Palestijns Handvest jarenlang struikelblok

Amendering van het Palestijnse Handvest was een van de laatste grote struikelblokken voor een nieuw akkoord tussen Israel en de Palestijnen. Was het nu in 1996 gewijzigd, of niet?

Met de Amerikaanse president Bill Clinton als bemiddelaar waren premier Benjamin Netanyahu en de Palestijnse leider Yasser Arafat tot op het laatst in een heftig duel verwikkeld over de amendering van het Palestijnse Handvest door de Palestijnse Nationale Raad.

De Israelische leider had van het schrappen van de paragrafen uit het Handvest die het bestaansrecht van Israel ontkennen in het Amerikaanse Wye Plantation een halszaak gemaakt. Tijdens de verkiezingscampagne in 1996 was amendering van het Handvest een van Netanyahu's hoofdmotieven.

Diep in de nacht Amerikaanse tijd steeg de verwarring ten top over de wijze waarop dit laatste, grootste struikelblok dat een nieuw Israelisch-Palestijns akkoord in de weg stond, uit de weg was geruimd. Israelische woordvoerders zeiden dat Arafat had ingestemd met amendering van het Handvest door de Palestijnse Nationale Raad (PNR), het parlement van de Palestijnse Bevrijdings Organisatie. Van Palestijnse en Amerikaanse zijde werd dit ontkend. Er zou echter wel sprake zijn van een grote Palestijnse bijeenkomst waar de PNR, het in de Palestijnse autonome gebieden gekozen Palestijnse parlement en het uitvoerend comite van de PLO het Handvest zouden kunnen wijzigen. In zo'n denkbeeldig forum zou Arafat over een tweederde meerderheid beschikken om het Handvest te amenderen. In de PNR, waarin alle Palestijnse fracties zijn vertegenwoordigd, ook de radicale dissidenten in Damascus en Libanon, zou hij daar niet zeker van zijn.

Het grote psychologische en daardoor ook politieke probleem is dat de Palestijnen zeggen dat ze het uit 1968 daterende Handvest in 1996 in Gaza reeds hebben laten amenderen door de Palestijnse Nationale Raad.

Over de juistheid daarvan bestaan in het Israelische kamp ernstige meningsverschillen. De regering-Netanyahu stelt zich met steun van vooraanstaande orientalisten als professor Porat op het standpunt dat het Palestijnse Handvest niet is gewijzigd. Daarentegen zijn Israeliers die nauw betrokken waren bij het akkoord van Oslo (1993) van mening dat het Palestijnse Handvest ipso facto door de handtekening van de PLO-leider Yasser Arafat onder het akkoord van Oslo als een irrelevant historisch strijdmanifest kan worden beschouwd.

Ex-premier Shimon Peres is evenals Jossi Beilin, de onderminister van Buitenlandse Zaken ten tijde van `Oslo', die mening toegedaan. In Oslo erkenden de PLO en Israel elkaar in een briefwisseling van 9 september 1993. Ten tijde van het akkoord van Hebron in 1996 bevestigde Arafat onder druk van Netanyahu in een brief aan de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Warren Christopher nog eens dat de anti-Israelische paragrafen in het Handvest waren geschrapt.

Netanyahu stond echter op een chirurgische ingreep van Arafat in het Handvest zodat alle paragrafen eruit worden gesneden die rechtstreeks of indirect de vernietiging van de staat Israel impliceren. In het Handvest wordt de Balfour-verklaring van 1917 (erkenning van een joods nationaal tehuis in Palestina door Groot-Brittannie) en alles wat daarop volgde, inclusief het VN-delingsplan van Palestina van 1947, ongeldig verklaard.

Het jodendom is volgens het Handvest geen nationaliteit en de joden vormen geen volk. Het zuiveren van Palestina van de zionistische invasie is naast de erkenning van het recht van het Palestijnse volk op heel Palestina een van de voor Israel meest omstreden paragrafen in het Handvest.

In een hoofdartikel schrijft de Jerusalem Post vandaag dat het geen zin heeft het vredesproces voort te zetten als er in de PNR geen meerderheid gevonden kan worden voor amendering van het Palestijnse Handvest.