Travestieten en terroristen

In 1992 werd The Butcher Boy van de Ierse schrijver Patrick McCabe genomineerd voor de Booker Prize, en nu staat de tragikomedie Breakfast on Pluto op de lijst.

In een gesprek met deze krant (CS, 19 juni 1998) karakteriseerde McCabe zijn schrijven als het te lijf gaan van de taal met een honkbalknuppel: ``als je maar hard genoeg slaat, komt de muziek vanzelf.' McCabe heeft er ook nu weer stevig op los gemept; net als met The Butcher Boy en The Dead School (1995) toont hij met Breakfast on Pluto aan dat hij een groot stilist is. De hoofdpersoon van de roman is Patrick 'Pussy' Braden en zijn manier van vertellen is extatisch en uitzinnig een mengeling van slang, oud-Engels en jaren zeventig-woorden, vol herhalingen en uitroeptekens. Hierdoor dendert het verhaal voort en moet je jezelf inhouden om ook werkelijk van de stijl te genieten.

In Breakfast on Pluto zit ook letterlijk muziek. Er zijn talloze verwijzingen naar popmuziek en het liedje `Son Of A Preacher Man' van Dusty Springfield speelt een belangrijke rol. Volgens McCabe niet alleen wegens de titel, ``maar ook omdat ik in het proza streefde naar de toon waarop Springfield zingt: schalks-ironisch, quasi-verveeld optimistisch met doodsangst onder de oppervlakte.' De titel slaat dan op Pussy, zoon van een priester die zijn jonge huishoudster verkrachtte. De beschrijving van die gebeurtenis is typerend voor de toon van het boek: `one frosty unspectacular morning his new young housekeeper who resembled Mitzi Gaynor (he didn't know it, of course, being completely unaware of the film star's very existence! - Musicals? Occasions of sin!) leaned across the table to give him his breakfast (Ah! Yummy rashers! Eggs too! Powerful!) and set off an atomic explosion in those serge trunks once again, with the result that his spiritual reading had all come to nothing a thought no doubt shared by the bubble-cut girl now pinned against the wall'.

Pussy, nauwelijks volwassen, homoseksueel en drag queen, is ongelukkig in het bekrompen Ierse dorp waar hij opgroeide bij een alcoholische adoptiemoeder. Hij vertrekt in 1972 naar Londen, waar hij eveneens ongelukkig is. Op Piccadilly Circus, voor een publiek dat een mengeling is van de glamrockers David Bowie en Marc Bolan en de personages uit A Clockwork Orange, treedt hij op in shows verkleed als Dusty Springfield. En hij verdient zijn geld als prostitue en probeert zelfs relaties aan te gaan met enkele van zijn mannelijke klanten. Dit alles in een vergeefse zoektocht naar liefde en aanhankelijkheid. Als hij uiteindelijk ook nog betrokken raakt bij acties van de IRA, keert hij terug naar Ierland en wordt hij, danig in de war, opgenomen in een inrichting.

Pussy's psychiater spoort hem aan zijn woede en verdriet van hem af te schrijven, en dat is (grotendeels) het verhaal dat we lezen, getiteld `The Life and Times of Patrick Braden'. Overigens had dit verslag net zo goed `Braden's Complaint' kunnen heten, want het doet herhaaldelijk denken aan Philip Roths klassieke tirade van Alexander Portnoy. De ontboezemingen aan een psychiater, de duizelingwekkende manier van vertellen en de problemen met seks en liefde komen in beide boeken voor, en ook het thema van een verstoorde moeder-zoonrelatie zien we terug bij McCabe. Maar dan op z'n Iers, want waar Portnoy door moederliefde werd gesmoord, staat Pussy's levensverhaal in het teken van hunkering naar een moeder en haar liefde die hij niet heeft gekend, en de wrok die hij koestert tegen een geile priester. Portnoy noemde zijn moeder `the most unforgettable character I've met'. Voor genoeg lezers zal Pussy Braden hetzelfde zijn.