Le capitalisme Hollandais; De klacht van een Waals industriestadje

De Hoogovensdochter Boel vroeg vorige week uitstel van betaling aan. De zoveelste klap voor het Waalse stadje La Louviere, waar de staalfabriek gevestigd is.

Ze hebben daar al meer ervaring met het Nederlandse kapitalisme. Het bevalt ze slecht.

`Ik heb geen Holland-fobie en ik wijs elk racisme anti-batave af' bezweert burgemeester Michel Debauque in het Hotel de Ville (stadhuis) van het Waalse industriestadje La Louviere, waarop alle cliches van grauw grijs en troosteloos van toepassing zijn. “Ik was een paar jaar geleden zelf op vakantie in Nederland en ik maakte daar vrienden. Maar de realiteit is nu eenmaal dat belangrijke Nederlandse bedrijven in La Louviere betrokken zijn bij de kaalslag van onze industrie.'

De burgervader doelt op het staalbedrijf Usine Gustave Boel (UGB), dat sinds vorig jaar februari geheel wordt gedomineerd door Hoogovens en waarvan een op zijn vijf onderdanen direct of indirect afhankelijk is. Vorige week vroegen de IJmuidenaren bij de plaatselijke handelsrechter een Waalse variant op uitstel van betaling aan waardoor een deel van de 1.400 resterende werknemers opnieuw voor zijn baan moet vrezen. Dat waren er in 1996 nog 2.200, en 4.000 in 1992.

Burgemeester Debauque heeft het tegelijk over Novoboch, producent van keramische sanitaire producten die letterlijk onder de rook van Boel ligt, en vorige week dinsdag door de Nederlands-Zweedse eigenaar Sphinx-Gustavsberg werd gesloten. De 226 furieuze werknemers houden het bedrijf nu permanent bezet om te voorkomen dat de eigenaar machines en voorraden weghaalt. Maar binnenkort staan ze evengoed op straat.

“Dit zijn zware tijden voor ons', zucht burgemeester Debauque. “Een eeuw geleden was dit een van de hoogst ontwikkelde industriele regio's van Europa. Nu zitten we met een werkloosheid van 30 procent en dat kan door de `Hollandais' alleen maar groeien. Het is een sociale ramp. Denk aan al die families, vrouwen en kinderen.'

Het valt de burgemeester vooral op dat de laatste ontslagrondes plaatsvonden in zijn gemeente en niet in IJmuiden of Maastricht. “De vraag dringt zich op', zegt hij diplomatiek maar duidelijk, “of Nederlandse grootbedrijven elders in Europa niet ruwer opereren dan in Nederland zelf; of buitenlandse bezittingen als Boel en Novoboch niet louter pionnen zijn in hun multinationale strategieen.'

Zelfs midden op de dag maakt het centrum van La Louviere (77.000 inwoners) een wat verlaten en Oost-Europese indruk: veel leegstand en achterstallig onderhoud, weinig vrolijkheid of mensen op straat. Werkloze mannen hangen in verlopen bars of zitten thuis voor de tv. Hun zonen zijn vaak vertrokken naar elders. Hun vrouwen en dochters hebben deeltijdbaantjes bij nieuwe servicebedrijven aan de rand van de stad of in nieuwe winkelcentra bij kruisingen van doorgaande wegen, kilometers buiten La Louviere.

In de Spartaanse entree van Hoogovens UGB word ik opgewacht door directiewoordvoerder Pierre Stievenart. Hij zegt dat de Nederlandse chef Eddie Keggeman voor het moment liever zwijgt. “De situatie is nu erg spannend en elk incident kan het einde betekenen.' Bovendien moet eerst worden gewacht op de uitspraak van de commerciele rechter Gregoire in het naburige Bergen (Mons). De edelachtbare besluit op 30 oktober a.s. of Hoogovens UGB binnen zes tot negen maanden een herstelplan mag opstellen dat behalve voor hem ook acceptabel is voor de schuldeisers, die over die periode zullen moeten wachten op hun geld.

Monsieur Stievenart vertelt hoe staalbedrijf Boel bijna anderhalve eeuw in handen was van de gelijknamige grafelijke familie, die in een naburig kasteel resideert. Zeventien maanden geleden was de familie het na een zoveelste saneringsronde bij Boel zo zat dat zij haar gebutste sieraad van Waals industrieel vernuft feitelijk overdeed aan Hoogovens.

Al bleef de oudst levende telg van Boel graaf Pol formeel voor de helft eigenaar.

“De Batavieren komen', alarmeerden Waalse vakbonden hun leden bij een eerste kennismaking van de `Hollandais' met de strijdvaardige cultuur in het industriele bekken van Charleroi-Bergen. Toch werd het syndicale ongenoegen aanvankelijk getemperd door Hoogovens' belofte om 124 miljoen gulden te steken in Boels koud- en warmbandwalserijen, alsmede in de elektro-staalproductie.

