Duivelsberg

Koos van Zomeren bespreekt de annexatie van de Duivelsberg bij Nijmegen (Z 17 oktober), een stukje Duitsland dat in 1960 bij Nederland kwam.

Evenmin als prof. Westhof beschik ik over papieren daarover, maar de gang van zaken staat nog levendig in mijn herinnering, omdat het zo wonderlijk is gegaan. In die herinnering komen de namen Van der Goes van Naters (toen voorzitter van de Contactcommissie voor de Natuurbescherming) en Westhof niet voor.

Ik was hoofd van het bureau Natuurbescherming en Recreatie van de Rijksdienst voor het Nationale PLan (RNP). Er was in de eerste jaren na de oorlog druk gesproken over omvangrijke annexaties, maar die gedachten waren in 1960, toen de definitieve regelingen tussen de geallieerden en Duitsland tot stand kwamen, verdwenen.

Op een vrijdagmiddag belde de minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting, Witte, de directeur van de dienst, mr. Vink, op. Die maandag zou er in Fontainebleau een bijeenkomst zijn van de geallieerden over grenswijzigingen. De minister van Verkeer en Waterstaat zou daar komen met voorstellen voor correcties in de landsgrens in de dalen van een aantal beken, waardoor de waterbeheersing verbeteren kon. Minister Witte vond dat hij niet met lege handen kon staan. Of de RNP maar wilde zorgen dat er die maanden een inbreng voor hem in Frankrijk was. Vink vond dat een mooi klusje voor mijn bureau.

Mijn assistent, Van Steenveldt, Nijmegenaar, wist een terrein dat zeker in aanmerking kwam, de Duivelsberg, wandelgebied voor de Nijmegenaren, maar over de grens gelegen. Het bos was eigendom van een familielid van Hermann Goring.

Er werd dat weekend gezwoegd aan een notitie, compleet met kaartmateriaal. Zondagavond vertrok een motorrijder naar Fontainebleau en maandagochtend had ook de minister van W&V een stukje inbreng voor Nederland. En zo is het gekomen.