Heilzaam uitzweten; Met het Agusta-proces rekent Belgie af met een oude politieke cultuur

Schuldig aan corruptie, luidt de aanklacht in het smeergeldproces dat begin september in Brussel begon. De socialisten zouden miljoenen francs hebben aangenomen van helikopterbouwer Agusta en vliegtuig- fabrikant Dassault, in ruil voor overheids- opdrachten. Een hele generatie Belgische politici zit in de beklaagdenbank.

Ze bleef hem `Monsieur le President' noemen. Voor de rest liet de openbaar aanklager in het Agusta-proces weinig heel van de reputatie van de eens oppermachtige voorzitter van de Parti Socialiste, de 67-jarige Guy Spitaels. Binnen zijn partij had Spitaels zo veel macht dat `de kleine soldaten' hem God noemden, betoogde procureur-generaal Eliane Liekendael vorige week in haar requisitoir. Om te vervolgen met de retorische vraag: “Is het denkbaar dat deze Spitaels niet afwist van het vuile geld dat Agusta en Dassault betaalden?'

Zelf vergeleek Liekendael de voormalige partijvoorzitter - en nog altijd minister van Staat (adviseur van de koning) - liever met Mefisto, de duivelsfiguur van Faust. Ze refereerde aan het pijnlijke moment in het proces, toen Spitaels probeerde zichzelf vrij te pleiten door de (eveneens verdachte) voormalige penningmeester van zijn partij af te schilderen als een oplichter. “Al die jaren dacht de kleine soldaat oprecht dat hij in de buurt van God was', haalde Liekendael uit. “Maar het was niet God, het was Mefisto.'

Hoe diep zijn ze gevallen: niet alleen `Dieu' Spitaels maar ook de voormalige secretaris-generaal van de NAVO, Willy Claes, en oud-minister van Defensie Guy Coeme. Sinds begin september zitten de voormalige toppolitici bijna dagelijks in de beklaagdenbank in het Agusta-Dassaultproces rond het mogelijk aannemen van steekpenningen eind jaren tachtig door de Vlaamse en de Waalse socialistische partij. Net als de negen overige verdachten moesten ze vragen beantwoorden over hun vermeende betrokkenheid bij corruptie en horen hoe het openbaar ministerie beschuldigingen over hen uitstortte. Als ze ongevraagd het woord wilden, moesten de drie ex-ministers hun vinger opsteken.

Om tijdens de korte pauze een plastic bekertje koffie te bemachtigen moesten ze tussen journalisten en advocaten dringen voor een automaat in de tochtige hal van het justitiepaleis. Bij terugkeer in de rechtszaal duwde Spitaels eens zijn lege bekertje in de handen van een zaalwachter alsof het zijn bediende was.

Gezien de omstandigheden beten ze nog waardig van zich af. Spitaels leek onbewogen, hooghartig zelfs. Coeme steunend op de rode ordners die hij telkens voor zich uitstalde verdedigde zich breedsprakig. Ook Claes, die zich dit voorjaar al had gestort op het 160.000 pagina's tellende Agusta-dossier, was tot in de details voorbereid. Zo maakte hij in een nauwgezette opsomming duidelijk dat hij Agusta-topman Raffaelo Teti niet kan hebben ontmoet in januari 1989 toen hij minister van Economische Zaken was. In het hem typerende taalgebruik legde Claes uit dat hij de bewuste dag `klavier speelde' in een televisieprogramma en dat hij, als hij `louche zaakjes' te regelen had, dit toch niet op zijn ministerie zou hebben gedaan.

Kennelijk niet onder de indruk van de persoonlijke verdediging van de drie voormalige ministers, bleef de openbaar aanklager bij haar standpunt dat zowel de Vlaamse als de Waalse socialisten zich schuldig hebben gemaakt aan corruptie. Dat de partijen geld hebben ontvangen van Agusta en Dassault rond de tijd dat de overheid er bestellingen plaatste, is zeker. Maar harde bewijzen dat het om corruptie gaat, heeft Liekendael niet. Giften van bedrijven waren eind jaren tachtig toegestaan, zo lang er geen wederdiensten tegenover stonden. “Corruptie is nu eenmaal moeilijk te bewijzen', zei advocaat-generaal Jean Du Jardin, de rechterhand van Liekendael, maar volgens hem zijn er “te veel toevalligheden om nog toevallig te zijn'.

