De weerbarstigheid van Europese grenzen

Veel inwoners van de Europese Unie denken dat ze vrij zijn om in de lidstaat van hun keuze te wonen. Dat is echter een misverstand.

Zo eenvoudig is de vrijheid van personenverkeer binnen de EU niet. Wie binnen de EU wil verhuizen, ontmoet zoveel belemmeringen, dat overstappen naar de illegaliteit soms handiger is dan het volgen van de officiele regels.

Er zijn zelfs stagiaires bij de Europese Commissie die liever illegaal in Brussel verblijven dan dat zij de gecompliceerde Belgische procedure voor een verblijfsvergunning afwerken. Eer zij de vergunning hebben die bij een verblijf van langer dan drie maanden vereist is, hebben ze Brussel al bijna weer verlaten.

Nog lastiger is het voor wie ondanks het in 1992 in het Verdrag van Maastricht vastgelegde vrije personenverkeer helemaal geen toestemming krijgt om zich in een andere lidstaat te vestigen. Die kan zich tot een clandestien verblijf gedwongen voelen. Ik ken verschillende van zulke illegale EU-burgers in Brussel. Keurige mensen, comfortabel gehuisvest, die volgens de Belgische wetgeving niet in het land mogen verblijven en daarom niet in een bevolkingsregister ingeschreven staan.

Ze hebben partners die wel legaal in Brussel zijn. Met die partners zijn ze niet gehuwd. Net als sommige andere EU-lidstaten erkent Belgie geen samenlevingscontracten. Belgie wil dat een EU-burger die zich hier wenst te vestigen, aantoont dat hij een gegarandeerd inkomen heeft en niet uit is op een sociale uitkering. Het inkomen van een niet-gehuwde partner wordt niet als garantie erkend en dus hebben ongehuwde paren de keuze tussen afzien van een verhuizing naar Belgie, scheiding of illegaliteit.

Er zijn zoveel belemmeringen tegen het vrije verkeer van personen binnen de EU dat Europees commissaris Mario Monti, verantwoordelijk voor de interne markt, volgend jaar een gids wil publiceren waarin EU-burgers wordt verteld wat ze kunnen doen om hun rechten erkend te krijgen. Nu al functioneren voor klachten over het vrije personenverkeer speciale telefoonnummers in de EU-lidstaten (in Nederland 0800-8051).

Soms verandert een lidstaat de regels als de Europese Commissie daar op aandringt naar aanleiding van een klacht. Anders kunnen de burgers hun verhaal trachten te halen via het Europees Hof van Justitie of via de Europese ombudsman.

De lidstaten van de EU hebben zo'n massa regelgeving die niet in overeenstemming is met het vrij personenverkeer, dat de klachtentelefoon vermoedelijk nog lang kan functioneren. Het gaat daarbij niet alleen om verblijfsvergunningen. Er is bijvoorbeeld het geval van een Nederlander die zowel in Groot-Brittannie als in Nederland lange tijd voor Shell had gewerkt. Hij wilde zijn in Groot-Brittannie opgebouwde pensioenrechten samenvoegen met zijn rechten bij het Shell Pensioenfonds in Nederland. Hij kon daartoe alleen toestemming krijgen als hij tegenover de Britse autoriteiten verklaarde dat hij nooit meer in Groot-Brittannie zou komen wonen. Die Britse eis was zowel in strijd met het vrije personenverkeer als met het vrije verkeer van kapitaal binnen de interne markt van de EU.

Er is een veel voorkomende klacht die eenvoudigweg tergend is: een werkgever die een EU-burger uit een andere EU-lidstaat slechts een baan wil geven als deze een verblijfsvergunning heeft. Maar het betreffende land verstrekt slechts een verblijfsvergunning als iemand werk heeft. Of een land vereist dat iemand door middel van een plaatselijke bankrekening aantoont in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien alvorens een verblijfsvergunning te verstrekken. Maar een bank opent geen rekening voor wie geen verblijfsvergunning heeft. Veel landen stoppen met het betalen van een werkloosheidsuitkering als iemand aan de slag probeert te komen door zich in een andere EU-lidstaat te vestigen.

Een Belg die een vervroegd pensioen van de overheid ontvangt en daarom niet mag bijverdienen, verliest zijn pensioen als hij langer dan dertig dagen buiten Belgie verblijft. EU-burgers die in een ander land werken dan waar zij wonen hebben dikwijls problemen met de fiscus en de sociale zekerheid. Zo zijn er Fransen die in Luxemburg werken en daar hun sociale zekerheidspremie moeten betalen en daarnaast in Frankrijk een bijdrage moeten betalen aan de bestrijding van het tekort bij de Franse sociale zekerheid. Voor wie een baan zoekt in een andere EU-lidstaat is het ook de vraag of zijn diploma's worden erkend. De Europese Commissie drong er vorig jaar met succes bij lidstaten op aan om bij een aantal gevallen regels te wijzigen. Daardoor kon onder meer een Britse kunstrestaurateur alsnog in Belgie aan het werk, en werd een Deen in Beieren als architect erkend.

Als Belgie als laatste lidstaat de wetgeving aanpast, hebben EU-burgers binnenkort in alle lidstaten op lokaal niveau actief en passief kiesrecht. Maar als ze zich bij de vreemdelingendiensten in de lidstaten melden, worden ze als volwaardige buitenlanders behandeld, alsof het EU-burgerschap nog uitgevonden moet worden.