Hollands Dagboek: Peter Otto

Beeldend kunstenaar Peter Otto (43) verblijft met zijn gezin een jaar in het Van Doesburghuis, aan de rand van Parijs. De atelierwoning is een monument, in bezit van de Nederlandse staat. Architect Theo van Doesburg ontwierp en bouwde het huis in 1929/30.

Woensdag 14 oktober

Hier wonen is als zitten in een Rietveldstoel: een werkwoord. Gelukkig wonen wij in een bijzonder huis dat op een heuvel van Parijs staat. Lopen we de straat uit naar beneden dan is er het metrostation met uitzicht op de Eiffeltoren. 's Morgens kijken we daar altijd naar om te zien hoe het zicht is. Verderop een bidonville aan de snelweg. Kinderen met waterflessen. Opeengepakt op twee hectare. Scheurende auto's en ogenschijnlijk vertrouwd met het caravanleven. Waar begint PARIJS?

Het huis is als twee ineengeschoven betonnen dozen. Het atelier op palen en vijf meter hoog. Prachtig noordelijk licht. De andere helft is te bewonen, en we houden die situatie gescheiden. Wonen hier, werken daar. De barman van de Tonneau zei met lichtjes in zijn ogen dat men bij de aanbouw van dit huis dacht aan een groot uitgevallen bushokje. Een abri. De postbode loopt de straat al 32 jaar en vertelde anekdotes over zijn `bricolage' voor mevrouw Van Doesburg.

Vanmorgen uitgeslapen tot half acht. Snel ontbeten om de waterman voor te zijn. De watermeter werd vervangen in een onmogelijke hoek, met veel schuifwerk. Een letterpuzzel van dingen. Ik vertrok naar een debat in het Louvre. Over de vraag of Huizen van Le Corbusier Wittgenstein en Henry van de Velde voor het behoud als een museum moeten worden bewoond, of als museum worden bezocht. Van beide standpunten vele dia's en dezelfde droom of nachtmerrie. Die maken we dagelijks mee. Het bestuurslid van de Stichting Van Doesburg moet in functie overlijden om aan wijlen Theo van Doesburg te vragen of dit of dat in het huis mag worden veranderd. Ziedaar de paradox voor Het Monument. Ik zou dolgraag een schilderij ophangen, maar er mogen nergens gaten in de muren.

Regelmatig kijken we de statige portretten van Nelly en Theo in de bibliotheek aan en zeggen: “Dat zal toch van Theo wel mogen!'

In de pauze kocht ik aquarelverf en keerde terug naar het Louvre. Als iets bewijst dat museumbezoek industrie is, dan vooral dit museum. Een ramp als je wilt kijken naar iets speciaals. Het debat duurde te lang om het einde bij te wonen. Wij wonen niet in een mythe, maar in de realiteit. Wat de dag afsluit is het uurtje waarop ik lees in de Deense eerste druk van Alice in Wonderland. Zij doet zulke vreemde dingen. Ik zou altijd in m'n werk willen leven als zij doet. Het is een oud stripboek, dat ik speciaal voor Meudon kocht. De eerste kleurendruk met rasters. Het doorbladeren en lezen van het verhaal maakt alle bedelende mensen in de metro transparanter. Om niet somber te eindigen herinner ik me de accordeonist die in de metro ongekunsteld, zonder cliche, de Jazzwals van Sjostakovitsj speelde.

Donderdag

Drie uur in de nacht. Plotseling wakker door keihard geraas. Schrijf bij kaarslicht deze gedachte op over de `Schildersboot' van Monet. Het atelierbootje in de Seine dat Monet inrichtte om naar het water te kijken en te schilderen. Impulsief zei ik dat ik dat bootje ben. De Seine, het water: dat is alles om mij heen, dat is het leven waar je op drijft. Het komt erop aan in dat bootje zo goed mogelijk te werken. Het Kind en Ik. Dat is het mooie van de Kunst: het laat je ontdekken waar je bent.

De vroege vogels wandelen naar school. Oefenen hardop, in de maat van de passen, woorden met le en la. Daarna een Hollands liedje van Annie M..TE: Stapte uit een winkel recht op een bedelende vrouw, die huilend haar baby de borst gaf.

