Waarnemen in Kosovo: missie met nieuwe inhoud

De OVSE strijkt neer in Kosovo om de `verificatiemissie' voor te bereiden. Maar waarnemen in oorlogsgebied is iets nieuws voor de OVSE. En het project is nogal omvangrijk.

De Noren gaan de logistiek doen en sturen daarvoor binnenkort een militaire support unit. De Britten sturen ex-militairen, tweehonderd in totaal, geleid door een generaal met anderhalf jaar ervaring in Bosnie. Nederland beraadt zich nog, al heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken wel alvast contact opgenomen met het ministerie van Defensie. Er ligt een verzoek van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE): ex-militairen gevraagd als `verificateurs' in Kosovo.

De OVSE gaat iets nieuws doen. Tot nu toe hield de organisatie zich bezig met het waarnemen of organiseren van verkiezingen, zoals in Bosnie. Sporadisch treedt de OVSE op als bemiddelaar bij gewapende conflicten zoals in Tsjetsjenie of Nagorny Karabach. Maar in Kosovo moet de OVSE grenzen bewaken, toezien op de terugtrekking van militaire eenheden en assisteren bij de terugkeer van vluchtelingen naar hun huizen.

Bovendien werkte de OVSE nog nooit met zoveel mensen gedurende langere tijd in een oorlogsgebied. “Het is een geheel nieuw en uitgebreid mandaat', zegt woordvoerder M. Fleming.

Vandaar dat de OVSE graag `stressbestendige ex-militairen met kennis van de regio' wil. De duizend tot tweeduizend ongewapende `verificateurs' die naar Kosovo worden gestuurd moeten het onderscheid kunnen maken tussen politie-eenheden die mogen blijven en politie-eenheden die zich uit Kosovo moeten terugtrekken. “Dat wordt een probleem, daar zijn we zeer bezorgd over', erkent Fleming. Dus wil de OVSE trainingen gaan organiseren voor de verificateurs, zowel in eigen land als in Kosovo. Wat die trainingen precies gaan inhouden weet men nog niet, maar Zweden heeft toegezegd hiervoor mensen te zullen sturen.

Nederland maakte dinsdag bekend onder voorwaarden vijftig tot honderd mensen te sturen. Elf andere landen hebben in totaal nog eens ruim 900 waarnemers beloofd. Toezeggingen van andere landen kunnen volgen.

“Ik hou mijn hart vast', zegt Ed. van Thijn. Hij stond in 1996 aan het hoofd van een 2.200 man sterk team van waarnemers in Bosnie, een van de weinige OVSE-missies van vergelijkbare omvang. “Implementatie is niet de sterkste kant van de OVSE. Logistiek kan de OVSE niets, daar huren ze altijd anderen voor in. De organisatie heeft weinig slagkracht en is voor besluitvorming afhankelijk van de lidstaten.' Ook voor het personeel en de financiering van het grootschalige en langdurige project in Kosovo heeft de organisatie geen eigen mensen of middelen.

“Je moet altijd maar afwachten wat voor mensen de verschillende lidstaten sturen. Wij kunnen wel vragen om waarnemers met kennis van de regio, maar soms verschilt het hemelsbreed', zegt L. Voorst. De OVSE-operations officer arriveerde als een van de eersten in Kosovo. Samen met twintig anderen van het technical assessment team bereidt hij de verificatiemissie voor vanuit een hotel in Pristina. “We moeten tolken vinden, telecommunicatie regelen, auto's laten komen, coordinatiecentra opzetten en ga zo maar door. We zijn nu met veel te weinig mensen, maar hopelijk komen er snel meer.' Dat zal gebeuren, maar wel gefaseerd. “Anders wordt het een chaos', zegt Fleming.

Op termijn kunnen ook de `oude' waarnemers weer gebruikt worden: mensen met ervaring op het gebied van de rechten van de mens en democratisering, of wetenschappers met kennis van de regio. Als de situatie zich stabiliseert wil de OVSE verkiezingen in Kosovo organiseren en toezien op humanitaire clausules uit de resoluties van de Veiligheidsraad.

Dan kan de organisatie haar huidige ervaring gebruiken en zijn de normale waarnemers weer gewenst.

Zorgelijker dan de logistieke problemen en de kwalificaties van de waarnemers zijn de veiligheidsrisico's. “Dat is zeer serieus', aldus Fleming. De OVSE is geen militaire organisatie, maar de missie in Kosovo krijgt wel een militair karakter. Voor de waarnemers worden kogelvrije vesten en kevlar helmpjes besteld. Pantserwagens moeten er ook komen, zegt Voorst. Maar volgens Fleming is dat niet mogelijk, “uit budgettaire overwegingen'. Voorst: “Als ik de situatie hier beoordeel denk ik: dit is eigenlijk meer iets voor de Verenigde Naties of de NAVO.'

De OVSE wil daarom de NAVO dichtbij hebben, liefst over de grens in Albanie of Macedonie. Onderhandelingen over een zogenaamde rapid reaction force zijn in volle gang. Binnen de OVSE wordt gesproken van de behoefte aan een `NAVO-schaduw' over de missie. “Maar als militaire steun nodig blijkt is het eigenlijk al te laat', zegt Van Thijn. “Ook daarover hou ik mijn hart vast.' In de overeenkomst tussen de OVSE en Joegoslavie garandeert Belgrado de veiligheid van alle waarnemers. “Maar daar kunnen we niet zonder meer op afgaan', zegt Fleming. Afgezien van reacties van de Servische militairen of burgers maakt de OVSE zich ook zorgen over het Kosovo Bevrijdingsleger (UCK). “Tot nog toe hebben de Albanezen geen buitenlanders aangevallen. Maar het UCK bestaat uit facties en de situatie is ondoorzichtelijk.' Vandaar dat de OVSE alvast heeft besloten “geen ongewapende burgers naar gevaarlijke regio's te sturen'.