Nog een keer en hij is van u; De stijgende belangstelling voor fotografieveilingen

`Fotografie is een markt geworden,' zegt Phillipe Garner van de fotografie-afdeling Sotheby's in Londen.

Zijn veilinghuis en Christie's houden steeds vaker veilingen waarop de liefhebber voor relatief kleine bedragen foto's van beroemdheden als Andre Kertesz of Walker Evans kan kopen.

Of dat fotootje een vintageprint is, wil de bebrilde zestiger weten wijzend op het kleine en enigszins vale vrouwenportret van Lucia Moholy. De medewerker van het Londense veilinghuis Christie's raadpleegt de catalogus. Er staat niet dat het geen vintage is, zegt hij. “Jaren twintig vermeldt de catalogus, that's all'. De vragensteller bedankt hem vriendelijk, maar overtuigd is hij duidelijk niet.

Echt druk wil het niet worden tijdens de kijkdagen voorafgaand aan Christie's Londense veiling van 20ste eeuwse fotografie. In het kleine zaaltje achterin het kruipdoor-sluipdoor-complex van het veilinghuis in de wijk South Kensington zijn nooit meer dan tien mensen tegelijkertijd te vinden. Alleen rond lunchtijd is het even drukker. Het publiek blijft gemeleerd: oorclips, paardestaarten (m/v) een enkel driedelig grijs. Iets meer mannen dan vrouwen, meest dertigers en veertigers.

Ze snuffelen door de foto's die opgetast liggen in overvolle dozen of nonchalant bij elkaar geveegd zijn in plastic portfoliomappen. De in lijsten aangeleverde foto's hangen dicht opeen gepakt tegen de muren, en soms scheef zoals Bert Sterns portret van Marilyn Monroe. De Lucia Moholy ligt in een vitrine, evenals de ondanks zijn grote reputatie allerminst indrukwekkende foto's van Man Ray: het naakte profiel van Nusch Eluard (uit 1935, de druk is van later datum), en drie zichtbaar achteloze studioportretjes uit 1952.

Het is alsof de foto-zee aller tijden haar aanspoelsel heeft achtergelaten op het strand van Christie's.

Hebbeding

De handel in fotografie is net als het verzamelen ervan zo oud als het medium zelf. De bemoeienis van de veilinghuizen, Christie's en Sotheby's voorop, is evenwel van recenter datum.

De eerste reguliere fotoveiling vond in 1971 plaats bij Sotheby's Londen. In 1975 organiseerde hetzelfde huis zijn eerste veiling in New York. In beide steden volgde Christie's enkele jaren later. Aanvankelijk richtten ze zich voornamelijk op een select groepje handelaren en particuliere en museale verzamelaars. De laatste jaren neemt echter ook de publieke belangstelling toe voor fotografie als hebbeding.

“Er komen steeds meer nieuwkomers op de veiling', zegt Alison Jeffery Kist, Christie's voor de veiling verantwoordelijke fotografiespecialist. “De topfoto's laten ze aan zich voorbijgaan maar van de goedkopere foto's nemen ze een groeiend aandeel mee naar huis.' Dus onderscheidt Christie's inmiddels doelgroepen bij het organiseren van zijn veilingen: de bijzondere fine and rare prints voor de verzamelaars in het voorjaar, en in het najaar aparte veilingen voor de goedkopere 20ste eeuwse en de specialistische 19de eeuwse fotografie.

“Fotografie is een markt geworden', bevestigt ook Philippe Garner, sinds 1971 hoofd van Sotheby's fotografieafdeling in Londen. De oorzaken zijn legio zegt hij; steeds meer musea die een fotocollectie aanleggen, steeds meer particuliere verzamelaars die hun in de jaren zeventig begonnen collecties presenteren in boeken en exposities. Garner: “Het versterkt elkaar. Iedere nieuwe verzamelaar doet de prijzen iets verder stijgen. Dat trekt weer nieuwe aandacht. It snowballs down the mountain.' Het heeft fotografie wat hij noemt een `collectable' gemaakt. Maar de veilinghuizen hebben de markt niet gemaakt, vindt hij. “We hebben haar hooguit een publiek karakter gegeven.'

