Een bommetje onder de constructies; KRUISTOCHT TEGEN HET POSTMODERNISME TREFT FRANSE DENKERS

Onvermoeibaar strijdt Alan Sokal tegen misbruik van natuurwetenschap door postmoderne filosofen en sociologen. `Ik ben niet arrogant, mijn geduld is enorm. Maar het onbenul en de waanzin zijn zo groot, je wordt er droevig van.'

WE ONTMOETEN elkaar in vertrekhal 3 van Schiphol. Alan Sokal hoogleraar theoretische fysica aan New York University en kruisridder tegen het misbruik van natuurwetenschap door postmoderne filosofen sociologen en psychoanalytici, heeft zojuist ingecheckt en er resteert een goed uur voor een gesprek. Sokal, een bijtertje met branie en een gedreven debater, oogt vermoeid. Gisteravond in theater De Balie, waar Sokal en zijn Leuvense maatje Jean Bricmont over hun boek Impostures Intellectuelles spraken, was de discussie met de zaal dermate levendig dat de fysici ruim na middernacht hotel De Filosoof opzochten. ``Het debat had nog uren kunnen doorgaan, maar Jean en ik waren moe en wilden naar bed.'

Het begon in het voorjaar van 1996 met een grap. Sokal: ``Ik had me al een tijdje geergerd aan de de trend in sommige Amerikaanse studies om wetenschap te ontkoppelen van empirie, aan een coginitief en cultureel relativisme dat het objectieve feit ontkent en wetenschap slechts ziet als een vertelling, een fabel, een sociale constructie. Toen ik merkte dat dit soort ideeen ook op de natuurwetenschap werd losgelaten ben ik een map gaan aanleggen met absurde en betekenisloze uitspraken name dropping, vertoon van schijneruditie, grove onwetendheid, onzindelijk redeneren en armzalig filosoferen. Om een voorbeeld te noemen: de feministische filosofe Luce Irigaray vindt Einsteins E=mc2 een seksistische vergelijking. Waarom? Omdat hij de lichtsnelheid, de hoogste die er bestaat, zou bevoordelen boven andere voor de mens vitale snelheden. Afgezien van wat ze met die andere vitale snelheden bedoelt - ik zou het niet weten - feit is dat Einsteins vergelijking voor iedere andere snelheid dan de lichtsnelheid zijn geldigheid verliest.'

Toen Sokal een ``lijvig dossier met stompzinnigheden' had aangelegd besloot hij tot een onalledaags experiment. Hij schreef een lijvig artikel, getiteld `Transgressing the boundaries: Toward a transformative hermeneutics of quantum gravity', dat bol stond van de onzincitaten die hij uit zijn map had geplukt, alles overgoten met een cultureel relativistisch sausje. Sokal: ``Ik wilde een bommetje plaatsen om zo de discussie flink op gang te helpen. Het stuk werd geplaatst in Social Text in een speciaal nummer gewijd aan de Science Wars. Zo schoten ze zich geweldig in de voet. Eerst wilde ik de zaak een tijdje stil houden misschien werd ik geciteerd, maar veel vrienden wisten ervan en het gevaar van uitlekken was groot. Nadat ik de parodie had onthuld, verwachtte ik een weggestopt berichtje in de Cronicle of Higher Education. Maar het werd de voorpagina van de New York Times.'

Omdat hij maar een klein deel van zijn dossier had kunnen aanspreken, en de citaten met bijbehorende opvattingen voor een lekenpubliek aan de kaak wilde stellen, schreef Sokal vorig jaar samen met Jean Bricmont het boek Impostures Intellectuelles (de Engelse vertaling verscheen deze zomer, de Nederlandse volgt eind november). In dat boek moeten Lacan, Kristeva, Irigaray, Latour Baudrillard, Deleuze, Guattari en Virilio het stevig ontgelden. De reacties waren zuur, maar gingen nauwelijks in op de door Sokal en Bricmont aangedragen voorbeelden. Bruno Latour verweet Sokal een kruistocht te zijn begonnen, Frankrijk portretterend als `een soort Colombia, een land van dealers die drugs aanbieden - derridium, lacanium - net als crack onweerstaanbaar voor Amerikaanse studenten'.

Is er een serieus debat geweest met de Fransen?

Alan Sokal: ``Dat valt tegen. Lacan, Deleuze en Guattari zijn dood. Wel heb ik discipelen van Lacan gesproken, maar het is onbegonnen werk met hen in discussie te treden, het lijkt wel een secte.

