Eigenzinnig; Arnold Peter van Walsum

Misschien hebben de goede vrienden Peter van Walsum en Frits Bolkestein deze week aan de telefoon een beetje zitten lachen.

Want het is een mooi toeval dat de ambassadeur in Bonn nu de zetel in de Veiligheidsraad gaat bezetten waarvan Bolkestein nog maar kort geleden toen hij afscheid nam als VVD-leider, grappenderwijs zei dat hij er wel voor in aanmerking wilde komen.

Voor mr. Arnold Peter van Walsum, een diplomaat die met zijn 64 jaar op de rand van de pensioengerechtigde leeftijd zit, is de benoeming tot ambassadeur bij de VN de bekroning van een toch allang geslaagde carriere. Want de zoon van een Rotterdamse burgemeester die van de CHU `doorbrak' naar de PvdA is erkend zwaargewicht in het Nederlandse diplomatencorps. Hij heeft eerder bij de VN in New York gewerkt, namelijk als eerste secretaris van de Nederlandse vertegenwoordiging daar ('70-'74), een tussenstation in een loopbaan die hem - met Haagse onderbrekingen - langs Parijs, Boekarest, New Delhi, Londen, Brussel, Bangkok en Bonn voerde.

Van Walsum, vroeger lid van de PvdA, heeft laten merken a man of his own mind te zijn. Hij was als woordvoerder van de belangenvereniging van het (hogere) personeel van Buitenlandse Zaken niet te beroerd om, ook in de media, van mening te verschillen met de leiding van het ministerie. Of om vaak puntige artikelen te schrijven over zijns inziens verkeerde opvattingen van de ene of andere partij (doorgaans: de PvdA).

Eerste beleidsadviseur van de ministers Van den Broek en Kooijmans was Van Walsum tussen 1989 en 1993, toen hij op het ministerie als directeur-generaal politieke zaken de stammenstrijd op weg naar het Verdrag van Maastricht (eind 1991) de baas moest helpen blijven. Gezien die rol, en de animositeit die zich had ontwikkeld tussen Van den Broek en diens toenmalige Duitse collega, Genscher, mocht het verrassend heten dat Van Walsum in 1993 als ambassadeur naar Bonn ging.

Daar zorgde hij direct voor een diplomatiek novum door de Duitse haast om Slovenie en Kroatie te erkennen, openlijk te kritiseren. Maar dat maakte hij in volgende jaren meer dan goed.

Bijvoorbeeld door zijn verzoenend werk toen Nederlanders onder het motto `Ik ben woedend' (over de behandeling van vreemdelingen in Duitsland) massaal kaarten naar Bonn stuurden. Of toen uit enquetes bleek dat jonge Nederlanders een fiks gebrek aan kennis over hun oosterburen paren aan negatieve oordelen over hen. Zo gezien gaat hij in New York een `rustige tijd' tegemoet.