Nederland is een immigratieland geworden

Uit de asielproblematiek zijn langzamerhand wel enkele conclusies te trekken. De gedachte om vluchtelingen zo dicht mogelijk in de buurt van het land van herkomst op te vangen heeft haar verdienste, maar dit principe heeft de stroom van vreemdelingen naar Nederland niet verminderd.

De afspraak in het Schengenverdrag vreemdelingen op te vangen aan de buitengrens van het gebied dat het verdrag bestrijkt, heeft zijn nut maar die heeft de stroom van vreemdelingen naar Nederland niet verminderd. Voor de overeenkomst in hetzelfde verdrag om asielverzoeken in het land van eerste opvang af te handelen geldt hetzelfde. Resultaat: als bijvoorbeeld in Kosovo de mensen op goede gronden op de vlucht slaan meldt een naar verhouding groot contingent Kosovaren zich binnen de kortste keren in Nederlandse opvangcentra. Toch grenst Kosovo niet aan Nederland en lang niet alle Kosovaren nemen een rechtstreekse vlucht naar Schiphol.

De verklaring van dit doorloopverschijnsel is niet moeilijk. De afspraken worden minder streng nageleefd dan Nederland wenselijk acht en vluchtelingen hebben er geen belang bij zich aan de regels te houden. Afhankelijk van hun financiele mogelijkheden en de geslepenheid van hun reisagent trachten zij landen te bereiken met een goede reputatie waar het gaat om hun opvang. De omstandigheden waaronder de reis wordt gemaakt grenzen vaak aan het onmenselijke, maar de transitlanden zelf maken het de vluchteling niet al te moeilijk. Uit ervaring weten de autoriteiten daar dat de eindbestemming van de reizigers verderop ligt. Daar hebben zij vrede mee.

De Nederlandse overheid weert zich met bescheiden middelen. Al jarenlang probeert zij de belangstelling van de Europese partners te wekken voor haar probleem, maar dat levert, behalve mooie voornemens, in de praktijk weinig op. De idee het vluchtelingenvraagstuk als een Europees fenomeen te behandelen en vluchtelingen via een verdeelsleutel over de lidstaten te spreiden is aantrekkelijk in zijn eenvoud, maar vermoedelijk niet te verwezenlijken. Blijft over het nationale ontmoedigingsbeleid waarmee nu al weer een paar jaar ervaring is opgedaan, maar dat evenmin perspectief biedt op een evenwichtiger situatie. Vluchtelingen laten zich blijkbaar niet gauw ontmoedigen.

Het ontmoedigingsbeleid is gebaseerd op een scheiding van de echte vluchtelingen (vervolgden) van de hoofdstroom van tienduizenden vreemdelingen die hier jaarlijks een verzoek tot asiel indienen. Dat verzoek wordt gedaan op grond van de Conventie van Geneve die Nederland heeft ondertekend en die voorziet in verplicht onderzoek naar de rechtmatigheid van ieder ingediend asielverzoek afzonderlijk.

Als de rechtmatigheid van het verzoek wordt vastgesteld, wordt asiel verleend. Dat is in Nederland vaststaand beleid. Maar de overheid erkent slechts een fractie van de asielverzoeken als rechtmatig. Daarnaast laat zij personen toe op humanitaire gronden. De rest karakteriseert zij als economische vluchteling, personen wier veiligheid in eigen land niet op het spel zou staan. Die mensen moeten in beginsel worden uitgewezen. Maar daar rijst dan weer een nieuw probleem. Is het land van herkomst bekend en zo ja, wil dat land de betrokkene terugnemen?

Zo worstelt Nederland met lange asielprocedures, overvolle opvangkampen en het ongemakkelijke gevoel dat het, hoe fatsoenlijk men zich ook tracht te gedragen, tegenover zoveel menselijk leed tekortschiet. Was het niet een historische Nederlandse verdienste om vreemdelingen-in-nood gastvrijheid te verlenen? De rij is lang: Hugenoten, Portugese joden Vlamingen, Chilenen op de vlucht voor Pinochet, Portugese dienstweigeraars. De eerste drie categorieen hebben in hun tijd de Nederlandse economie een welkome stimulans gegeven. Maar nu is Nederland vol, wordt gezegd. En het is nog maar de vraag of de vele nieuwkomers eens een bijdrage zullen leveren aan het maatschappelijk welbevinden. Om te beginnen kosten zij geld, veel geld.

Een impasse dreigt. De wereld blijft onrustig, maar de verbindingen zijn hoogwaardig. Uit alle windstreken stromen de verworpenen toe. De aandacht concentreert zich op de opvang, op te weinig centra, op gebrekkige huisvesting, op het tekort aan voldoende opgeleide ambtenaren om snel en verantwoord tot een schifting over te gaan overeenkomstig de regelgeving. Het gedoe met legertenten, met weer andere tenten, de verwarrende uitspraken van politici onttrekken aan het oog wat wezenlijk is: het opname- en uitwijzingsbeleid is vastgelopen.

Met als gevolg dat het publieke debat zich voortsleept van incident naar incident zonder dat er zicht ontstaat op een bevredigende uitkomst.

Geleidelijk aan is consensus ontstaan dat de mogelijkheid van asiel mensen aantrekt die - wat hun problemen ook mogen zijn - daarop geen recht hebben. Uit tal van inmiddels gepubliceerde vraaggesprekken met vreemdelingen in opvangkampen blijkt dat velen een aannemelijke reden hebben om het eigen land te verlaten economisch of anderszins. Alleen, die reden is lang niet altijd overtuigend genoeg om tot verlening van asiel over te gaan. Het vergt tijd en inspanning om dat in ieder geval apart vast te stellen.

De ervaring leert dat vreemdelingen blijven komen, dat de selectie onbevredigend langzaam en problematisch verloopt waardoor verstopping van de opvang chronisch is geworden en dat uitwijzing nauwelijks soelaas biedt. Het resultaat is een toenemend aantal personen dat zich hier ophoudt zonder ook maar een begin van een relatie met de Nederlandse samenleving op te bouwen. Alle bezweringsformules hebben tot dusver gefaald.

Het moment is aangebroken om de druk op het asielbeleid op een innovatieve manier te verminderen. De erkenning dat het asielverzoek vaak op juridisch oneigenlijke gronden wordt gedaan, is een begin. Maar het uitgangspunt dat vreemdelingen zich slechts tijdelijk in Nederland ophouden, blijft een obstakel voor het vinden van een uitweg.

Als de overheid en de politiek zouden kunnen toegeven dat Nederland een immigratieland is geworden, ontstaat nieuw perspectief. Dan zou een quotaregeling kunnen worden getroffen, met inbegrip van criteria waaraan een vreemdeling moet voldoen om tot het land te worden toegelaten. De eis van inburgering die al wordt gesteld aan mensen die `binnen' zijn, zou dan ook kunnen worden voorgelegd aan mensen die naar binnen willen. Het asiel zou dan kunnen dienen waarvoor het oorspronkelijk was bedoeld.