De echt spectaculaire resultaten zijn vooralsnog voorbehouden aan Amerika, waar fotoveilingen keer op keer voor records zorgen.

Vooral als het gaat om smetteloze vintage prints uit de jaren twintig en dertig; foto's afgedrukt rond de tijd waarin ook het negatief tot stand kwam - voor de foto hoeft het weinig uit te maken maar de echte verzamelaar gaat behalve voor het beeld ook voor de foto als object. Zoals op Christie's oktober-veiling in New York waar Man Ray's Noire et Blanche (een dyptiek uit 1926 bestaande uit een positief en een negatief afgedrukt portret van een vrouw poserend met een Afrikaans masker) werd afgehamerd op 607.500 dollar - de hoogste prijs ooit op een veiling voor een foto betaald.

In vergelijking daarmee is de duurste foto op Christie's veiling in Londen goedkoop: een kleurige collage uit 1996 van natuurfotograaf Peter Beard, met een verwachte opbrengst van 16.000 tot 23.000 gulden. Er zijn enkele foto's van Berenice Abbott Andre Kertesz en Walker Evans, en hoewel fotografen van naam liggen de prijzen tussen de vier en de zesduizend gulden: de afdrukken zijn van recente datum of van zichtbaar mindere kwaliteit. Van Henri Cartier-Bresson zijn er zeven foto's waaronder zijn beroemde foto van een lunchende familie aan de oevers van de Marne waarvoor Christie's tien tot vijftienduizend gulden als richtprijs geeft.

Maar de meeste foto's zijn aanmerkelijk goedkoper. Afgezien van een handvol foto's waarvoor Christie's geen enkele bedrag wist te bedenken, liggen de laagste prijzen rond de 750 gulden - voor de kunstenaarsportretjes van Denise Colomb uit de jaren vijftig bijvoorbeeld, of voor Thurston Hopkins' vertederende reportagekiekje van een kind slapend onder kranten.

Maar dat zijn de vraagprijzen. In de praktijk kan er minder voor betaald worden. Of bij voldoende belangstelling: meer.

Veilingmeester Duncan McEuen begint duidelijk het liefst aan de lage kant; ver onder de laagste richtprijs in de catalogus en steevast ook lager dan het hoogste voor aanvang van de veiling schriftelijk binnengekomen bod. Het is niet onbegrijpelijk: zoiets stimuleert het bieden en daarmee hopelijk ook de gretigheid.

Maar veel onrust brengt het niet teweeg onder de pakweg 100 aanwezigen in Christie's hangar, een glazen overkapping boven een voormalige binnenplaats. Van rumoer is geen sprake, laat staan dat er energiek gewapperd wordt met de genummerde kaarten waarmee de meeste bezoekers zich als bieders hebben laten registreren. Op de meeste foto's wordt slechts door twee of drie belangstellende geboden. Langdurige duels zijn een uitzondering.

Veilingkoorts

Een kroegtafereel van Bert Hardy, richtprijs volgens de catalogus 200 tot 300 pond, zet McEuen in op honderd pond. Een vrouw op de derde rij steekt haar hand op. McEuen verhoogt de prijs tot 120 pond. Op de zesde rij steekt een man zijn hand op. McEuen kijkt naar de vrouw: ze knikt - 140 pond. McEuen verhoogt tot 160; de man knikt. Bij 180; de vrouw. Pas dan meldt McEuen een schriftelijk bod van 200 pond en verhoogt opnieuw met 20 tot 220. De vrouw knikt. McEuen meldt een schriftelijk bod van 240. De vrouw knikt opnieuw: 260. Weer meldt McEuen een schriftelijk bod, ditmaal van 280 pond. De vrouw twijfelt. “Nog een keer en hij is van u', probeert McEuen haar te verleiden. Ze schudt haar hoofd. Are you sure?, vraagt McEuen. Ze knikt, heftiger dan nodig is om aan te geven dat ze zijn vraag en niet zijn bod bevestigt. Langer dan een minuut neemt het geheel niet in beslag.

Veilingnummer 117, een Horst P.Horst van een gebeeldhouwd Perzisch paardenhoofd (de foto is van 1949, de druk van later datum), zorgt voor een van de weinige veilingduels van de dag - al komt dat willicht ook doordat McEuen zich vergist en de foto te vroeg afhamert op 900 pond.