Na haar felle pleidooi eiste Liekendael in verhouding milde sancties: voorwaardelijke gevangenisstraffen en ontzetting uit de politieke rechten voor een periode van vijf jaar. De verdachten zijn al gestraft, meent ze. Sommigen moesten ontslag nemen uit hun hoge functie, anderen hebben in voorarrest gezeten. Als verzachtende omstandigheid haalde ze aan dat er in de jaren tachtig nog geen wet op de partijfinanciering bestond en dat partijen veel geld nodig hadden om hun dure verkiezingscampagnes te betalen. Zelfs Spitaels moet volgens haar kunnen rekenen op clementie. Hoewel ze ook opmerkte dat Monsieur le President, als hij geen parlementaire onschendbaarheid had genoten ongetwijfeld al “het genoegen zou hebben gehad kennis te maken met een gevangenismatras'.

Miljoenengiften

De afgelopen weken werd duidelijk dat het Agusta-proces gaat om meer dan de schuld van de twaalf verdachten: het is de afrekening met een oude politieke cultuur, waarin het bedrijven was toegestaan de partijkassen te spekken. Pijnlijk legt het proces bloot hoezeer de Belgische politiek en het bedrijfsleven in de jaren tachtig waren verknoopt: miljoenengiften als die van Agusta en Dassault waren wettig, zo lang niet kan worden bewezen dat ze gegeven werden in ruil voor overheidsaanbeste- dingen. Het proces toont aan hoeveel er mogelijk was in die tijd, toen giften van bedrijven zelfs fiscaal aftrekbaar waren.

Het lijdt weinig twijfel dat ze voor hun giften een of andere wederdienst verwachtten, op korte of lange termijn. Alle Belgische partijen, met uitzondering van de groene, maakten van dit systeem gebruik. Pas in 1993 kwam er een volledig verbod op giften van bedrijven aan partijen.

Het Agusta-proces past in een behoefte tot zuivering waar de Belgische bevolking de laatste jaren om roept, in de nasleep van de vele affaires die in 1996 culmineerden in de zaak rond de van kindermoorden verdachte Marc Dutroux. Massaal kwamen de Belgen twee jaar geleden op straat met de eis dat de schuldigen, ook de `hooggeplaatsten', moeten worden gestraft. In het Agusta-proces lijkt dit nu te gebeuren. “Je kan dat als politicus natuurlijk best missen' antwoordde onlangs premier Jean-Luc Dehaene aan het weekblad Knack op de vraag of het Agusta-proces heilzaam is. “Maar het kan heilzaam zijn om zoiets uit te zweten, want de maatschappij leert dat politici niet boven de wet staan - hoewel zij lang die indruk had.' Toch houdt het proces ook een gevaar in, meent de premier. “Het versterkt het negatieve imago van het politiek bedrijf en het verbergt dat dergelijke praktijken tot het verleden behoren.'

Een socialistisch politicus merkte onlangs op dat het nog het beste zou zijn als zijn partijgenoten inderdaad worden veroordeeld. Anders zouden de Belgen, met hun diep geworteld wantrouwen tegen `hooggeplaatsten', toch de indruk hebben dat hooggeplaatste socialisten weer bescherming genieten. Bij een veroordeling daarentegen zouden ze kunnen denken dat andere partijen, die toch ook giften ontvingen van bedrijven, ten onrechte niet worden gestraft. In die redenering zou een veroordeling de socialisten zelfs goed uitkomen, in de aanloop naar de verkiezingen van juni volgend jaar.

Politiek feuilleton

Het is wel de vraag of het imago van de socialisten niet zwaar te lijden heeft onder het Agusta-proces nu het wekenlang als een politiek feuilleton in het nieuws is geweest.

