Meeslepend spel van Buffalo Tom op bierfeestje

“We drinken alleen Heineken', zegt zanger Bill Janovitz van Buffalo Tom een blikje bier van de sponsor in de hand. “Dat moeten we vijftig keer zeggen vanavond.'

Het grapje maakte zijn ongemak met de vercommercialisering van de alternatieve - van oorsprong juist anti-commerciele - pop duidelijk. Ook voor bezoekers van kleine popzalen is het nog wennen dat je steeds vaker geconfronteerd wordt met posters en stands van bier- en sigarettenmerken die de avond sponsoren - iets wat op popfestivals normaal is, maar in het gesubsidieerde clubcircuit tot voor kort taboe was. Het kan nog rare situaties opleveren: stel bijvoorbeeld dat de Max-zaal van de Amsterdamse Melkweg, waar de X-Pl'oor-avond zaterdag is, niet door Pepsi maar door bijvoorbeeld Grolsch of Dommelsch gesponsord was? Kan een eventuele Coca Cola-avond plaatsvinden in de Max, waar dat merk niet verkocht wordt?

De door Heineken in samenwerking met popblad Oor opgezette korte X-Pl'oor-tournees zijn tenminste nog een vrij creatieve manier van sponsoren. De voornaamste zorg van de organisatoren lijkt te zijn dat de bezoekers zich geen moment mogen vervelen, dus zijn er vijf bands, een handvol dj's, een film en nog wat stand-up-komieken te zien, allemaal op een avond. Een soort mini-versie van het Lowlands-festival, dat blijkbaar de norm heeft gezet voor jongerenvermaak: de keus bieden tussen pop, film dansen en lachen.

Een van de bands die gisteravond in Rotterdam te zien waren en vandaag en morgen doorreizen naar Tilburg en Amsterdam, is het Australische The Cruel Sea. Zoals meer Australische groepen is het vijftal in eigen land razend populair, en daarbuiten nagenoeg onbekend. Ten onrechte, zoals de zes tot nu toe verschenen albums bewijzen, waarop een sfeervolle mengeling te horen is van aangename gitaarpop, eenzame country en ontspannen swingende rhythm & blues. Live bleek de muziek nog beter tot zijn recht te komen, vooral door de charismatische zanger Tex Perkins, eveneens zanger van The Beasts Of Bourbon. Zijn voordracht had de funky souplesse van een rapper, en de brutale overtuigingskracht van een rockzanger als Mick Jagger. De broeierige liedjes, met fraaie heldere, soms scherp klinkende gitaarpartijen, voerden het publiek mee naar de ruige, verlaten, hete streken in Australie.

De muziek van het Amerikaanse trio Buffalo Tom, de hoofdact gisteravond, roept eerder het beeld op van een jongen in een cafe, die met een pot bier voor zich peinst over het leven, de liefde en de dromen die hij nog wil verwezenlijken. Anders dan The Cruel Sea is de groep hier juist populairder dan in eigen land, vooral door het fantastische album Let Me Come Over uit 1992, dat onder meer de populaire ballad `Taillights Fade' bevat.

De andere cd's staan in de schaduw van die plaat, waarop de passievolle, melodramatische gitaarpop van de groep te horen is in hartverscheurende, melodieuze popsongs. De onlangs verschenen zesde cd Smitten is opnieuw mooi, maar eigenlijk een weinig nieuws biedende variant op het eerdere werk.

Op het podium was de groep uitgebreid met een bescheiden bijdragen leverende toetsenist. Zoals altijd was Buffalo Tom een genot om te zien en te horen, door de tomeloze inzet van zanger Bill Janovitz en de onstuimige energie in de muziek, die bij optredens meer de ruimte krijgt dan op de platen. Met zijn licht-hese stem zong schreeuwde en jammerde Janovitz hartstochtelijk, zo nu en dan in fraaie harmoniezang met bassist Chris Colbourn, die met zijn helderder, scheller stem ook een paar nummers zong. Het was een meeslepend optreden, al ontbrak deze keer de magie die Buffalo Tom-concerten soms onvergetelijk maakt - misschien omdat het publiek een beetje verzadigd was door de X-Pl'oor-overdaad, en daardoor de inzet van de groep niet beantwoordde met een enthousiasme dat de muzikanten tot grotere hoogten had kunnen laten stijgen.