EEN MARATHONSCHAATSER IN ZAKEN

Falko Zandstra (26) heeft zijn draai in het marathonschaatsen nog niet gevonden. Twee keer haakte hij voortijdig af in een wedstrijd van honderd ronden. “Er zijn er die het mij niet gunnen dat ik het red.' Maar buiten het ijs is de jonge directeur gelukkig.

In 1993 had hij de op een na grootste fanclub van Nederland. Alleen Rene Froger kon toen bogen op meer aanbidders. Als enige Nederlandse schaatser klopte hij de latere olympische superkampioen Johann Olav Koss nog wel tijdens een wereldkampioenschap op Noors grondgebied. Op de dag dat hij de eerste van zijn twee Europese titels behaalde, werd in Thialf tot ergernis van de ISU-officials het Friese volkslied gespeeld. De populaire Falko Zandstra leek een kampioen voor jaren, maar zijn heerschappij duurde kort.

De laatste seizoenen op het ijs waren een martelgang voor de voormalige Friese schaatskoning. Deze lijdensweg blijkt nog niet ten einde. Tevergeefs probeerde de `gespierde spijker' tot nog toe aan te klampen in het marathonpeloton. “Ik heb het ontzettend naar mijn zin in de Wehkamp-ploeg', zegt hij desondanks. “Ik heb een bescheiden contract. Daar zou ik niet van kunnen leven, maar het is toch mooi meegenomen. Vandaar dat ik er alles aan wil doen om deze discipline onder de knie te krijgen. Ik ben niet gewend wedstrijden te rijden die langer zijn dan tien kilometer. Men zal mij de tijd moeten gunnen.'

Die krijgt Zandstra van de sectie marathon van de KNSB. In tegenstelling tot wat hij zelf veronderstelt kan hij niet degraderen naar de B-rijders. Er worden geen marathonschaatsers teruggezet. Jaarlijks vindt er een afvloeiing plaats via natuurlijk verloop, waardoor steeds tien rijders kunnen promoveren.

Ze zitten hem niettemin nog wel eens dwars in het peloton. “Er zijn er bij die het mij niet gunnen dat ik het red. Soms krijg ik even een duwtje. Of ze snijden me af in een bocht, want ze weten dat ik daar nog van schrik. De rijders die dat doen zijn kennelijk gefrustreerd dat ze het bij de allrounders niet hebben gered.' Hij kreeg ook positieve reacties.

“In Amsterdam ontmoette ik Dries van Wijhe die zei: `Ik vind het al knap dat je het veertig ronden volhoudt. Gewoon doorgaan.' Streekgenoot Tanno Bok geeft me geregeld aanwijzingen. De tempowisselingen breken me het meeste op. Een allrounder rijdt altijd in een tempo. Eigenlijk is deze discipline nog zwaarder dan het allroundschaatsen. Veel zwaarder. Ik lees dat ik het heb onderschat. Daar is helemaal geen sprake van geweest. Ik wist wat me te wachten stond. Voor mijn eerste marathon in Utrecht was ik ook heel nerveus.'

Naar het allroundschaatsen keert Zandstra niet terug. Hoogstens zien ze hem nog als hij op de Spelen in Salt Lake City (2002) een gooi doet naar het olympisch goud op de vijf en tien kilometer. “Coach Jan Wiebe Last kan me daarmee helpen. Mijn techniek zal ik niet verleren. Voor de lange afstanden hoef ik straks niet bang meer te zijn.' In dit opzicht heeft hij Robert Vunderink, die in Albertville (1992) deelnam, als voorbeeld voor ogen. “Ik had het vorig seizoen wel gehad met het allroundschaatsen. Ik kon me niet meer opladen. Steeds die onwijze stress om je te bewijzen. Ik had het geduld niet meer om elke keer weer een selectiewedstrijd voor een selectiewedstrijd te rijden. Misschien was ik wel doorgegaan als ik naar het WK had gemogen. Maar de KNSB koos liever voor een jonge onervaren rijder (Beulenkamp, red.).'