Wat maak ik daarvan klaar in het atelier. Ik wacht, werk hard en kijk. Verloor een spetter inkt waarmee alles veranderde. Tot laat gewerkt, dan naar vergadering met moeders die kinderkes laten schilderen in de schoolpauze. Op de terugweg hoorde ik rotganzen boven Parijs! Voor Willem Barentz dacht men dat rotganzen uit peulen komen, schiet het door mijn hoofd. Water. Zou Huysmans' vertaling nog eens willen lezen die Keller en Campert zo prachtig verfilmden. Het leven als de Seine die stroomt naar zee. Met de Russische film uit 1930 op Arte T.V. sluit ik om 1 uur af.

Vrijdag

`De Fransman is een babbelzieke lichtmis met op het menu kikkerbilletjes'. Dit heb ik uit Van der Starres: Vestdijk over Frankrijk. Een vergelijking die ik betrek op de meeste hedendaagse Franse Schilderkunst. Lichtvoetigheid die je bij Munch nooit zult vinden. Altijd violen op de achtergrond of de Duchamp-kraan wijd open. Zat ooit op nieuwjaarsnacht op een bankje dat clichematige gefeest te haten. Kan er nu beter tegen door het plezier te ervaren. Dat is de Fransman waar we niets van begrijpen. Dit is de paradox voor mijn werk.

Waarom werk ik dan hier in een Frans atelier? Om iets in mijn werk met luciditeit te maken tegenover de grote cliches van de dag. Zonder doel ben ik de zwervende toerist aan de Seine. Maar ik voel mij de luis in de pels. Nu zeg ik dat Fautriers zwart het mooiste zwart is dat ik ken. Maar zoveel verleden en overleden schilders in Frankrijk! Tant pis.

Na alle post gedaan te hebben met mijn vrouw, bekijken we dagelijks de nieuwe oogst van het werk. Zonder haar ben ik een wilde in de grot. 's Nachts drogen de tekeningen van de vorige dag. Vaste tijden en afspraken maken we voor dit dagdeel.

De duim omhoog of omlaag met weinig uitleg, soms met uitvoerige beschouwing. Na de pauze terug in het atelier tot half zeven. Op tv de Crucifixion van Picasso in beeldanalyse. Later dit dagboek en de policier met ondertitel. Leerde het klinkende woord: Rigolo. C'est Ri-go-lo voor Maf.

Zaterdag

Paniek. Kon geen geld opnemen bij de automaat. Verbinding verbroken. Waarom, daarom. Wij zijn begonnen aan een krankzinnige onderneming. Zonder vaste galerie, zonder constante inkomsten, staat er maar een ding te doen. Dat kan soms alles verlammen. Maar ook dit; probeer het beste te maken, anders is er niet. `Der Theo' dacht: laat achter wat je weet, geschiedenis is de verleden tijd, doe nu. Een goed parool. Hoorde dat Theo op het einde katholiek werd. Misschien voor het hiernamaals waar nog steeds veel wordt gebouwd.

Vanmorgen haalde ik mijn atelier leeg. Legde alles bijeen en zag de werken als een nieuwe stap dankzij deze locatie. De voorstelling balanceert tussen vlek en vorm met scherpe, geladen ondertoon als je nadenkt over de betekenis. Kleur kan dan veelzeggend zijn en geen franje. Wat een verrassende combinatie met mijn keramische beelden die op de betonnen tafel staan.

De middag voor een excursie. Bezochten het College Neerlandais van Dudok uit 1939. Gelukkig zijn er renovatieplannen. Want alles is sleets en vergaan. Na het Stadhuis in Hilversum dit gebouw dat de Fransen koesteren. Uitstekende lezing van de Nederlandse kenner Frisart en ontvangst door de directrice van het College. Zij ging speciaal naar Haarlem om J.P. Kloos te interviewen over zijn samenwerking met Dudok. Hoor zaterdags graag de compilatie-filmmuziek op Nova-radio. Sidney Poitier: `Who stole the Night-train, you answer me!' Ik hou van dit soort vreemde fragmenten.

Daar komen mijn titels uit voort. Met klein gezelschap 's avonds gegeten en een ontspannen tijd. Het weekeinde begonnen, en het is nu zes weken drijven op een ijsschots. Las dat Balzac in Meudon woonde en in 1838 schreef: `Ik plant 5000 ananassen in mijn tuin om met dit fruit uit de schulden te komen'. Dit werd later zijn bundel `Illusions perdues'. Helas.