Hij wordt gecorrigeerd door een belangstellende op de achterste rij die zegt dat McEuen zijn bod gemist heeft. Na enig overleg geeft McEuen de klager gelijk, verontschuldigt zich bij de eerdere koper en verhoogt het bod met 100 pond.

Daarna gaat het snel, eerst met stappen van 100 pond, daarna van 200 pond. De vrouw die zojuist nog dacht de foto reeds gekocht te hebben is vasthoudend, de man op de achterste rij eveneens. Hebben ze nog in de gaten welke de bedragen zijn waarop ze ja knikken? Even slaat de veilingkoorts toe - ook onder de andere aanwezigen, die beurtelings omkijken naar de concurrenten als waren ze toeschouwers bij een tenniswedstrijd. Pas bij 2400 pond valt de hamer opnieuw in het voordeel van de vrouw. Ze heeft bijna drie keer zoveel uitgegeven als in eerste instantie: inclusief de buyers premium van 15% een bedrag van 2760 pond - ruim 9100 gulden. Nog voor het bieden op de volgende foto is afgerond verlaat ze de zaal.

Twee en een half uur na aanvang van de veiling hamert McEuen de driehonderste en laatste foto af. De op een dressoir opgebaarde dode, in 1944 gefotografeerd door de Tsjech Vaclav Zykmund, blijft onverkocht. Het hoogste bod is 300 pond en daarmee minder dan de reserve, het alleen bij het veilinghuis bekende bedrag dat de foto minimaal moet opbrengen.

Gemiddelde veilingsnelheid: twee foto's per minuut.

Marilyn

Het portretje van Lucia Moholy, vintage of niet, wordt afgerekend voor 330 gulden - stukken minder dan de 1000 tot 1200 die ervan werd verwacht. Twee portretten van Denise Colomb brachten maar liefst rond de 2500 gulden op, Thurston Hopkins' krantenmeisje ging voor 1100. De dure fotocollages van Peter Beard bleven onverkocht.

Duurste foto van de veiling werd een landschap van Bill Brandt, afgehamerd op 12.500 gulden. Bert Sterns portret van Marilyn Monroe, tijdens de kijkdagen zo achteloos neergehangen, ging voor 10.000 gulden, Man Ray's naakt van Nusch Eluard voor 8000 gulden. Aan de andere kant: een aardige zij het enigszins fletse fotogravure van Alvin Langdon Coburn kostte de nieuwe eigenaar slechts iets meer dan 100 gulden. Een vrolijk gesigneerd kiekje van Angus McBean: 75, Cecil Beaton's portret van Graham Greene: 200 gulden.

Henri Cartier-Bressons lunch aan de Marne werd niet onder de hamer gebracht. Samen met drie andere foto's van zijn hand werd de foto zonder opgaaf van reden bij aanvang van de veiling teruggetrokken.

Direct na afloop stapelen Christie's-medewerkers de stoelen op; de zaal moet heringericht voor een kijkdag van vazen en keramiek. Naast de veilingzaal is een serie loketten ingericht als op een treinstation. De biedingskaarten worden er weer ingeleverd, creditcards overhandigt, rekeningen in ontvangst genomen. Gesproken wordt er nauwelijks. De vermoeidheid lijkt groter dan de blijdschap.

In een cafe op een steenworp afstand van het veilinghuis zit een van de kopers tevreden naast zijn rode plastic tas met Christie's-logo. Hij stelt zich voor als Charles; zijn achternaam houdt hij liever voor zichzelf, zegt hij. Hij is midden dertig, advocaat in Manchester. In de tas zitten een mannentorso van Robert Mapplethorpe een stilleven van Aaron Siskind en een foto van de Italiaan Mario Giacomelli. Kosten: ruim 23.000 gulden. “Het zijn foto's die ik al jaren wilde hebben.'

Hij noemt zichzelf geen verzamelaar maar een liefhebber, al heeft hij, zijn nieuwe aankopen meegerekend, 15 originele foto's.

Geinteresseerd in vintage prints is hij niet. “Het gaat mij alleen om de foto. Een vintage is prima, maar sommige vintages vind ik persoonlijk niet om aan te zien. Dan zal ik ze niet kopen.'