De overgang van een sterk afgeslankt Boel in Hollandse handen zou trouwens het startsein betekenen voor een totale uitverkoop van armlastige Waalse staalindustrieen aan het buitenland. Precies een jaar geleden werd het bankroete Forges de Clabecq, even benoorden La Louviere, ingelijfd door het Italiaanse Duferco, dat daarvoor al Fafer de Charleroi had opgekocht. En eerder deze maand ontfermde het Franse Usinor zich tenslotte over de laatste en grootste Waalse staalreus Cockeril Sambre bij Luik.

Te midden van herfstkleurige heuvels en immense slakkenbergen uit een recent mijnbouwverleden werken de restanten van de Waalse staalindustrie nu onder buitenlanders aan een nieuwe toekomst. Met vallen en opstaan, dat wel. Boel-woordvoerder Stievenart: “In 1997 raakte Hoogovens UGB geleidelijk uit de rode cijfers en dit jaar werd er alweer met winst gedraaid. In juni volgde de onverwachte omslag. Eind augustus stonden we al op 29 miljoen gulden verlies en eind dit jaar zitten we waarschijnlijk al voor ruim 60 miljoen in de min. Wij hebben de productie nu met eenderde teruggedraaid en de fabriek sluit een week per maand. De 1.400 werknemers krijgen dan een uitkering. De vooruitzichten blijven voorlopig slecht en uitstel van betaling is daarom onvermijdelijk geworden.'

De oorzaken van de plotselinge malaise zijn voor de directiezegsman kristalhelder: de scherpe concurrentie uit met name Azie, een prijsverval van bijna een kwart en afhakende afnemers.

Daarnaast zijn er de zorgwekkende arbeidsverhoudingen. “De relatie kapitaal-arbeid is hier nog altijd geimpregneerd met klassenstrijd', weet Stievenart. “Als er binnen het bedrijf een probleem ontstaat, is de standaardreactie eerst staken en daarna eventueel praten. Deze cultuur veranderen blijkt tijdrovender dan we dachten. Het afgelopen jaar hadden we gemiddeld een staking per maand a raison van 3 miljoen gulden.'

Stievenart noemt enkele voorbeelden. Bij Hoogovens UGB bestaan op 1.400 werknemers zowaar nog 673(!) loonschalen, waar er 14 zouden voldoen. Een poging tot sanering werd met een staking getorpedeerd. Ook het streven om halfproducten uit IJmuiden voortaan goedkoper per schip via het Canal du Centre aan te voeren in plaats van per dure trein en truck liep eveneens stuk op vakbondsverzet.

Complicerende factor is dat de militant-socialistische FGTB en de gematigder christelijke CSC sinds 1993 onderling stammenstrijd voeren en gezamenlijk overleg met de bedrijfsleiding weigeren. Sinds deze zomer is de stakingsdrift bij Hoogovens UGB overigens bekoeld. Stievenart: “Ook de syndicaten hebben nu door dat werkonderbrekingen dodelijk kunnen uitpakken.'

Hoe nu verder? “Als de rechter op 30 oktober ons verzoek om uitstel van betaling inwilligt, zullen alle partijen aan tafel moeten om een herstelplan te ontwikkelen. Als de bonden dan niet meewerken laden ze een zware verantwoordelijkheid op zich.' Volgens geruchten in La Louviere gaat zo'n plan zeker 300 banen kosten.

De voornaamste tegenhanger van de Hoogovens UGB-directie, de linkse Federation General des Travailleurs Belgique (FGTB), zetelt in een robuust gebouw in La Louviere. De aankomsthal is gevuld met een tiental levensgrote en fel-realistische beelden van zwoegende mijnwerkers en staalarbeiders. FGTB-secretaris Daniel van der Goten ontvangt me in een kantoortje waar het wantrouwen zeker jegens de niet-gesyndicaliseerde medemens letterlijk van de wanden afstraalt. “Hoe meer ik de mensen ken, hoe meer ik van beesten houd' aldus een ingelijste leuze. Een andere luidt: “Er is geen geraffineerder genoegen dan in de ogen van een imbeciel voor idioot door te gaan.'

Ook de radicale geloofsbrieven van de FGBT zijn zo te zien intact gebleven. Achter Van der Gotens bureau een groot portret van een boosaardig ogende katholieke bisschop met een grote bom duiten op schoot, geflankeerd door portretten van Karl Marx en Friedrich Engels. De secretaris lijkt evenwel de vriendelijkheid en voorkomendheid zelve. Het `capitalisme Hollandais' bezorgt de regio weliswaar ernstige hoofdbrekens, zegt hij, maar tegen Hollanders persoonlijk heeft hij niets.

Zijn analyse van Hoogovens UGB's malheur staat uiteraard dwars op die van Stievenart. Oorzaak nummer een is zijns inziens het wanhopig zwakke management van topman Ed Keggeman en diens IJmuidense achterban. Waarom liet de directie de afgelopen voorzomer de voorraden, toen de prijzen nog prima waren, zo hoog oplopen terwijl die prijs nu met eenvijfde is gekelderd en met verlies moet worden verkocht? Waarom is er tegen de zin van de vakbond ondermaatse uitrusting in Italie gekocht? Waarom duikelde het bedrijf dit jaar bijna verdacht snel van winst naar verlies terwijl de productiviteit door de inzet van bondsleden toch met eenderde steeg? En waarom beschuldigde de directie de FGTB van `sociaal terrorisme'? Daniel van der Goten: “Het massaal op straat zetten van werkers, dat noem ik terrorisme.'

