Magnus Mills: `Ik houd van boeken die zomaar ophouden'

De hoofdpersonen van de genomineerde roman `The restraint of beasts' van Magnus Mills zijn hekkenbouwers. Maar het boek zelf is ook opgezet als een omheining waarin zowel de personages als de lezer worden afgerasterd.

Ze halen hun schouders op, de twee langharige mannen met geruite hemden die in de laadbak van een vrachtwagentje een shagje zitten te draaien. Eigenlijk bouwen ze een steiger tegen de pui van een verlopen blok woningen in de zuid-Londense wijk Brixton, maar nu is het tijd om te roken. Heu? De naam van deze straat? Geen idee, grinniken ze. Rare buitenlander.

Wie de schrijver Magnus Mills komt opzoeken moet bedacht zijn op zulke ontmoetingen. De steigerbouwers tegenover zijn huis zouden de dagloners Tam en Richie kunnen zijn, de hoofdpersonen uit zijn debuutroman The Restraint of Beasts. Die ingenieuze zwarte komedie is met vijf andere romans genomineerd voor de Booker Prize 1998.

Het loopt niet goed af met Tam en Richie. In weer en wind bouwen ze hekken op landerijen in Schotland en Engeland, van honderden palen die moeten worden ingegraven en van mijlen ijzerdraad dat ze op spanning moeten brengen. Hun opdrachtgevers - schapen- en koeienboeren - komen door nare ongelukken om het leven. Maar daarover maken ze zich niet druk, zolang ze 's avonds naar de pub kunnen. Tot hun laatste opdracht, het bouwen van ruim twee meter hoge, geelectrificeerde hekken rondom een mysterieuze worstfabriek. Als die klaar zijn, is schouderophalen er niet meer bij. ``Je kunt de sleutel als het ware in het slot horen klikken', zegt Mills (44). ``Al heb ik het einde open gehouden. Ik hou van boeken die zomaar ophouden. `I was killed allright', zo eindigt Burgess' A clockwork orange. Dat beviel mij wel.'

Hard werken in het open veld, zeldzaam tegenwoordig, en twee Schotse jongens die worden overgebracht naar Engeland ``waar alles anders is' - sommige recensenten hebben daarin gezien dat Mills wil schrijven over de `donkere kant van contractarbeid' of over de sociale tegenstelling tussen Schotland en Engeland.

Maar hij heeft helemaal geen boodschap, zegt hij.

``Maar ik wil ook niet dat de lezer het boek na afloop dichtslaat en vergeet. Er moet iets te raden blijven.'

Daarom ook houdt hij van weinig bijvoeglijke naamwoorden. En vooral van veel dialoog, in een droge licht-absurdistische toon, die soms doet denken aan Pinter of Becket.

``Klinkt als een grote klus.'

``Klopt, ons grootste contract tot nu toe'.

``Doen de andere werkploegen mee?'

``Er zijn geen andere ploegen. Jullie zijn de laatste.'

Hij schept er ook de suspense mee die vanaf het begin de lucht hangt, eerst vaag, later beklemmend zwaar.

Mills: ``Ik heb zelf een tijdje hekken gebouwd in Schotland. Ik weet hoe het gebeurt, ik ken de mensen die het doen en ik ken de boeren en landeigenaars die ze laten bouwen. Ik ben begonnen met een beschrijving van hoe je een hek bouwt. Maar toen ik die aan mijn moeder voorlas, zei ze: `Dit is te saai. Gooi maar weg!' Toen ben ik met de dialogen begonnen. En gaandeweg kreeg ik een ander idee: ik raakte benieuwd of ik het verhaal zelf als een omheining kon aanleggen. Of ik het verhaal zo kon maken dat de personages zichzelf steeds verder inbouwen - letterlijk en figuurlijk - en dat ik de ook de lezer kon omrasteren fencing in.'

Dat hij voor de Booker-prijs werd genomineerd verbaasde hem niet erg. Al voor de bekendmaking van de zes finalisten, eind vorige maand, werd hij herhaaldelijk gebeld door journalisten die zijn boek hadden gelezen en hem kansrijk vonden. ``Ik voorvoelde het.'

Een productiemaatschappij heeft alvast een optie genomen op de filmrechten. Frankrijk, Duitsland en drie Scandinavische landen geven The restraint of beasts uit.

In Nederland verschijnt het binnenkort bij uitgeverij Podium. En op de vleugels van de publiciteit komt het ene na het andere verzoek binnen om columns en andere stukken te schrijven voor de krant. Zijn volgende boek, met de voorlopige titel All quiet on the Orient Express, dat volgens hem ``nog droger' is, ligt al bij de uitgever, al moet hij er waarschijnlijk nog een beetje aan schaven. Nee, of hij dinsdag nu wint of niet, nu al kan Mills vaststellen dat het Booker-circus hem geen windeieren legt.

``Financieel kan ik mijn baan als buschauffeur nu wel een tijdje opgeven', zegt hij. ``Maar ik doe het niet.' Daarmee is het onderwerp aangegeven dat hem wel al weken verbaast en zelfs een beetje boos maakt: de interesse in zijn baan - een beroep is het niet eerder ``bezigheidstherapie.'

``Ik ben de enige van de zes genomineerden die geen fulltime schrijver is. Het werk dat ik doe is bovendien bekend. Iedereen in Bombay of Mexico weet wat een Londense rode dubbeldekker is. Daarom noemen ze mij nu `de schrijvende buschauffeur'. Maar het is een patroniserend stereotype, dat ook te maken heeft met het oude Engelse klassen-onderscheid. Alsof ik verder helemaal geen eigen leven heb buiten schrijven en de bus besturen. De vooronderstelling is: iedereen kan een bus besturen, dus hoe kan zo iemand nou een boek schrijven?

``Nou, ik kan je zeggen: niet iedereen kan een bus besturen. De mensen denken dat je maar wat rondrijdt, maar het vergt precieze timing en teamwork met de conducteur. Het is erg inspannend om een bus in Londen niet te snel en niet te langzaam maar precies op tijd te laten rijden.' Stof voor een roman? ``Nog niet', zegt Mills. ``Later.'