Zondag

Als een dagboek vertelt over de innerlijke stem, dan vertel ik dat ik nooit en publique mijn broek zou laten zakken. Stel dat ik alles uitleg waarom ik dit of dat maak: dat is tegelijk een angst. Dan is de angel eruit. Wat is waar en wat is een verdichtsel. Ik probeer iets te maken dat mij van een zeker noodlottig gevoel bevrijdt, iets wat de moeite waard blijft om te maken, om te ervaren en om naar te kijken, omdat je het nooit kunt begrijpen. Der Beckmann: “Es lohnt sich zu schwitzen.' Hij maakte in exile in Amsterdam, grote triptieken op z'n eentje. Nu zit ik hier in het Van Doesburghuis, met de Franse cultuur een haat/liefde verhouding als uitdaging. Op deze heldere herfstdag bezoek van de gebroeders Frisart en vriendin. Iedereen die hier komt vraagt zich af hoe Nelly al die jaren woonde. Een ijskelder of bunker met weinig comfort? Wij zijn het eerste gezin dat hier woont. En dat valt mee. We hebben soms dat Jozef en Maria-gevoel. Altijd onderweg. Op ezel of zigeunerwagen. Mijn dochtertje viel een bloedneus op de betonnen vloer. Blijven nuchter. Eerst je hoofd eraf, dan bellen naar 112.

Maandag

Medicijndag. Iedereen kent de vrees voor een buitenlands ziekenhuis. Een schoolkeuring met toevallig TV2-opnamen. Verklaringen tekenen dat mag worden gefilmd. Si non, non. Toeters en bellen. Zuster in Chanelpakje met parelketting.

Zeer nauwkeurig onderzoek. 's Middags voor controle naar een ziekenhuis dat vlakbij ligt. Een verademing! Geen friteslucht en met een ijsje naar binnen. De Nederlandse zorg ten spijt: wij imbecielen denken dat we het noodlot keren door ziekzijn als FUN te verkopen. Ieder slechtnieuwsgesprek met een rijstevlaaitje op schoot. Hier jongens met een been: het ziekenhuis. Geen muziek of tijdschriften. Je komt voor wat je wilt weten. Alles een duidelijk doel en bij de kassa meteen afrekenen voor de vreemdeling. In de namiddag terug in het atelier en geconcentreerd verder. Maak eerst werk af dat ik niet goed vind. Mijn manier om een vloekend werk te maken als contrapunt. Ontdekte hoe schurkachtig een NL-huisbaas kan zijn. Wil ons het huis uitzetten. Moest gemeente Arnhem bellen voor opheldering. Geschokt door dit soort toestanden komt er zo'n crisis waarop mijn werk gewoon zegt: kom we gaan verder, komt tijd komt raad. Rilkes Laurids Brigge weer tevoorschijn gehaald. Daar knap ik wel van op na vandaag.

Dinsdag

Dat Franse kinderen schaatsles krijgen in een ijshal is echt waar. Met de muts op, capuchon erover en dan een helm op. De school maakt er tijd voor, en zo leert mijn dochter met de Franse slag schaatsen. Op school is het: Discipline en Respect, met hoofdletters. Viergangenmenu voor het overblijven en een soort chipkaart om te betalen. `C'est l'Europe', als iets niet werkt. 's Nachts verdonker ik nog de slaapkamergordijnen met een lange broek en een dekbedovertrek. C'est l'Europe. De Stichting Het Van Doesburghuis - die de kunstenaars selecteert en het beheer regelt - komt op 6 november hier vergaderen over onderhoud en dat soort zaken. Het huis is in slechte staat: de verf bladdert aan de buitenkant af, bij het dak zit betonrot.

De glazenwasser, mijnheer Florin, leg ik over mijn werk uit. Hij weet meteen wie Goya is. Gewone werkdag.

Weggooien en overhouden.

Woensdag 21 oktober

Een onvergetelijke dag door het bezoek aan de kapel van het Salpetriere. Met drie spiegelende schalen en een gouden beeld maakte Anish Kapoor een hallucinerende installatie. Aan de wortels van de psychiatrie een spirituele ervaring. Daarna wordt de stad een ontdekking. Ik krijg nieuwe ogen dankzij Kapoor. Alles praat met elkaar. De bruggen over de Seine (Eugene Le Roy), de rookpluimen uit de schoorstenen (Kounellis), de oude huizen; het verleden dient het nieuwe. Terug in het atelier dat prachtige Parijse licht dat mij enorm productief maakt. Ik ben blij een jaar in dit huis te kunnen werken. Contemplatie en uitvinden. Fantastisch dat van alle kanten mensen ons hierbij steunen. Dat helpt bij bizarre situaties. De Telecom belde of mevrouw Van Doesburg thuis is. Nou neen, zij is overleden (1975). En is mijnheer er dan (1931)? Zo weet je nooit zeker welke tijd het is.