Koekhappen

De schijnbaar heldere term marktaandeel wordt in handen van bestuursvoorzitters een boterzacht begrip. Het lijkt eenvoudig: je snijdt de taart (de markt) in stukken en ieder neemt het deel dat hem toekomt.

Philips demonstreerde gisteren aardig hoe het ogenschijnlijk keurig opdelen kan ontaarden in een wild spel koekhappen. President Boonstra claimde een mondiaal marktaandeel van 6 procent in zaktelefoons. De koele cijfers van marktanalist Dataquest weerspreken dat. Philips had in 1997 2,1 procent van de markt. De veranderingen in mobiele telefonie gaan snel maar niet zo snel. In de marge van de persconferentie meldde financieel bestuurder Jan Hommen dat de 6 procent de Europese en Aziatische markt betreft.

Eerder dit jaar meldde Philips een aandeel van bijna 7 procent in draagbare telefoons. Correct, maar alleen als draadloze toestellen voor in huis worden meegerekend.

De gecompliceerde markt voor mobiele telefonie is een mooi speelveld voor het leggen van claims op een dominante positie. Zo was in 1997 bijna iedereen marktleider. Nokia (in gsm-telefoons in Europa), Ericsson (in abonnees die op de mobiele infrastructuur zijn aangesloten), Motorola (wereldwijd, maar vooral dankzij een sterke positie in een afkalvende technologie).

Gezien Philips' aspiraties is het logisch dat de president meehapt naar de koek. “Sommige individuen zijn meer verantwoordelijk dan anderen', antwoordde Boonstra gisteren vrij naar Orwell toen hem werd gevraagd naar een mogelijk aftreden. En sommige marktaandelen zijn meer gelijk dan andere.