Enige weken daarvoor had hij de Winterspelen aan zich voorbij moeten laten gaan. “Ik miste Nagano op 0.6 seconden op de 1.500 meter. Ik had het hele seizoen persoonlijke records gereden. Keihard getraind. Ik ben er niet lang rouwig om geweest. Ik heb er een aardige tv-spot aan over gehouden.'

Essentieel in zijn besluit te stoppen met allroundschaatsen was de beslissing van sponsor Unit 4 om het tweejarige contract met Zandstra niet te verlengen.

Nog steeds kan hij daar weinig begrip voor opbrengen. “Zakelijk gezien begrijp ik het wel een beetje, sportief gezien niet. Dit bedrijf is met mij in zee gegaan om de naambekendheid te vergroten. Ik heb Unit 4 in dit opzicht van de vijfde naar de tweede plek in software gebracht. Nu willen ze een kampioen om op de eerste plaats te komen. Dan snap ik niet dat ze een ploeg hebben samengesteld met rijders als Bjarne en Brigt Rykkje of Andre Zonderland. Leen Pfrommer werd gecontracteerd als coach. Dat is wel een goede keuze. Met hem had ik misschien ook hun kampioen kunnen worden.'

Op dezelfde dag dat zijn sponsor afhaakte werd hij gebeld met het verzoek om samen met twee stille vennoten en zijn zus Grietje een bedrijf op te zetten in dak- en gevelbeplating, in navolging van vader Feike. Falko hoefde niet lang na te denken. “Ik had het met mijn vader weleens gehad over een sportzaak. Maar als je om je heen kijkt zie je dat het best moeilijk is om daarmee te slagen. Bovendien ben je van maandag tot en met zaterdag bezig. En op zondag moet je dan nog eens de boekhouding doen.'

Nu is hij een van de directeuren van SCN BV (Steel Cladding Noord) in Sint Nicolaasga. En heeft hij het druk, druk, druk. Zo druk dat de Harley Davidson die hij enkele jaren geleden kocht van Thialfs ijsmeester Jan de Jong en waarmee hij de adrenaline opwekte voor z'n schaatswedstrijden, met een lege accu in de garage staat. Begeleid door zijn rentenierende vader houdt hij zich bezig met de inkoop en neemt hij de opdrachten aan. Grietje doet het management.

Falko beseft dat zijn naam een aardige binnenkomer vormt in het zakenleven. “Maar ik wil er geen misbruik van maken. Daarom staat mijn naam ook niet in het logo.

Het mag niet zo zijn dat je de naambekendheid niet kunt waarmaken in kwaliteit. Het praat wel wat makkelijker. Laatst was ik bij het grootste distributiecentrum in het Noorden, Portena. Ik zat met het zweet in mijn handen te onderhandelen met de directeur toen de oude Portena ook nog binnen wandelde. Hij begon meteen over het schaatsen. `Kun je het wel combineren, Falko?' En: `Ik was een grote fan van je.' Toen voelde ik me een stuk beter op mijn gemak. En we kregen die order.'

Door de drukke werkzaamheden met het jonge bedrijf (“het gaat boven verwachting goed, we krijgen grote opdrachten') verwaarloosde hij een deel van de voorbereiding op het schaatsseizoen. In twee maanden kwam hij tot zijn schrik acht kilo aan. Daarnaast kampte Zandstra met inspanningsastma. Dat speelt hem al jaren parten. Ook de Canadese mijl-specialist Neal Marshall heeft de aandoening en werd erdoor gedwongen te stoppen. Hij is nu commentator/journalist. “Het schijnt vooral voor te komen bij 1.500-meterrijders. Als je de hartslag snel opvoert, maakt je lichaam veel histamine aan. Daardoor word je kortademig en loopt de verzuring snel op. Ik heb vaak hele zware hoestbuien gehad. Toen ze in een ziekenhuis bij mij een keer kunstmatig histamine toedienden, moest er acuut een beademingsapparaat aan te pas komen.'

