Onderschat het kind niet; De diversiteit van boek en jeugd

Veel kinderen lezen liever spannende dan goede boeken. De schrijvers van dit soort jeugdliteratuur worden vaak geminacht. Maar in feite bevorderen ze het lezen meer dan hun gelauwerde collega's met literaire pretenties.

Althans, dat schreef Paul Steenhuis twee weken geleden in `Beschermt ons kroost tegen het goede boek'. Joke van Leeuwen en Judith Eiselin dienen hem van repliek.

`Naast bekroonde romans, heb je geminachte fictie voor volwassenen. Critici verzwijgen stelselmatig boeken die volwassenen het liefst lezen.(...) Nog steeds regeert de opvatting dat boeken die volwassenen met plezier lezen minderwaardig zijn.' Ik parafraseer een paar zinnen uit het artikel dat Paul Steenhuis in deze krant schreef (Boeken, 9 oktober). De door hem gebruikte woorden `kinderboeken' en `kinderen' heb ik vervangen door `romans/fictie' en `volwassenen'.

Nu er `volwassenen' staat in plaats van `kinderen' , zullen veel volwassenen zich niet aangesproken voelen. Hebben zij alleen leesplezier met bijvoorbeeld de zeer veel verkochte Baantjerboeken?

Wie de uitleencijfers van bibliotheken bekijkt, ziet dat allerlei soorten boeken voor volwassenen die zelden of nooit in de krant worden besproken, het meest worden uitgeleend, veel meer dan de boeken die literatuur heten en wel worden besproken. Wie naar oplagecijfers kijkt, ziet dat menig nimmer besproken boek veel hogere oplagen haalt dan de best verkopende literatuur.

Er is dus, zou je zeggen, weinig verschil in leespraktijk tussen kinderen en volwassenen. Een heleboel lezen uit zichzelf geen boeken. Een heleboel lezen gemakkelijk te savoureren boeken, die doorgaans met lectuur worden aangeduid en waarover verhoudingsgewijs zeer weinig wordt gereflecteerd in boekenbijlagen. Een wat minder groot, maar zichtbaarder deel leest boeken die tot de literatuur worden gerekend. En een klein deel leest literatuur die moeilijk wordt genoemd.

Het verschil zit in de manier waarop er tegenaan wordt gekeken. Ik heb nog nooit een volwassene horen beweren dat boeken zoals de Baantjerserie worden geminacht omdat `volwassenen' zulke boeken `het liefst' lezen, en de recensenten ze minder goed geschreven vinden.

Als het om kinderboeken gaat is kwantiteit blijkbaar een bewijs van kwaliteit, en wordt abusievelijk gedacht dat boeken die als kwalitatief goed staan aangeschreven, geen leesplezier geven en niet worden verkocht.

Paul Steenhuis durft er zelfs een bijzonder creatieve veronderstelling aan toe te voegen: dat kinderen die serieboeken als Arendsoog, de Kameleon of de griezelboeken lezen als volwassene eerder Mulisch, Reve of Plato zullen opslaan.

Om de barheid der enthousiastelingen die het kind zouden `beschermen' tegen de boeken `die zij het liefst lazen' te illustreren, haalt Steenhuis historische gegevens aan, waarvan ik de relevantie voor de huidige discussie wil betwisten, tenzij men het ik trek weer een parallel met de volwassenenliteratuur nu nog relevant zou vinden om diegenen aan te halen die in de jaren vijftig vanuit de toenmalige moraal de nieuwe romans aanvielen. Ook is het wat flauw om voor de zoveelste keer aan te komen met Jetta van Leeuwen (geen familie) en haar reactie op Jip en Janneke een extreem voorbeeld uit de jaren zeventig van hoe een discussie (eerder in Holland dan in het Zuiden van ons taalgebied) kan doorschieten naar drammerigheid. Overigens omschrijft Steenhuis Annie Schmidt als een `om haar stijl bewierookte' kinderboekenschrijfster. Dat ze nog steeds mateloos populair is, is genoegzaam bekend. Literair schrijven en veel gelezen worden kunnen (hoewel ze niet met elkaar in verband staan) dus best samengaan in kinderboeken. En literair schrijven en toch niet moeilijk schrijven, dat gaat ook best. Hoe komt het dan toch dat er meer en meer gedaan wordt alsof het of het ene of het andere is. Tien jaar geleden was er niet zo'n groot verschil tussen de kinderjury's en de Griffels, om maar even iets aan te halen wat vaak wordt aangehaald.

Betrokken schrijvers zijn niet anders gaan schrijven. Wel hangen er nu top-honderds van bestverkochte kinderboeken in scholen. En steeds vaker praten mensen elkaar na dat er maar twee soorten kinderboeken zouden zijn: goed geschreven, maar te moeilijk, en populair maar niet goed geschreven. Dit doet geen recht aan de diversiteit van wat er verschijnt. Ik vind het zelfs iets verziekends hebben.

Performance

Schrijvers gaan wel eens naar hun lezers toe. De laatste decennia is dat steeds gebruikelijker geworden. Schrijvers die daar niet van houden of hun eigen werk niet weten te brengen, kunnen daar beter niet aan beginnen, maar wie er plezier in heeft op z'n tijd te performen, voor te lezen, te praten met kleine en grote lezers, heeft ruime kansen om die tegen te komen.

Soms sta ik voor een zaal met allerlei leeftijden door elkaar, van jonge kinderen tot bejaarden. Soms voor volwassenen, soms voor kinderen.

Als ik poezie lees voor volwassenen, sta ik voor een voorgeselecteerd publiek van geinteresseerden. Die gedragen zich doorgaans braaf en keurig.