Met als een van de hoogtepunten het `gastoptreden' twee weken geleden van Europees Commissaris Karel van Miert en de oud-ministers Louis Tobback en Frank Vandenbroucke. De drie Vlaamse socialisten kwamen getuigen dat de top van de Socialistische Partij pas in 1989 op de hoogte werd gesteld van het aanbod van een miljoenengift van Agusta, dus nadat de regering in december 1988 een order had geplaatst bij de helikopterbouwer. Procureur-generaal Liekendael liet weten dat ze daarvan niets gelooft. Het openbaar ministerie ging nog net niet zo ver het drietal te beschuldigen van meineed, maar advocaat-generaal Du Jardin noemde hun verklaringen “bijzonder problematisch'.

Ontluisterend waren ook de confrontaties tussen de verdachten, vooral aan Franstalige kant. Zo zei de voormalige kabinetsmedewerker van Guy Coeme, Jean-Louis Mazy, dat de Parti Socialiste al voor Agusta had gekozen nog voordat de laatste onderhande- lingsronde was ingegaan. Daarom zou Mazy, die nog contacten onderhield met Aerospatiale, buiten spel zijn gezet. Coeme beschuldigde daarop zijn oud-medewerker dubieuze contacten met lobbyisten te hebben onderhouden. Mazy zou bovendien op een `walgelijke manier' zijn verdediging hebben veranderd. Het hele proces geeft een weinig verheffend beeld van de socialisten in het bijzonder en de Belgische politiek in het algemeen in de jaren tachtig.

Oorlog van de machten

Behalve een afrekening met een politiek verleden, toont het Agusta-proces de vertroebelde verhouding tussen de Belgische politiek en justitie. Aan het eind van haar requisitoir, het laatste voordat ze met pensioen gaat haalde procureur-generaal Liekendael uit naar de politici die nu de macht hebben.

Met de onlangs, in de nasleep van de affaire-Dutroux voorgestelde hervormingen bij justitie, komt volgens haar de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in gevaar. “Ik weet niet of de rechtsstaat, waarin ik zo lang heb geloofd, nog lang zal bestaan' dreigde Liekendael.

Ze sloot hiermee aan bij de kritiek van meer hoge magistraten dat de regering overhaast hervormingen doorvoert die de scheiding der machten aantasten. Hun kritiek geldt met name een Hoge Raad voor Justitie, die externe controle moet gaan uitoefenen. De angst dat hun onafhankelijkheid wordt bedreigd, is overigens nogal dubbelzinnig voor magistraten die jarenlang hebben genoten van een systeem van politieke benoemingen. Heftig protest volgde op de uitval van Liekendael. Socialistisch fractieleider Louis Vanvelthoven had de indruk “dat mevrouw Liekendael als een gefrustreerde oude dame aan de vooravond van haar pensioen nog de laatste maal de show wilde stelen'.

Inmiddels heeft Liekendael in een brief aan de minister van Justitie haar uitval genuanceerd. “De laatste dagen was er een oorlog van de machten. Wij zijn niet uit op zo'n oorlog', schreef ze. Als de wetten eenmaal zijn goedgekeurd, zo beloofde ze, zal de top van de magistratuur deze loyaal uitvoeren.

Na een schorsing van een week, waarin de verdediging zich kon voorbereiden, wordt maandag het Agusta-proces hervat. Dan is het woord aan de advocaten van de verdachten, die naar verwachting zo'n drie weken zullen besteden aan hun verdediging. De uitspraak van het Hof van Cassatie kan dan vallen voordat Liekendael half december met pensioen gaat, hoewel advocaten niet uitsluiten dat het ook begin januari kan worden. De indruk is dat de advocaten met zeer overtuigende argumenten moeten komen om hun clienten vrij te pleiten.

Een politieke comeback voor Spitaels en Claes lijkt er niet meer in te zitten. Daarmee wordt de Agusta-affaire wat Louis Tobback bij het uitbreken ervan in 1995 al aankondigde. “Het einde van een politieke generatie. Mijn generatie.'