Filmdistributeur Concorde failliet

De Haagse rechtbank heeft afgelopen dinsdag het bezwaar in hoger beroep tegen de faillissementsaanvraag van filmdistributeur Concorde Entertainment Group (CEG) afgewezen. Een dag later werd ook het definitieve faillissement van Concorde Film Holding uitgesproken. In mei van dit jaar was CEG al failliet verklaard, maar de rechtbank verleende tot twee keer toe uitstel bij de behandeling in hoger beroep. Volgens de bewindvoerder mr. Udink wijst deze ongebruikelijke gang van zaken al op het bijzondere karakter van de zaak. Hij wijst daarbij op het maatschappelijke belang van het voortbestaan van een van de laatste grote onafhankelijke filmdistributeurs in Nederland en het belang van de catalogus aan filmrechten. Udink meent dat de afwikkeling van het faillissement de weg vrijmaakt voor een eventuele doorstart.

Over de financiering van die doorstart wordt al enige maanden onderhandeld met een Amerikaanse bank, de Imperial Bank, die onder een aantal voorwaarden bereid is de crediteuren van Concorde tegemoet te komen en de uitbreng mogelijk te maken van bioscoopfilms, waarvan Concorde de Nederlandse bioscooprechten verworven heeft, zoals Woody Allens Deconstructing Harry en David Mamets The Spanish Prisoner. Volgens de curator zijn op een na alle licentiegevers bereid mee te werken aan een dergelijke oplossing en gaat Imperial Bank binnen twee weken een beslissing nemen. Dat besluit is mede afhankelijk van onderzoeken Opsommingen in de krant gemarkeerd met zwarte stippen naar de te verwachten cash-flow-situatie. Ook ligt het in de verwachting dat Concorde in dat geval niet meer als eenmansbedrijf van oprichter-eigenaar R. Wijsmuller, maar als vennootschap zal voortbestaan, met gebruikmaking van wat Udink omschrijft als `de bijzondere eigenschappen van Wijsmuller'.

Indien de doorstart mislukt, zal de bewindvoerder de schuldeisers betalen uit een verkoop van de filmrechten aan derden. Het totaal aan schulden van Concorde zou meer dan twintig miljoen gulden bedragen.