INVALLERS HEBBEN HET ZWAAR

JACQUELINE Metselaar (35) uit Aerdenhout krijgt het aan haar familie en kennissen maar niet uitgelegd. Ze wil dolgraag haar managersfunctie bij een supermarktketen verruilen voor een baan in het basisonderwijs, maar ze komt niet aan de slag. De kranten staan vol berichten over een toenemend gebrek aan leerkrachten en het ministerie schrijft 150.000 smeekbrieven aan `de stille reserve', dat zijn mensen die ooit een lesbevoegdheid haalden, maar niet werkzaam zijn in het onderwijs.

Ondanks het feit dat ze onlangs een opfriscursus met stage volgde bij de lerarenopleiding in Haarlem ziet Metselaar haar grote wens om voor de klas te staan nog steeds niet vervuld. ``Er staan weinig vacatures in de krant', stelt Metselaar vast. ``Als ik daarop schrijf word ik meestal niet eens uitgenodigd voor een gesprek. Ik ben er nu acht jaar uit. Ze vinden dat ik onvoldoende ervaring heb.' De acties van het ministerie om de stille reserve over te halen weer naar het onderwijs terug te keren vindt ze dan ook misleidend. ``Ze zijn niet eerlijk. Ze moeten zeggen dat er een tekort aan invalkrachten is, dat is tenminste duidelijke taal.'

Toen Metselaar zo'n elf jaar geleden de Pedagogische Academie — de voorloper van de huidige Pabo — afrondde was er geen werk in het basisonderwijs. ``We hadden een klas met 25 meiden en één jongen. Alleen die jongen vond meteen een baan, de meisjes zijn allemaal iets buiten het onderwijs gaan doen.' Metselaar begon `als een gek' te solliciteren, maar het enige dat ze kon krijgen was invalwerk. ``Dat deed ik ongeveer drie jaar in de hoop dat ik er een vaste baan aan zou overhouden. Maar toen was ik het zat. Je bent net gewend aan een klas of je kunt weer vertrekken. Bovendien krijg je vaak de keetklassen, want zo'n leraar is niet voor niets overspannen geworden. Twee keer heb ik voor langere tijd een eigen klas gehad. Heerlijk vond ik het.'

Op aanraden van het arbeidsbureau haalde Metselaar in de avonduren het diploma personeelswerk aan de sociale academie en ze ging aan de slag als manager in een supermarkt en verzorgt daarnaast trainingen voor het personeel. ``Ik vind het leuk om voor zo'n groep te staan, maar het is altijd kort en m'n hart gaat toch uit naar kinderen. Als je een eigen klas hebt, krijg je een band met je leerlingen, je ziet dat ze zich ontwikkelen.' Met de opfriscursus aan de Haarlemse Pabo hoopte ze haar kansen op werk in het onderwijs te vergroten. ``Maar ik kan niet m'n huidige full time baan opgeven voor los invalwerk. Ik woon alleen, ik moet er van leven.'

Steeds vaker hoort Ingrid Bartelsman, belast met de opfriscursussen aan de Haarlemse Pabo, dit soort geluiden. In 1988 startte deze Pabo met twee andere lerarenopleidingen in het land voor het eerst met opfriscursussen, omdat er toen al signalen waren dat er een tekort aan leerkrachten in het basisonderwijs zou ontstaan. Het ministerie van Onderwijs subsidieert de cursussen, die inmiddels aan alle Pabo's in het land worden gegeven. Maar wat in 1988 gold, geldt eigenlijk nog steeds: het tekort aan leerkrachten is een optelsom van overgeschoten losse uurtjes als gevolg van bijvoorbeeld ADV en klassenverkleining en van vervanging bij ziekte. ``Je hoort verhalen dat moeders met een lesbevoegdheid van het schoolplein worden geplukt om een zieke leerkracht te vervangen', aldus Bartelsman. Al enkele malen heeft ze meegemaakt dat deze moeders gepasseerd worden als er vast werk vrijkomt. ``Als invaller zijn ze goed genoeg, maar als er een vaste baan is krijgen ze die niet.'

Uit een onderzoek naar de kansen van `opgefriste' herintreders (1993-1996) in het basisonderwijs, vorig jaar gepubliceerd door het Leidse onderzoeksbureau Research voor Beleid, blijkt dat herintreders vooral in kleine baantjes zonder vaste aanstelling terechtkomen. De onderzoekers veronderstellen dat het hier vooral om invalwerk gaat. Van de herintreders die de opfriscursus volgden werkt 51 procent na afloop in het basisonderwijs; 36 procent van hen werkt minder dan twintig uur, en 35 procent werkt afwisselend meer of minder dan twintig uur. Maar liefst 70 procent heeft een tijdelijke aanstelling. Voor mensen met een onderwijsbevoegdheid die nu buiten het onderwijs werkzaam zijn, zoals Jacqueline Metselaar, is dit een weinig aantrekkelijk perspectief.

