Kindertheater in een wondere wereld

Petka en de Ik-figuur gaan naar Brazilie. Ze komen een bizon tegen en ze zien een kolibri in een palm zitten. Althans, dat denkt de Ik. Volgens Petka is het gewoon een mus in een dennenboom. En de bizon lijkt volgens hem meer op een koe met een belletje om zijn nek. “Dat doen de indianen' legt de Ik-figuur uit. “Ze vangen bizons, binden een belletje om hun nek en laten ze dan weer lopen.' Maar Petka blijft sceptisch. Hij vraagt zich zelfs af of ze wel in Brazilie zijn.

In de jeugdvoorstelling De muts van de man zonder hoofd van Artemis worden alle zekerheden doorlopend onderuit gehaald. Verhaallijnen worden abrupt afgebroken, dialogen ontsporen en de logica is ver te zoeken. We bevinden ons dan ook in de merkwaardige wereld van de Russische absurdistische schrijver Daniil Charms (1906-1942). Regisseur Moniek Merkx, die voor haar vorige stuk Bizon & Zn de Hans Snoekprijs kreeg bewerkte enkele van Charms' verhalen tot een collage-voorstelling. Zij putte vooral uit zijn kinderboek Nietes Welles.

Om de collage enige samenhang te geven, gebruikt Merkx als rode draad het verhaal van Ik (Manon Nieuweboer) en haar vriendje Petka (Niek van der Horst) die naar Brazilie gaan. Daarnaast lopen er twee circuswezens rond: De Kleinste Mens ter Wereld (Dorien Folkers) en De Lange (Bianca van der Schoot), die steeds over haar drie meter lange benen struikelt.

In snel tempo wisselen monologen, dialogen en verhaaltjes elkaar af. De Kleinste Mens zegt dat ze kan toveren, maar dat ze dat lekker niet doet. Ook probeert zij zichzelf te laten stikken in een koffer, om te bewijzen dat het leven sterker is dan de dood. De vier discussieren serieus over de vraag: wat komt eerder, de zeven of de acht?

De teksten beginnen zomaar en gaan nergens heen. `Niets is wat het lijkt' is het motto. Om dit te benadrukken heeft Merkx wat goocheltrucs in de voorstelling gestopt. Ook het decor van Sanne Danz zit vol verrassingen. Speelgoedautootjes rijden vanzelf zo nu en dan zweeft er een reusachtige ijsmuts door de lucht.

Merkx borduurt met haar nieuwe stuk voort op Soms verdwaal ik in een draak uit 1996. Toen maakte zij een verrassende collage van sprookjes.

Ook dat stuk zat boordevol kleine grappen en vondsten. Het ontbreken van een duidelijk plot, inherent aan de collagevorm, was toen geen bezwaar omdat de gesampelde sprookjes zo overbekend waren.

In de nieuwe voorstelling breekt de losse vorm Merkx echter op. De absurde teksten van Charms zijn te raar en verwarrend voor deze collage. Als een ijzeren raamwerk ontbreekt, heeft de kijker te weinig houvast. Ook de acteurs tasten enigszins in het duister. Zij missen nog enige snelheid en scherpte om de rare grappen van Charms goed te plaatsen. De Muts is grappig en bijzonder, maar blijft toch enigszins in de lucht hangen.