog eens hoe hij dat soort vakbondsleden ziet: ``Als je kijkt naar de piloten van Air France, de werknemers in het openbaar vervoer de radiologen en de leraren, dan zie je in al die gevallen weerstand tegen verandering die voortkomt uit corporatisme. De regering-Jospin pakt die rigiditeiten aan, in het belang van de overheidsdienst en met respect voor ieders rechtspositie en traditie, maar zonder te vergeten om wie het gaat: de gebruikers.'

Dat was opnieuw tegen veel zere benen tegelijk. Nu is Allegre een boezemvriend van premier Jospin, wiens adviseur hij in de jaren '80 al was op het ministerie van onderwijs, maar hij is niet de woordvoerder van de regering, en zeker niet voor ambtenarenzaken. Bovendien staat hij bekend als de bonte hond, die regelmatig door zijn vriend de premier even in de mand moet worden teruggelegd. Als hij met de 833.000 onderwijsgevenden in Frankrijk een robbertje knokt is dat een ding, als hij moeilijkheden zoekt met de spoorwegen, Air France en de medische specialisten vindt hij de premier en andere ministers op zijn pad.

De atypische socialist Allegre legt wel de vinger op het karwei waar ieder Franse regering voor staat: de modernisering van het land in de organisatie van de arbeid.

De technologische modernisering is altijd goed gegaan. Dankzij een geconcentreerde staatssturing zijn rail-, lucht- en ruimtechniek hoog ontwikkeld. Hetzelfde geldt voor kernenergie. Maar de mensen zijn gewend geraakt aan arbeidsvoorwaarden die in een vergrijzend land onbetaalbaar worden en vernieuwing tegenhouden. Pensionering bij de overheid tussen 50 en 55 is heel gewoon waarbij de leraren ook nog eens kunnen rekenen op 75 procent van het topsalaris, na een werkend leven met 16 weken vakantie per jaar. Volledig bevoegde docenten geven 15 uur per week les; ze zijn de dubbele tijd kwijt aan voorbereiding en nakijken, veel nakijken want multiple choice wordt geschuwd.

baccalaureat

Heeft Allegre gelijk als hij de lerarenstand door elkaar schudt en zegt dat het onderwijs anders moet? Catherine Moulin zit bij de stembus in de lerarenkamer van Lycee Condorcet in Saint-Priest. Er zijn verkiezingen voor de Bestuursraad van de school met 1200 leerlingen. Hier komen leerlingen in de laatste drie jaren voor het baccalaureat. Zij kunnen alles volgen, algemene opleidingen vergelijkbaar met Havo en VWO tot en met middelbaar beroepsonderwijs. Catherine is lijstaanvoerder voor de kleine, radicale vakbond SUD, die in het onderwijs omstreeks 5 procent achter zich heeft. Als volledig bevoegde geschiedenisdocente van in de 30 geeft zij met plezier les.

“Het gaat om welke maatschappij wij willen. De huidige financieel-economische crisis dwingt de regering te bezuinigen. Allegre kiest voor tijdelijke banen. Dat is de neo-liberale aanpak die tot meer onzekerheid leidt. Wij komen op voor een sterke overheidsdienst met vaste banen. De lyceisten zien dat niet zo scherp. Waar Allegre gelijk in heeft is dat scholen niet alleen lesfabrieken moeten zijn.

Je zou het programma veel meer moeten afstemmen op de noden van de wijk waarin je werkt.'

De oostelijke voorsteden van Lyon hebben de reputatie `chaud' te zijn vanwege het hoge percentage immigranten en de minder stabiele sociale verhoudingen. ``Vrienden en collega's van elders vragen of ik met een kalasjnikov naar m'n werk ga', zegt Catherine Moulin lachend. Zwaar overdreven. De zes jaar geleden geopende school zit goed in elkaar en maakt een gelukkige indruk. Niettemin, als Moulin en haar geschiedenis-collega Jean-Pierre Le Saule er over nadenken, in veel klassen is driekwart van de namen Noord-Afrikaans, Spaans, Italiaans of Pools van origine. Het betekent hard werken om iedereen er bij te houden maar geen dagelijks gevecht.

