Het inkomen van...; de uitzendkracht

Voor uitzendkrachten gaat er volgend jaar veel veranderen. Met de komst van de wet `Flexibiliteit en zekerheid' krijgen zij een sterkere rechtspositie. Tegelijk met de wet, die op 1 januari in werking treedt moet een nieuwe, vijfjarige uitzend-CAO van kracht worden. De onderhandelingen hierover zijn al een half jaar aan de gang en moeten eigenlijk deze maand worden afgerond. Struikelblok is de beloning van uitzendkrachten. De vakbonden willen dat zij hetzelfde salaris krijgen als vaste werknemers van het `inlenende' bedrijf. De werkgevers houden echter vast aan de (vaak lagere) garantielonen uit de bestaande CAO voor uitzendkrachten.

In de huidige situatie krijgen uitzendkrachten in principe een `basisuursalaris' dat is gerelateerd aan hun leeftijd, functieniveau en ervaring. De laagste vier schalen komen overeen met het wettelijk minimumloon voor 23-jarigen (13,32 gulden bruto per uur), de overige lopen op tot maximaal 33,70 gulden. In de praktijk krijgen uitzendkrachten vaak een hogere beloning, afhankelijk van de bereidwilligheid van de opdrachtgever om meer te betalen.

Van de garantielonen kan ook worden afgeweken als een bedrijfstak zijn CAO aanmeldt bij de Stichting Meldingsbureau Uitzendbranche (SMU). In dat geval worden uitzendkrachten betaald volgens de loonafspraken in de desbetreffende bedrijfstak-CAO. Dit geldt bijvoorbeeld voor schoonmakers, slagers, taxichauffeurs en medewerkers van woningcorporaties. Het is ook mogelijk dat zij minder verdienen dan het `basisuursalaris' voor uitzendkrachten. Momenteel zijn ruim 30 van de meer dan 1.200 CAO's in Nederland aangemeld bij de SMU.

De vakbonden willen eigenlijk dat alle uitzendkrachten hetzelfde salaris krijgen als vaste medewerkers bij een bedrijf. In het voorjaar verwachtten de sociale partners nog dat zij snel een compromis konden sluiten. Daarin zouden werkgevers uitzendkrachten een paar maanden volgens de uitzend-CAO betalen en vervolgens een hoger loon. Vakkrachten, zoals in de bouw, zouden zelfs vanaf de eerste dag dezelfde beloning krijgen als vaste krachten. Na een half jaar onderhandelen is een akkoord echter nog niet in zicht.

Het CNV ging anderhalve week geleden over tot de aanval. CAO-coordinator D. Terpstra riep zijn onderhandelaars op met alle bedrijfstakken aparte afspraken te maken via de SMU. “Om te zorgen dat de positie van de uitzendkrachten beschermd wordt, roep ik op tot een offensief', aldus Terpstra.

“Als binnen een maand nog geen vooruitgang is geboekt bij het CAO-overleg, kiezen we voor een alternatieve route.'

CAO-coordinator H. van der Kolk van hetFNV vindt het niet verstandig de werkgevers op deze manier onder druk te zetten. Het overleg loopt immers nog. “Het lijkt net of de afgelopen tijd geen afspraken zijn gemaakt', aldus Van der Kolk. “Maar ook als er geen nieuwe uitzend-CAO komt, is dat geen ramp. Sinds 1 juli is namelijk een wet van kracht waarin staat dat uitzendkrachten dezelfde beloning krijgen als vaste werknemers van de opdrachtgever, tenzij in de CAO iets anders is vastgelegd. Deze wet fungeert dus als vangnet.'

De Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU), waarbij 90 procent van de uitzendbureaus is aangesloten, betreurt de plotselinge koerswijziging van het CNV. “Er is afgesproken dit in de Stichting van de Arbeid uit te werken. Dan moet je niet, als het niet zo soepel loopt, via een omweg proberen je zin te krijgen', aldus woordvoerster A. Spaans van de ABU. “Het zou vreemd zijn als de vakbonden aparte afspraken gaan maken met de verschillende bedrijfstakken, zonder de uitzendbranche daarbij te betrekken.' Zij waarschuwt dat op deze manier de ondergrens voor de lonen dreigt te verdwijnen: “Als er geen CAO komt, dan is er ook geen garantieloon meer voor uitzendkrachten.'

De beloning van uitzendkrachten is al jaren een strijdpunt tussen de vakbonden en de uitzendbranche. Per uitzendbureau kan het namelijk nogal schelen wat een uitzendkracht verdient. Randstad hanteerde tot 1996 zelfs een eigen honoreringssysteem. Het uitzendbureau vond het onrechtvaardig dat mensen die meer werkten, per uur minder overhielden, omdat zij zwaarder werden belast.

Randstad betaalde alle uitzendkrachten gelijke netto uurlonen. Hierdoor kregen voltijd- en deeltijdkrachten verschillende bruto salarissen.

Volgens de vakbonden had Randstad financieel voordeel van het systeem, omdat voor mensen die relatief weinig werkten minder afgedragen hoefde te worden aan de fiscus en de bedrijfsvereniging. Bovendien zou het verschil in bruto uurloon in strijd zijn met de wet op gelijke behandeling van voltijd- en deeltijdwerknemers. Randstad noemde de kritiek “flauwekul', maar ging uiteindelijk onder druk van de bonden toch over op de bruto uurlonen.

De 23-jarige Satna Sewdihal-Jibodh ondervond ook problemen met de beloning toen zij een jaar geleden voor Randstad werkte. Het uitzendbureau wilde haar als datatypiste betalen terwijl zij eigenlijk werkzaamheden verrichtte die hoorden bij de functie van administratief medewerkster. Bovendien kreeg Satna ondanks een behoorlijke scholing een laag salaris: “Ik wilde het geld dat ik in mijn opleiding heb gestoken, terugzien in mijn salaris. Daar heb ik toen flink achteraan gezeten. Pas na veel gezeur kreeg ik waar ik recht op had.'

Satna werkt sinds twee maanden als incassomedewerkster bij een grote verzekeringsmaatschappij, via een ander uitzendbureau. “Wat betreft de uitbetaling merk ik zeker verschil. Ik word nu wel behandeld als een volwaardige werkneemster en daarbij wordt rekening gehouden met mijn opleiding en capaciteiten.'

Met de nieuwe regels voor uitzendkrachten, die volgend jaar ingaan krijgt Satna niet meer te maken. De verzekeringsmaatschappij heeft haar inmiddels een jaarcontract aangeboden.