``In Parijs hadden we een ontmoeting met Regis Debray. Hij wilde weten wat de stelling van Godel precies inhoudt, toch merkwaardig voor iemand die in zijn hoofdwerk Critique de la raison politique een heel hoofdstuk aan die stelling wijdt en in 1996 op de Societe Francaise de Philosophie een lezing over het onderwerp geeft. Maar goed, hij stelde zich tenminste open op. Dat kan je van Lyotard, met wie we een tv-debat hadden, niet zeggen. Het had een dialoog moeten worden, maar Lyotard begon in bloemrijk Frans een monoloog van tien minuten, alsof hij zijn studenten op het College de France toesprak. Wij natuurkundigen zouden het niet begrijpen, in de fysica gebruikte je woorden anders dan in proza of poezie. `Dat is ons bekend', zeiden we toen we eindelijk het woord kregen. `Maar zover we weten liggen de boeken van Lacan en Deleuze niet op de afdeling literatuur, maar bij psychiatrie en filosofie'.'

Derrida had het in Le Monde over `le pauvre Sokal', beroemd om een grap in plaats van om zijn fysica.

``Ook voor Derrida geldt dat hij nergens inhoudelijke kritiek levert. Maar met die kwalificatie schiet hij in de roos. Vroeger waren er vijfhonderd fysici die mijn werk kenden - en misschien respecteerden. Na de parodie ligt dat anders. Ook al leef ik nog vijftig jaar, de inhoud van de necrologie laat zich raden. Tenzij ik natuurlijk de Nobelprijs win, wat zeer onwaarschijnlijk is.'

`Science in action' en `Laboratory life' van de wetenschapssocioloog Bruno Latour genieten in Nederland relatief grote bekendheid.

Hoe beoordeelt u die boeken?

``Waarom krijgt Latour toch de credits voor zulke banale ideeen? Alsof het zijn verdienste is. Er zijn zoveel sociologen in het lab wezen kijken, en dat is natuurlijk uitstekend. Waar ik kritiek op heb is de manier waarop Latour er rondkijkt. Hij heeft het over wetenschappers die inscripties maken. Heel juist. Maar als hij de betekenis van die inscripties niet blijkt te kennen, en geen poging onderneemt die lacune op te heffen, dan is zijn commentaar net zo waardevol als dat van de antropoloog die een wildvreemde stam bezoekt, de taal niet verstaat en dan opmerkt dat er mensen rondlopen die met een spraakorgaan geluiden produceren.

``Overigens had ik met Latour afgelopen juli op de London School of Economics, waar we beiden gasthoogleraar waren, een debat voor een publiek van vijfhonderd man. Een charmante persoonlijkheid en lastig vast te nagelen. Zodra ik vroeg of hij werkelijk twijfelde aan de realiteit van dinosauriers, of hij echt vond dat de zes miljoen joden die in de oorlog zijn omgebracht ook een constructie zijn, maakte hij er zich van af met een kwinkslag. Maar ik heb plezierig met hem geluncht zelfs gaf hij me goede fles Bourgogne uit de familiewijngaard. Natuurlijk bezwoeren vrienden me direct er niet als eerste van te drinken. Op de presentatie van de Engelse editie van Impostures was er voor iedereen een druppel.'

Is een deel van het probleem niet dat bitter weinig fysici interesse hebben in de grondslagen, geschiedenis en sociologie van hun eigen vak?

``Dat is waar, maar dat geldt voor elke discipline. We zijn druk met ons onderzoek en onderwijs, en dan schiet een fatsoenlijke reflectie op de grondslagen er snel bij in.

De meeste fysici oefenen hun vak liever uit dan dat ze erover nadenken.'

Hoeveel fysica moet een wetenschapssocioloog of -filosoof beheersen, en hoe diep moet zijn kennis reiken?

``Dat hangt af van het onderwerp. Als het erom gaat de sociale interacties tussen groepen fysici in kaart te brengen, of politiek-economische vragen die uit natuurkundig onderzoek voortvloeien te beantwoorden, is het niet nodig om de theorie tot in detail onder de knie te hebben. Er is een aardig boek van Sharon Traweek, Beamtimes and lifetimes, waarin ze met de blik van een antropoloog naar hoge-energiefysici kijkt. Ze heeft zowel een jaar bij een versneller in Stanford rondgelopen, als bij een deeltjeslaboratorium in Japan. In haar boek beschrijft ze de overeenkomsten en verschillen. Het kan dan nooit kwaad te weten wat quarks zijn, of wat het Standaardmodel inhoudt, maar werkelijk diepgaande kennis is voor zo'n project niet vereist. Wil je daarentegen de sociologische details van een wetenschappelijke controverse in kaart brengen, dan moet je zo'n beetje evenveel van het onderwerp weten als de professionals. Persoonlijk zou ik geen sociologische studie van de speurtocht naar zwaartekrachtsgolven oppakken. Om te beginnen ben ik geen experimentator en Algemene Relativiteitstheorie is niet mijn specialisme. Maar het kan wel. Er bestaan sociologen die in de fysica zijn gepromoveerd en bovendien kun je samenwerking zoeken.'