De vakbondsleider houdt er zelfs ernstig rekening mee dat Hoogovens een geheime agenda koestert: in La Louviere de krenten uit de pap halen en die overhevelen naar de winstgevende Hoogovens UGB-dependence in het Noord-Franse Maubeuge. Waarna La Louviere dicht zou kunnen met behoud van de Belgisch-Franse marktaandelen.

Desalniettemin wil Van der Goten zich positief opstellen. “Wij zijn bereid met alle partijen aan tafel te gaan zitten en in alle openheid een plan uit te werken dat onze toekomst in La Louviere waarborgt.'

Bij de uitgang van Hoogovens UGB delen werknemers van de nabije Sphinx-dochter Novoboch pamfletten uit. Daarin worden de Boelwerkers opgeroepen om zaterdag a.s.in het plaatselijke voetbalstadion voor het begin van de competitiewedstrijd gezamenlijk te betogen tegen de lokale kaalslagprojecten van `les capitalistes Holandais'.

Novoboch-activisten nodigen me mee uit naar hun naburige bedrijf, dat tot voor kort keramische sanitaire producten fabriceerde en vorige week door de Hollands-Zweedse eigenaar Sphinx-Gustavsberg werd opgedoekt. Het is nu permanent bezet door de 226 met ontslag geconfronteerde werknemers en de Nederlandse topman Ed van der Kolk mag er niet meer in. De stalen toegangshekken van het onfortuinlijke bedrijf zijn niet alleen op slot, maar ook nog eens met zwaar materieel gebarricadeerd. De machines en de torenhoge voorraden toiletpotten gootstenen en bidets vertegenwoordigen immers een waarde van enkele tientallen miljoenen guldens. Die kunnen volgens de bezetters beter worden gereserveerd voor een doorstart of een goede afvloeiingsregeling dan voor het afbetalen van Novobochs op 30 miljoen begrote bankschulden.

Boven de met bezetters gevulde portiersloge wapperen rode en groene bondsvlaggen en ervoor hangt een grote tekening van een zinkend Novoboch-schip omringd door Hollandse haaien.

In de kantine, waar tientallen bezetters met animo kaarten of schaften, hangt een bord met de leuze `Opnieuw slaan de Hollandse kapitalisten toe'. Eronder afbeeldingen van een doodskop en een guillotine. “Dat is dus bedoeld voor kapitalisten en niet voor Hollandse journalisten', grapt bezettingsleider Mario Scioti. Een bezetter schreeuwt iets onverstaanbaars naar me. Als ik antwoord dat ik hem niet begrijp, roept hij wel verstaanbaar en onder gelach terug: “Daar hebben de Nederlandse bazen hier ook last van.'

Scioti vertelt hoe Sphinx het bedrijf in La Louviere in 1991 overnam en er tot 1997 zo'n 60 miljoen gulden in stak om er `de Mercedes van het sanitair' van te maken. Wat ging er fout? Volgens Sphinx werd de concurrentie uit Oost-Europa en Turkije letterlijk moordend. Scioti ziet het anders. “De Hollanders stuurden ons in zeven jaar tijd vanuit Maastricht elf directeuren en er was altijd een slechte supervisie vanuit Maastricht.' Maar diezelfde Hollanders staken toch tientallen miljoenen in Novoboch? “Klopt, maar ik denk dat ze ons in 1991 vooral hebben gekocht om concurrenten buiten de deur te houden en de Belgische markt te domineren.'

Sphinx-Gustavsberg eist nu dat de bezetting direct wordt opgeheven en dat er tot de definitieve sluiting per 31 december a.s. rustig wordt doorgewerkt in ruil voor een sociaal plan. “Schandalig' oordeelt Scioti, die deze week ook het distributiecentrum van Sphinx in Brussel door een dertigtal Novoboch-militanten liet bezetten. “Dat gaan ze in Maastricht goed voelen', voorspelt de bezettingsvoorman met La Louvieriaanse strijdlust.

Tony Judt van New York University schreef onlangs in Foreign Affairs harde woorden over linkse militanten in Europese `industrial wastelands' als Wallonie.

De hoogleraar: “Zij hebben geen duidelijke visie meer over een betere maatschappij en in afwezigheid daarvan verkeren zij in een permanente staat van protest. En aangezien het meest wordt geprotesteerd tegen de schade als gevolg van snelle verandering betekent links zijn er nu conservatief zijn.'

Is dit veel meer dan een deelwaarheid? Vroeger werd er door lokale industriebaronnen, vakbonden, socialistische politici en ondersteunende overheden te laat bijgestuurd en desnoods gesaneerd. Maar nu hebben veel Walen de impressie dat zij wat dit betreft van nieuwe buitenlandse machthebbers een onredelijke voorrangsbehandeling krijgen. Zie Hoogovens UGB of Novoboch.