Wie aan taekwondo doet, is niet langer meteen een boef

In Eindhoven zijn vandaag de Europese kampioen- schappen taekwondo begonnen. Over twee jaar maakt de Koreaanse vechtsport zijn olympisch debuut. Nederland hoopt twee deelnemers af te vaardigen naar Sydney.

Voor een stevig robbertje vechten hoeft Tommy Mollet op vrijdag of zaterdag het nachtleven in Tilburg maar in te duiken. “Kan ik knokken tot ik erbij neerval.' Maar of hij dat wil? “Welnee. Hoewel sommigen dat nog steeds niet geloven. Die denken: jij doet aan taekwondo, jij bent een vechtersbaas.' Onzin, beweert Mollet. “Sinds de basisschool heb ik niet meer op straat gevochten.'

Mollet maakt deel uit van de Nederlandse taekwondoploeg, die vandaag aan de Europese kampioenschappen in Eindhoven is begonnen. De 19-jarige HEAO-student uit Tilburg, een van de bijna zevenhonderd deelnemers in de Brabantse sporthal, geldt als een van de kanshebbers op eremetaal bij zijn eerste seniorentoernooi. In de Koreaanse vechtsport behaalde Mollet vorig jaar in het Griekse Patras de titel bij de junioren tot 66 kilogram.

Taekwondo, de voet (tae)-vuist (kwon)-methode (do), mag zich in een groeiende populariteit verheugen. Telde de Nederlandse Taekwondo Bond (TBN) acht jaar geleden nog ongeveer zesduizend geregistreerde beoefenaars, inmiddels is het ledenbestand uitgedijd tot bijna elfduizend. “Je bent tegenwoordig niet meteen een boef als mensen horen dat je aan taekwondo doet', zegt bondscoach Henk Meijer, dertien jaar geleden de eerste niet-Koreaan die een wereldtitel voor zich opeiste.

Ter verklaring van de toegenomen populariteit wijst Meijer (39) op de aantrekkingskracht van knokfilms. “Dankzij filmsterren als Jean Claude van Damme weet de jeugd de weg naar onze sportscholen te vinden', zegt Meijer, zelf eigenaar van een taekwondoschool in Groningen. Dank is de sport ook verschuldigd aan wat Meijer “de verruwing van de samenleving' noemt. “De maatschappij wordt er niet vriendelijker op.

Taekwondo vergt discipline en vergroot de weerbaardheid op straat. Ouders onderkennen dat.'

Drie jaar geleden kende het Internationaal Olympisch Comite (IOC) taekwondo de olympische status toe, nadat de Koreaanse vechtdiscipline in 1988 en in '92 al demonstratiesport was. In Sydney verschijnen over twee jaar 112 taekwondoka's op de olympische tatami, onder wie 48 vrouwen. Elk land vaardigt maximaal vier atleten af, twee mannen en twee vrouwen.

De olympische erkenning is grotendeels het werk van dr. Lee Kim Un Yong, de machtige president van de World Taekwondo Federation en, niet onbelangrijk, vice-president van het IOC. De Zuid-Koreaanse zakenman vergaarde in de jaren zeventig een fortuin met de handel in wapens. “Geen frisse jongen', erkent Meijer. “Maar vanuit sportief oogpunt kan ik hem alleen maar een hele grote pluim geven.'

Met dank aan Kim ging voor Meijer “een geheel nieuwe wereld open'. Klopte hij jarenlang tevergeefs aan bij de sportbonden, sinds de olympische erkenning geldt hij als een volwaardig gesprekspartner van NOC*NSF, de overkoepelende Nederlandse sportbond. “In Papendal hebben we sinds kort een eigen vechtsportcentrum. We werken met een budget van twee ton, waar we onszelf een paar jaar geleden gelukkig moesten prijzen met bij wijze van spreken twee stuivers.'

Toch is het niet louter rozengeur en maneschijn, constateert Meijer. Op last van het IOC is het aantal gewichtsklassen in Sydney teruggebracht van acht naar vier. “Een heel hard gelag', volgens Meijer. Volgend jaar staat in het teken van twee kwalificatietoernooien, in Zagreb (juli) en in Stockholm (oktober). Bij het eerste toernooi is een plaats bij de beste vier goed voor olympische uitzending, bij het tweede een plaats bij de beste twee.

In Europa geldt Nederland als een subtopper, achter de gevestigde taekwondo-grootmachten Spanje en Turkije. Mondiaal moet de twaalfkoppige selectie van Meijer genoegen nemen met “een plaats buiten de toptien', zegt de bondscoach. Het toernooi in Eindhoven benut Meijer dezer dagen als een graadmeter voor de nabije toekomst. “Hier zal moeten blijken of wij al dat geld en al die aandacht van NOC*NSF waard zijn. Als ik twee taekwondoka's in Sydney weet te krijgen, ben ik een gelukkig man. Lukt dat niet, dan heb ik gefaald en stap ik op.'

Ter voorbereiding op de EK belegde de Nederlandse selectie vorige maand een trainingskamp in Zuid-Korea, de bakermat van de voetvechtkunst. Jeugdkampioen Mollet vertrok met hoge verwachtingen naar Azie, maar keerde enigszins gedesillusioneerd terug. “Ik voelde me niet op m'n gemak. Die Koreanen beschouwen ons als indringers, die in hun keuken komen snuffelen. Ze keken dwars door ons heen.'

In Korea kon bondscoach Meijer andermaal ervaren hoezeer het karakter van zijn sport veranderd is. “In mijn tijd moest je iemand goed raken, wilde je een punt scoren. Tegenwoordig volstaat een lichte aanraking.' Het gevaar van ernstige blessures bestaat evenwel nog steeds, al is de kans daarop volgens Meijer aanzienlijk verminderd. “Als ik op zaterdag ga stappen, is de kans op een knal voor mijn hoofd vele malen groter.'