Geen last van overspel; TORENVALK VOERT AL PAREND KWALITEITSTEST UIT

Vogelpartners stellen elkaar door middel van de geslachtsdaad vaak genetisch en fysiek op de proef. Dat geldt in het bijzonder voor de vrijwel monogame Amerikaanse torenvalk.

BIJ VEEL vogelsoorten paren de partners binnen een gevestigd stel opvallend vaak. Evolutionair gezien doen ze dat niet omdat ze het zo aangenaam vinden, al is dat ongetwijfeld het geval. De vraag is: waarom is dat gedrag blijkbaar zo belonend - waar zit 'm hier de aanpassing? Sommige soorten roofvogels paren wel vier- tot zeshonderd keer per legsel veel meer dan nodig is voor de bevruchting.

Ook torenvalken zijn zulke veelpaarders. Bij de Amerikaanse torenvalk (Falco sparverius) hebben Canadese onderzoekers in zuidelijk Quebec nu de gang van zaken oplettend gevolgd. Net als de Nederlandse torenvalk broedt deze soort in afzondering, zonder al te nabije buren. De onderzoekers legden het copuleergedrag van zestien solitair nestelende paren vast, waarna ze het daadwerkelijk bereikte biologisch vaderschap door DNA fingerprinting vaststelden; dat laatste deden ze bij in totaal 21 torenvalkpaartjes. De onderzoekers kunnen met die gegevens vaak opgevoerde hypothesen over schijnbaar wat overdreven paarlust op rij afwerken (Animal Behaviour 56/2, 1998).

Zo ging de vaderschap-verzekering-hypothese niet op. Die suggereert dat de mannetjes vaak willen paren om te voorkomen dat zij ook in genetisch opzicht het slachtoffer worden van overspel. Mogelijk kwaad zouden zij dus door een overdaad aan bevruchtingen in de kiem - of eigenlijk, al voor de kiem - willen smoren. Maar deze sperma-competitie speelde in het geval van de valken geen rol. Er waren heel weinig overspelige paringen; het ging daarbij om minder dan een procent van alle copulaties. Ook was er geen toename in paarlust tijdens de vruchtbare periode van de vrouwelijke vogel. En wanneer die kritische periode naderde, nam ook de intensiteit waarmee de mannelijke torenvalk zijn partner gezelschap hield en met een scherp oog voor sociale contacten bewaakte, niet toe.

Ook de direct-materieel-voordeel-hypothese kon wat deze roofvogel betreft worden weerlegd. Die veronderstelt dat vrouwelijke dieren seksuele toegang ruilen voor voedsel, bijvoorbeeld een goede vleermuis. Maar van directe ruilhandel was in ieder geval geen sprake; de meeste paringen vonden zonder voedseloverdracht plaats.

De vrouwelijke partnerbewaking-hypothese ging evenmin op. Volgens die gedachte zouden vrouwtjes hun mannetje afleiden van andere copulatie-gelegenheden door veelvuldig zijn seksuele aandacht te vragen. Ook hier geldt als tegenargument dat torenvalken zelden overspel plegen maar veelzeggender is dat vrouwtjes en mannetjes ongeveer even vaak de aanzet geven tot een paring. Kortom, ook die hypothese konden de Canadezen verwerpen. Dat kwam goed uit, want zelf waren zij van te voren al gecharmeerd van de nu overgebleven partnerbeoordelings-hypothese. Die voorspelde de uitkomsten van het begluren van de vogels het best. De partners stellen elkaar volgens die benadering veelvuldig op de proef wat betreft fysieke en vermoedelijk genetische kwaliteit, en copulaties zijn daarvoor een handig middel. Daarvoor pleit dat copulaties bij Amerikaanse torenvalken al tijdens de paarvorming in de niet-vruchtbare periode frequent voorkomen. Ook het feit dat noch mannelijke en vrouwelijke vogels, noch verschillende paren veel verschillen in paarlust steunt die zaak. En dan was er nog de ondersteuning door de vaderschapsanalyse. Er was in alle nesten maar een geval van bevruchting van de eieren door een andere dan de aanvankelijke partner - en dat kwam doordat die laatste dan ook volledig vervangen was.

Al die argumenten pleiten overigens ook voor een ouderwetse benadering met een iets minder zakelijk accent.

Monogame roofvogels zijn voor hun broedsucces sterk afhankelijk van de paarband, en die onderhouden ze nadrukkelijk. Dat geldt in het bijzonder voor vogels die niet uitblinken in ritueel vertoon, zoals torenvalken. Zij hebben nauwelijks overspel-dreiging aan het hoofd, maar moeten en mogen zich als partner wel bewijzen.