Kinderboeken 1

`Kinderboekenweek, feest der leesverpesters', kopt NRC Handelsblad (Boeken, 9 oktober) boven het artikel van Paul Steenhuis.

Als leergierig organisator van de Kinderboekenweek lees je de goed gedocumenteerde visie, om vervolgens tot de conclusie te komen dat je er niets mee kunt. De auteur maakt in zijn artikel twee grote denkfouten. Ten eerste blijkt na lezing dat hij niet de Kinderboekenweek heeft geanalyseerd maar de literaire critici. Deze zouden niet leesbevorderend bezig zijn. Voor een medewerker aan de Boekenbijlage behoort hij toch te weten dat critici geen boodschap hebben aan leesbevordering. Zij schrijven over de ontwikkelingen in de kinder- en jeugdboekliteratuur. Daarin past wellicht ook een artikel over de populariteit van de door Steenhuis op de Parnassus geplaatste Kameleon-reeks. Maar leesbevorderaars zijn het niet. Dat zijn de mensen in scholen, bibliotheken en boekwinkels. En die vieren sinds 1955 jaarlijks de Kinderboekenweek, met als doel de kinderen te laten zien dat er voor ieder kind mooie boeken zijn, En zoals het bij een propagandaweek hoort, worden de kinderen ook aangemoedigd eens iets anders te lezen dan ze al doen. Poezie bijvoorbeeld.

Denkfout twee is de functie die hij de Griffels en soortgelijke kinderboekprijzen toedicht. Met verwijzing naar een Amerikaans onderzoek stelt hij dat bekroonde boeken de leeslust wegnemen. Kinderen moeten daarom volgens hem tegen de jury's worden beschermd. Het is een schoolvoorbeeld van het creeren van tegenstellingen die er niet zijn. De Griffels worden niet toegekend om het kind te verleiden zijn jojo opzij te leggen en te gaan lezen. Het is naast een waardering voor de auteur, een advies aan de lezer die op zoek is naar een boek met bijzondere kwaliteiten. Het is vaak een tip voor fijnproevers, maar net zo vaak een handreiking aan een groot publiek.

Voorbeelden van die laatste categorie zijn er genoeg. Besteseller-auteur Max Velthuijs kreeg een Gouden Griffel voor zijn internationaal bewonderde boeken over een kikker die worstelt met vragen over leven en dood; Sjoerd Kuyper, schrijver van onder andere Het Zakmes ontving in 1997 een Gouden Griffel voor zijn boek Robin en God, waarin hij vrolijk verhaalt op een voor ieder te begrijpen wijze, van het gehaspel van volwassenen met het geloof.

Ouders, bibliothecaressen mensen in het onderwijs en boekverkopers weten wat een kind aan kan. En geven desgevraagd een op het kind gericht advies. Het verheerlijken van het serieboek zoals Steenhuis doet is net zo betuttelend als de houding van de door hem neergesabelde critici met hun exclusieve aandacht voor goede boeken. De Stichting CPNB onttrekt zich bewust aan die discussie. Een voorbeeld hiervan is de keuze van het Kinderboekenweekgeschenk. Het ene jaar wordt een heerlijk griezelboek van Paul van Loon als Kinderboekenweekgeschenk weggegeven, het andere jaar een prachtige hervertelling van de mythe van Perseus door Imme Dros. Dat alles onder het devies: reik de kinderen veel aan, maak ze mondig en laat ze zelf kiezen.