Leko krijgt Kortsjnoi niet klein; De `professor' bereikt ondanks verkeersdrukte eenvoudig remise

De avond voor de eerste ronde van het Fontys Schaaktoernooi Tilburg bedacht Peter Leko dat het de hoogste tijd werd dat hij eens een partij ging winnen van Viktor Kortsjnoi.

In alle zeven partijen die ze tot dusver speelden had hij notabene wit gehad, maar geen enkele keer was hij tot winst gekomen.

De nieuwe poging van Leko, weer met de witte stukken, zou in ieder geval alle aandacht krijgen. Kortsjnoi heeft in het Tilburgse Ondernemingshuis de rol van `professor' aangemeten gekregen, de oude rot in het vak die het opneemt tegen elf `studenten', in dit geval jonge grootmeesters uit de wereldtop. Een mooi eerbetoon voor de inmiddels 67-jarige maestro, maar ook een zware opdracht voor de eerzuchtige en perfectionistische wedstrijdschaker die hij nog steeds is.

De partij begon met enige vertraging. Leko zat klaar met een glas multivitaminendrank en een vezelrijke reep, maar de stoel tegenover hem bleef leeg. Totdat na een academisch kwartiertje Kortsjnoi gehaast arriveerde, uitlegde dat hij vast had gezeten in het verkeer, en zich verontschuldigde met de vormelijkheid die hem eigen is tijdens de partij.

Wat Leko zich precies had voorgenomen bleef onduidelijk op het moment dat er zetten op het bord kwamen. Kortsjnoi bereikte eenvoudig gelijkspel en als er verderop al iemand voordeel had in het eindspel dan was hij het wel. Toch speculeerden de andere spelers druk over het traditioneel geformuleerde remise-aanbod van Kortsjnoi dat niet lang meer op zich kon laten wachten. En inderdaad, weinig later vroeg de oudste deelnemer van het toernooi beleefd aan de jongste: “Speelt u om te winnen?'.

Daarmee was voor Leko de kous nog niet af. Dit keer werd er wel geanalyseerd. Vraag na vraag stellend koerste Kortsjnoi door de opening, zichtbaar genietend wanneer Leko zich verslikte in de antwoorden die hij gaf.

Ondanks zijn verbetenheid zal Kortsjnoi niet het idee hebben dat hij speelt om de toernooiwinst. Die rol lijkt weggelegd voor Viswanathan Anand en Vladimir Kramnik, de nummers twee en drie van de wereldranglijst die achter Kasparov met ruime voorsprong de rest aanvoeren.

Anand liet meteen in zijn eerste partij zien waarom steeds vaker de vraag wordt gesteld of hij nog wel de mindere is van Kasparov. Het gemak waarmee hij Joel Lautier net zo lang bleef bestoken met lastige dreigingen totdat het lijntje knapte, was in ieder geval indrukwekkend. Ook al was hij zelf niet erg onder de indruk: “We zaten wat heen en weer te spelen totdat hij een fout maakte die een pion kostte. Daarmee was de partij voorbij voordat hij goed en wel begonnen was.'

Kramnik keek er niet van op dat hij op de eerste speeldag niet de souplesse van Anand kon etaleren: “Ik heb meer dan drie maanden niet gespeeld en het lijkt er sterk op dat ik het gevoel voor de stukken weer helemaal terug moet krijgen. De eerste paar ronden wil ik achterhalen hoe het er met mijn vorm voor staat en dan zien we wel verder.' Kramnik kwam met voordeel uit de opening, maar reageerde niet optimaal op het moment dat Peter Svidler de stelling met een paar onverwachte zetten compliceerde. In opkomende tijdnood maakte Kramnik aan alle onduidelijkheid een einde door remise aan te bieden. Svidler vatte de ontwikkelingen op zijn eigen manier samen: “We zagen dat we allebei als apen zaten te spelen en besloten er maar een punt achter te zetten.'

De overige partijen eindigden ook in remise. Naast een krankzinnig spektakel tussen Topalov en Zviagintsev zaten daar ook twee degelijke puntendelingen van Jeroen Piket en Loek van Wely bij. Piket ploegde met Matthew Sadler door een zware openingsdiscussie die na twintig zetten voortijdig werd afgerond omdat beide spelers geen tijd meer hadden. Van Wely koos met zwart als verrassingswapen de tweesnijdende Svesjnikov en had alle reden om tevreden te zijn over het gemak waarmee hij zich Michael Adams van het lijf hield. Ook in de analyse na afloop bleef de Tilburger moeiteloos op de been. Van Wely zou Van Wely niet zijn als hij zijn secondant Cifuentes bij het opstaan niet had toegevoegd: “Volgende keer zoek je wel iets scherps uit.'