Nederlanders boos om besluit reiskosten; Van Europees Parlement

Nederlandse Europarlementariers van CDA, PvdA, VVD, D66, Groen Links en SGP/GPV/RPF betreuren dat het Europees Parlement vasthoudt aan een reiskostenvergoeding die hoger is dan de werkelijk gemaakte reiskosten.

Gisteren stemde het Europees Parlement over de onkostenvergoedingen. Nederlandse Europarlementariers zeggen al langere tijd dat ze bang zijn dat het getouwtrek over hun inkomens hun reputatie zodanig aantast dat dit op een negatieve manier te merken zal zijn bij de Europese verkiezingen volgend jaar juni. In de begrotingscommissie van het parlement heeft een meerderheid zich uitgesproken voor een amendement van onder andere de Nederlandse socialist Dankert om parlementariers niet meer te vergoeden dan hun werkelijke reiskosten. De liberalen steunden dit amendement. Alleen de christen-democraten - ook de Nederlandse - hadden een probleem: ze wilden dat deze regeling pas in de plaats van de huidige lucratieve forfaitaire vergoedingen zou komen op het ogenblik dat het Europees Parlement over een eigen statuut beschikt. In de praktijk betekent dit dat de nieuwe regeling pas in de verre toekomst zou worden ingevoerd.

Gisteren bij de stemming sneuvelde het amendement omdat de vereiste meerderheid van 314 stemmen niet werd gehaald. Van de aanwezige Europarlementariers stemden 224 voor, 74 tegen en 218 onthielden zich. Door deze uitslag is ruimte gekomen voor toepassing van de als tijdelijk aangekondigde maatregel die de meerderheid van het presidium onder leiding van parlementsvoorzitter Gil-Robles wenst.

Die behelst een vergoeding van het `normale' vliegtarief. Daardoor blijft het mogelijk om business class te declareren en goedkoper te vliegen. Daarnaast is er een vergoeding voor autokosten (f1,32 per kilometer voor de eerste vijfhonderd kilometers en daarna f0,55 per kilometer). Het opvallendste van deze regeling is echter een soort smartengeld dat parlementariers ontvangen die meer dan vijfhonderd kilometer moeten reizen om in Brussel of Straatsburg te komen.

Voor een retourreis, waarvan ze er meestal vier per maand maken, ontvangen ze een extraatje dat oploopt van 220 gulden tot 1.100 gulden.

Als argument voor het extraatje wordt aangevoerd dat Europarlementariers uit landen als Portugal, Griekenland en Spanje in verhouding tot die uit andere landen te weinig verdienen. De inkomsten van Europarlementariers worden betaald door hun landen van herkomst en zijn meestal even hoog als die van nationale parlementariers. In het Europees Parlement zijn Duitsers en Italianen de best betaalden. Voor het smartengeld hebben gisteren echter veel meer parlementariers gestemd dan alleen die uit de slechter betalende landen. Ook anderen bleken er niet voor te voelen alleen nog maar gemaakte kosten te mogen declareren. De meningsverschillen over de reiskosten lopen dwars door de partijen heen.

Ook deze regeling met een “reiszwaartetoeslag' is niet definitief. Het presidium van het parlement wil de zaak opnieuw bekijken als er een statuut is. Dat statuut moet ertoe leiden dat de Europarlementariers allemaal eenzelfde inkomen krijgen. Een argument voor inkomenssteun door middel van een “reiszwaartetoeslag' is dan van de baan. De Duitse socialist Rothley bereidt een voorstel voor een statuut voor, dat in december door het parlement wordt behandeld. Hij wil de Europarlementariers een inkomen geven dat het midden houdt tussen de huidige hoogste en laagste salarissen.