Meestal hoef je niet zo lang voor te lezen, en hoef je niets uit je hoofd te kennen, want ook al heb je geen oogcontact met de toehoorders, ze blijven toch wel luisteren, of ze doen alsof.

Sta ik voor kinderen, dan is er doorgaans niets voorgeselecteerds aan. Met mijzelf en mijn boeken sta ik bijvoorbeeld voor stadskinderen die een paar talen spreken en geen enkele goed (in volkse wijken van Den Haag Brussel, Keulen); voor kinderen die een pesthekel hebben aan het lezen van wat voor boek dan ook, omdat het zo'n werk is, al die lettertjes; voor kleine Antillianen op Curacao of Aruba, die leven in de brouwerij willen en klassikaal `Iiiiii!' roepen als het spannend wordt; voor kinderen die vertellen dat ze met mijn boeken leven en ze almaar opnieuw lezen en kinderen die vragen waarom ik niet `gewoon' schrijf; voor kinderen die onder hun stoel liggen van het lachen, terwijl klasgenoten niet snappen wat er leuk is; voor kinderen die de grootste moeite hebben om vijf minuten stil te zitten op de vaak weinig comfortabele stoeltjes, kistjes of matten, waarop een volwassene ook geen uur rustig zou kunnen blijven zitten.

En dan te merken dat je met een verhaal iets van die geestdrift kunt overbrengen, van wat je hebt geschreven en hoe, van het feit dat je ze stuk voor stuk als een stelletje mensen bij elkaar, een stelletje ongeregeld, wilt aanspreken, op hun taalgevoel, op hun verbeelding, op de ruimte die er nog is in hun hoofd. Dat kinderen die een pesthekel aan lezen hebben, toch een boek gaan proberen; dat draaikonten gaan luisteren; dat die Antilliaantjes wier thuistaal op school te drastisch ondergesneeuwd raakte terwille van het Nederlands toch de moed hebben een vraag te formuleren, dat jouw taalplezier hun taalplezier wordt (want daar is het overgrote deel juist gevoelig voor), dat iets van jouw manier om hen uit te dagen om hun grenzen op te rekken, overkomt. Dat is veel harder werken dan even tien minuten gedichten voorlezen van papier. En wie niet geboeid wordt, houdt zich echt niet braaf.

Wil je zoiets doen bij volwassenen, haal dan eens een willekeurig publiek uit een warenhuis, bijvoorbeeld. Dat zal een heel andere literaire avondgeven.

Kroket met patat

Veel restaurants hebben als kindermenu kroket en frieten, of iets in die geest, alsof men er als vanzelfsprekend vanuit gaat dat kinderen daar het meeste eetplezier aan beleven.

Mijn zoon hield op z'n zevende vooral van slakken in knoflookboter. Niet omdat ik dat uit oogpunt van culinaire opdringerij noodzakelijk achtte, maar omdat hij het ooit had gegeten en heel lekker vond. Een vriendje van hem durfde het niet te proeven. Hij at alleen de frieten, die er ook bij waren. Kan ook.

`Nog steeds regeert de opvatting', schrijft Steenhuis, `dat boeken die kinderen met plezier lezen, minderwaardig zijn'.

Wie het zo formuleert, zegt impliciet dat wat `goed geschreven boeken' worden genoemd, geen leesplezier zouden geven, niet dat `spannende en grappige' zouden kunnen bieden, dat `kinderen' willen hebben.

Over de jeugd wordt graag en masse gesproken. Ik had daar als kind een hekel aan. Over het vermeend gebrek aan leeslust bij kinderen wordt ook allang gepraat, waarbij wel eens wordt vergeten dat een nieuw medium als Internet weer veel nieuw gelees vraagt.

Grofweg zullen er zowel bij kinderen als volwassenen twee soorten lezers zijn, die zich ook nog in een persoon kunnen verenigen: die van serie-achtigwerk waarin verwachtingen zeker zullen worden ingelost, en waarin de taal vertrouwd is, en die van een meer verrassend, onverwacht soort teksten, in taal die het gewone overstijgt. Beide soorten boeken hebben zowel voor kinderen als voor volwassenen bestaansrecht, maar het geeft volgens mijn geen pas om bij boeken voor volwassenen kwaliteit en kwantiteit wel en bij die voor kinderen niet als twee verschillende grootheden te zien, en teveel van tevoren te willen vastleggen wat voor `kinderen' plezier is en wat ze nog niet aankunnen. Het lijkt of Steenhuis voor de kinderen opkomt, maar mijns inziens ontkent hij de kracht van uitdaging en verrassing, onderschat hij hen, en ziet hij en als een kudde schapen, zij het wel een kudde die in het weitje van deze tijd past.

Ik moet opeens denken aan een meisje, wier naam ik niet ken. Ik zag haar rondwandelen in een door de VPRO met aandacht en respect gemaakt televisieprogramma. Ze liep over een camping met een klein theatertje op wieltjes. Ze had decorstukken gemaakt en verhalen bedacht en daar gaf ze voorstellingen mee.

Je zag haar bij een paar volwassenen staan, die niet goed keken naar wat ze had gemaakt, maar wel voorbarig `Keurig, hoor' of zoiets riepen. Dat meisje zei voor de camera dat de kinderen die kwamen kijken het leuk vonden. Maar de volwassenen namen het niet serieus. Zo zei ze dat letterlijk, met de begripvolle berusting van iemand die besefte dat ze werd geminacht, terwijl ze iets van het beste liet zien dat ze in staat was te maken en te geven.

Zijn het bepaalde kinderboeken die worden geminacht? Of kinderen?