Drie jaar geleden openbaarde de inspanningsastma zich voor het eerst bij Zandstra. Vervolgens kreeg hij van Henk Gemser te horen dat hij geen deel meer uitmaakte van de kernploeg. Dat was het begin van het einde. Had hij een jaar eerder maar voor het commerciele avontuur gekozen met Rintje Ritsma. “Ik wilde toen zekerheid. Ik had een inkomen nodig voor de hypotheek van mijn nieuwe huis in Joure.

Rintje was nog niet rond met een sponsor toen de KNSB mij een driejarig contract voorlegde. Achteraf bleek die aanbieding helemaal geen garantie voor vastigheid. Van het driejarige contract heeft de bond mij slechts een jaar uitbetaald. In de kleine lettertjes zou hebben gestaan dat ik wel zou worden doorbetaald bij ziekte of blessures, maar niet als ik geen deel meer uitmaakte van de kernploeg. Ik heb dat nergens kunnen terugvinden.'

Hij heeft niet overwogen om er een advocaat op te zetten. “Ik wilde me niet druk maken. Dat was ten koste gegaan van mijn prestaties. Het ging om een flink bedrag, maar wat had ik met een rechtszaak bereikt? Ik wilde naar de Spelen in Nagano. De KNSB bepaalt mede de afvaardiging en die kun je dus beter niet tegen je in het harnas jagen. Directeur Jurjen Osinga was na het eerste jaar weg. Hij zei: `Ik heb er niets meer mee te maken'.'

Wie kwaaddenkend is zou kunnen suggereren dat de bond Gemser heeft verzocht Zandstra uit de kernploeg te zetten zodat zijn contract kon worden ontbonden. De Fries kan zich dat niet voorstellen. “Als dit zo was had Henk me dat moeten zeggen. Dan was ik wel onmiddellijk naar de rechter gestapt.'

Zandstra vervloekte de succescoach Henk Gemser. De schaatser had hem wel met de auto van de weg willen rijden, flapte hij er eens uit. “Dat zei ik in een opwelling uit een geintje maar er is in de kranten een serieus item van gemaakt. Ik dacht dat ik mensen kon vertrouwen. Dat is niet zo. Je moet iedereen in de gaten houden. Zowel zakelijk als prive.'

De relatie met Gemser is nu weer redelijk genormaliseerd. “Als ik hem tegen kom praten we even. Hoe is het met je jongens, vraag ik dan.'

Zandstra beseft dat hij de laatste jaren ten opzichte van de concurrentie te kort is geschoten.

Vechten tegen de bierkaai heeft plaats gemaakt voor realisme. “Alles heeft zijn bestemming', zegt hij bijna filosofisch. “Ik heb andere keuzes gemaakt. Ik ben gelukkig getrouwd en heb een gezond kind. Dingen die ik niet zou willen missen. Met Owen kan ik misschien straks nog gaan stappen. Dat jochie heeft tenminste lang een jonge vader.'

Met een schuin oog kijkt hij nog weleens naar zijn oude teammaten die alles opzijzetten voor hun sport, zoals Rintje Ritsma. Onafscheidelijk waren ze tijdens trainingskampen. “Rintje rijdt in een Porsche, he? Zoveel is een auto mij niet waard. Hij en Gianni Romme zullen misschien een miljoen overhouden aan het schaatsen. Daar kunnen ze niet van rentenieren. Rintje heeft mij wel eens verteld dat hij een kledinglijn wilde beginnen. RR-kleding, aardig logo. Met zijn uitstraling komt hij altijd wel goed terecht. Wat mij is overkomen, gebeurt Gianni en Rintje straks ook. Zij moeten vandaag of morgen ook aftreden voor een nieuwe generatie. Je kunt niet lang aan de top blijven in het schaatsen. Het is komen en gaan, zoals het hele leven.'