Zij blijkt niet de enige te zijn die een volle baan in het basisonderwijs ambieert, zo laten cijfers van het ministerie van Onderwijs zien. Van de 23.000 reacties die het ministerie op zijn noodkreet aan de stille reserve ontving, overwegen 17.000 mensen serieus weer les te gaan geven. Uit een enquête onder deze laatste groep blijkt dat 44 procent dan wel een full time baan wil hebben en aangenomen mag worden dat men ook liever in een vast dan in een tijdelijk dienstverband werkt. Van de geënquêteerden geeft 70 procent aan een opfriscursus te willen volgen alvorens de stap naar het onderwijs te zetten. De helft van hen is tussen de 35 en 45 jaar, 37 procent is ouder dan 45 jaar en 90 procent is vrouw.

Op het ogenblik worden er in het land regionale bijeenkomsten gehouden waar toekomstige herintreders zich kunnen oriënteren op een baan in het onderwijs. Onlangs was er ook zo'n bijeenkomst op de Haarlemse Pabo. Ingrid Bartelsman: ``Dat is allemaal heel flitsend. Over hoeveel tekorten er de komende jaren zullen ontstaan, afgewisseld met leuke videobeelden van scholen en verhalen over kinderopvang. Ondertussen hoor ik van herintreders: `Ik ben beschikbaar, maar er is geen werk'.' Een woordvoerder van het ministerie verklaart dat er landelijk gezien op dit moment inderdaad nog geen tekort aan vaste leerkrachten is, ook al kan dat per regio verschillen. Wel is er een nijpend tekort aan invalkrachten.

En invalwerk vinden de meeste herintreders nu eenmaal niet leuk, is de ervaring van Bartelsman. Ze willen een vaste groep, ze willen niet van hot naar her worden gestuurd. Al is er een klein deel dat het invalwerk gebruikt om te kijken bij welke school het aantrekkelijk werken is, want vaak rol je als invalkracht uiteindelijk wel in wat vaster werk. Bartelsman vindt invalwerk ongeveer het moeilijkste dat er is en sommige herintreders knappen er al snel op af. ``Tot 's morgens half acht weet je niet waar je aan toe bent die dag en de opvang van invalkrachten op de scholen varieert sterk. Soms staat iedereen al voor de groep en wordt de invalkracht door een leerling opengedaan. Als ze geluk hebben ligt er iets klaar, anders moeten ze aan de kinderen vragen waar ze mee bezig zijn.'

In een aantal steden, zoals in Amsterdam, is men er onlangs toe overgegaan om een groep geselecteerde invallers een jaarcontract aan te bieden. Er zitten nu zo'n 30 à 35 leerkrachten in deze pool, vertelt Fred Heinis van het Amsterdamse Bureau Servicetaken Onderwijs. ``Ze zijn overal inzetbaar, ze krijgen vakantiegeld en ze mogen in principe niet langer dan zes weken op een school blijven.' Dat laatste blijkt in de praktijk moeilijk uitvoerbaar, omdat scholen die een goede invaller hebben deze liever niet tussentijds weer laten gaan om vervolgens weer een nieuwe binnen te halen. Naast de poolers zijn er ook nog `kaartenbakkers', losse invalkrachten, en moeten de wachtgelders weer onder dak worden gebracht. Herintreders vindt Heinis minder geschikt voor de invalpool: ``Ze zijn in het algemeen ouder en langer uit het onderwijs. Daar is veel veranderd de laatste jaren. Je moet echt heel flexibel zijn als invaller, de jonkies die van de Pabo komen zijn daar geschikter voor.'

Ook Haarlem werkt inmiddels met een pool van invalkrachten die een jaarcontract krijgen. Maar jammer genoeg voor Jacqueline Metselaar zit deze al vol. Ze heeft nu nog haar hoop op Purmerend gericht. Voor een plaats als invaller met een jaarcontract is ze bereid haar vaste baan bij de supermarkt op te geven. Ze blijft optimistisch. ``Ik denk dat ik dan binnen een jaar wel vast werk heb, ook al ga ik een onzekere tijd tegemoet. Ik wil dolgraag terug naar het onderwijs, maar niet ten koste van alles.'