Volgens Richard Feynman was filosofie voor fysici net zo nuttig als ornithologie voor vogels.

``Ik ben bang dat ik het grotendeels met hem eens ben. De fysicus is een speurhond snuivend op zoek naar begrip, en de filosoof een vogel die naar grote hoogte stijgt.

Dat is mooi, maar om de natuurwetten te ontdekken heeft de fysicus weinig aan algemeen filosofische principes. Ook trad er na de oorlog een generatie fysici aan die tabak had van de grondslagendiscussies tussen Bohr, Heisenberg en Einstein. In de elementaire deeltjesfysica gebeurden opwindende dingen, dat trok veel meer. Niettemin, waar conceptuele vragen open staan, zoals in de quantumtheorie nog altijd het geval is, kan wetenschapsfilosofie licht werpen. Fysici hebben op dit vlak de onzinnigste dingen beweerd.'

Dat geldt ook voor kopstukken als Bohr en Heisenberg. In de `Physics Today' van afgelopen maand stond een artikel met krasse staaltjes op dit gebied. Zo pasten Bohr en Pauli hun ideeen over quantumtheorie toe op gebieden als de psychologie en de religie. Zijn zij aldus niet te beschouwen als de wegbereiders van Lacan en consorten?

``Inderdaad hebben Bohr en Heisenberg zotteklap verkocht waar het gaat om de filosofie van de quantumtheorie. Dat verberg ik niet, sterker, ik heb een citaat van Heisenberg in mijn Social Text-parodie opgenomen als opstapje naar nog grotere onzin die ik bij Lacan en Derrida aantrof. Briljante fysici zijn soms beroerde filosofen. Ook ik moet weinig hebben van Bohrs quantumfilosofie en Jean heeft zich in een gedetailleerd artikel krachtig afgezet tegen de Kopenhaagse interpretatie van de quantumtheorie. Wij verdedigen geen gilde van fysici.'

Tijdens de discussie in De Balie zei iemand die in Parijs college bij Lacan had gelopen, hoe sterk daar een sfeer hing van een goeroe voor zijn apostelen. Was dat bij Bohr ook niet het geval? Abraham Pais, zijn leerling en biograaf, noemt hem een van de grootste filosofen.

``Absurd.

Inderdaad hebben de meeste fysici Bohrs interpretatie van de quantumtheorie voor zoete koek geslikt. Maar dat begint te veranderen, er dienen zich alternatieve interpretaties aan en ik hoop dat fysici daar een open oog voor hebben.'

Is de Social Text-affaire zo belangrijk om er drie jaar mee bezig te zijn? Vinden uw collega fysici het zo langzamerhand niet welletjes?

``Ik doe dit niet voor fysici. Cultureel relativisme of post-modernisme hebben nul komma nul invloed op het onderzoek in de natuurwetenschap. Mijn zorg gaat uit naar de sociale wetenschap, naar de filosofie. Met mijn actie hoop ik serieuze onderzoekers op die terreinen die er ook zijn, een hart onder de riem te steken. Ik heb geen moment spijt gehad van die drie jaar. Het heeft nut gehad en ik heb een hoop interessante mensen leren kennen.'

In Utrecht is een vacature voor een hoogleraar wetenschapsgeschiedenis. Tot de kandidaten behoorde Andrew Pickering, auteur van het boek `Constructing quarks'. Tegen hem hadden sommige fysici onoverkomelijke bezwaren. Zijn die terecht?

``Ik wil niet in een benoemingsprocedure intervenieren, laat ik me beperken tot Pickerings werk. Constructing quarks is een prachtige geschiedenis van de fysica van de elementaire deeltjes, ingeklemd tussen 5 bladzijden afstotelijke filosofie aan het begin en 15 bladzijden afstotelijke filosofie aan het eind. Die filosofie vloeit in het geheel niet uit de geschiedenis voort. Het lijkt er met de haren bij gesleept te zijn, alsof Pickering lippendienst wil bewijzen aan de heersende mode in de wetenschapssociologie. Ongeveer zoals in de jaren vijftig Russische auteurs die zich aan Einsteins relativiteitstheorie waagden er altijd bij zeiden dat hun visie op de filosofie van de relativiteit gevormd was na lezing van Lenin.

Met dit verschil dat Pickering gelooft wat hij schrijft.'

Over een paar minuten moet u boarden, wat zijn uw plannen?

``Vanmiddag geef ik een college klassieke mechanica in New York. Het is mooi geweest, back to work.