Net als de meeste veilingbezoekers bood ook Charles alleen op die foto's die hij wilde hebben. “Er waren genoeg foto's die ik mooi vindt maar ik wilde me niet in verleiding laten brengen. Dat is het grote risico van een veiling.' Hij had zichzelf vooraf vermanend toegesproken en opgeschreven wat hij maximaal uit wilde geven. Al bekent hij dat de Giacomelli, een spookachtig straattafereel met een jongetje en enkele in bontjassen gehulde vrouwen, toch `een opwelling` was. “Hij stond op de lijst van foto's die ik ooit nog eens wilde kopen. Toen ik merkte dat er niet hard op geboden werd, besloot ik mijn kans te wagen. De Mapplethorpe en de Siskind moesten nog komen. Stel dat ik die niet krijg, dacht ik. Dan is mijn reis voor niets geweest.'

Opkomst

De dag na de veiling toont Alison Jefferey Kist zich uiterst tevreden. Bijna 200 van de ruim 300 foto's werden verkocht. Opbrengst: 420.000 gulden. Maar het grootste succes was de opkomst, zegt Kist. Ze heeft de adressenlijst van de kopers inmiddels doorgenomen: maar een enkele handelaar, veel first buyers vrijwel uitsluitend Engelsen. “We zijn beslist op de goede weg.'

Over het terugtrekken van de Cartier-Bresson-foto's wil ze echter weinig kwijt. De zaak is in handen van justitie zegt ze, en over verkopers of kopers doet Christie's geen mededelingen. Navraag bij Cartier-Bressons agentschap Magnum leert dat de foto's (volgens de catalogus afkomstig uit het bezit van Pierre de Fenouil, `een voormalige medewerker van de fotograaf') uit het Magnum-archief ontvreemd zijn.

“Er zijn in het verleden her en der de nodige Magnum-foto's blijven slingeren. Nu er veel geld voor te krijgen is duiken ze ineens weer op - vooral bij de veilinghuizen', aldus Liz Grogan, hoofd van de Londense vestiging van Magnum. In principe mogen alleen foto's met een stempel van vrijgave verhandeld worden, zegt Grogan. “Christie's weet dat. Er is in het verleden vaak genoeg over gesproken. Maar ook nu weer wilden ze pas buigen toen we de foto's als gestolen hebben opgegeven bij de politie.'

Andy Cowan, mede-eigenaar van Londens meest succesvolle fotogalerie Hamiltons, moet hartelijk lachen om de kleine aanvaring tussen Magnum en het veilinghuis. Ook hij bekent in het verleden de nodige Magnum-archieffoto's in handen te hebben gehad. “Fotografie is een booming market. Magnum moet nog altijd wennen aan die situatie.'

Toen hij zestien jaar geleden zijn galerie in de dure wijk Mayfair opende was hij al blij eens in de maand een foto voor 750 gulden te kunnen verkopen. “Nu heb ik in een week voor bijna een miljoen gulden aan foto's gekocht.' Op de veilingen in New York uiteraard maar ook, ondanks het second rate-aanbod bij Christie's Londen waar hij met ruim twintig aankopen met afstand de grootste bieder was. Rekening: circa 70.000 gulden. Het meerendeel van zijn aankopen (het landschap van Bill Brandt een naakt van Helmut Newton, enkele modefoto's van Norman Parkinson) zal hij binnen enkele maanden weer kwijt zijn, zegt Cowan. Want al blijft het echte verzamelen voorbehouden aan een kleine groep, fotografie is een bij uitstek democratische kunst. “Voor een paar duizend gulden koop je een afdruk van museale kwaliteit. En dat besef begint duidelijk door te dringen.

Mensen die vroeger een poster of een ansichtkaartje aan de muur hingen, gaan nu voor the real thing.'

Alleen die Horst-afdruk was het geld niet waard, zegt hij als het gevecht op de veiling ter sprake komt. “Ik heb betere drukken voor minder geld. Pas over twee jaar is wat die mevrouw betaalde de prijs voor die foto. Maar over nog eens twee jaar zegt ze - het was een koopje.'