Dat de leerlingen desondanks snel bereid waren mee te doen met de landelijke acties kwam niet als een complete verrassing voor Florent Sibue, de rector van Condorcet: ``De leerlingen klagen dat zij met 35 en meer het talenonderwijs moeten volgen. Het hangt er maar van af wat je doet of dat echt te veel is. Ik denk dat het belangrijkste is dat ons hele onderwijs-systeem niet meer past bij het publiek dat wij ontvangen. Wij doen hier van alles om op nieuwe manieren les te geven. We hebben het documentatie-centrum en de studieruimtes die Allegre donderdag toezegde. Maar de zomervakantie duurt van half juni tot half september. In leuke families is dat al lang waar het thuis minder makkelijk is, betekent dat: alles vergeten en uit zwerven gaan.'

Het rooster, met ook nog allerlei kleinere vakanties (zoals nu tien dagen rond Allerheiligen), is al jaren onderwerp van levendige kritiek. Jacques Chirac beloofde in '95 dat hij als president daar de bezem door zou halen.

Florent Sibue neemt zachtjes het woord `corporatisme' in de mond om te verklaren waarom daar nog niets van terecht is gekomen.

onbehagen

Alain Bouvier, directeur van de lerarenopleiding in Lyon, heeft meer moeite te begrijpen waarom de lyceisten nu zo heftig uit de hoek komen. ``Hun eisen zijn niet helder en spreken elkaar vaak tegen. Er is ook een grote dosis onbehagen bij een volstrekt onoverzichtelijke toekomst. Een deel van de lyceumbevolking is al volwassen en staat op de drempel van iets dat niet lokt. En het onderwijs geeft hun geen antwoorden. De leraren van hun kant bevinden zich in een paradoxale positie. Zij staan niet aan het hoofd van de beweging voor verandering, en ze willen ook niet remmen. Zij belichamen een langzame evolutie. Vergeet niet dat de hervorming van Allegre de zoveelste is die zij over zich heen krijgen. Ze willen eerst wel eens zien wat hij inhoudt.'

Niet bekend

zero defaut-belofte

``De minister heeft heel hoge verwachtingen gewekt' zegt Bernard Cornu, van de lerarenopleiding in Grenoble. ``Toen de scholen in september weer opengingen en van die `zero defaut'-belofte niets was waargemaakt, sloeg de vlam in de pan.

Allegre had gezegd: `Het traditionele systeem is voorbij' en alles was bij het oude gebleven. Het probleem is dat deze minister van alles aankondigt zonder het te kunnen waarmaken. Extra verwachtingen wekken extra teleurstelling. Het onderwijs is vrij conservatief, maar het is ook niet makkelijk de methodes van lesgeven even te veranderen. En de leraren willen de organisatie van het lyceum niet uit handen geven. Als de minister positief uit deze slag komt dan heeft hij een belangrijk punt op de docenten gewonnen.'

De Beweging van Oktober '98 is meer dan een actie van ontevreden consumenten. Zij willen meepraten over hun eigen onzekerheid in een wereld waarin de docenten nauwelijks aanspraak kunnen maken op het kennen van de waarheid. En zij hebben haast, het bac wacht volgend jaar, of het jaar daarna. En zonder bac zijn hun kansen gehalveerd. Antoine Rohart-Santini een van de actieleiders in Saint-Priest, strijkt zijn hanenkam even vers omhoog en legt het uit: ``Wij hebben geen tien jaar de tijd om te wachten op hervorminkjes. Het gaat om onze toekomst. Nu.' Daarom kunnen de Franse automobilisten ook tijdens de herfstvakantie rekenen op menselijke wegversperringen en het demonstratief openen der tolsluizen.