Kennis leidt tot de ergste domheid

Een van de karakteristieken die lezers van Julian Barnes' romans zich zullen herinneren is dat hij er graag Frankrijk in betrekt, liefst Rouen sinds zijn verbeelding daar zo virtuoos werkte voor Flaubert's Parrot van 1984.

Een tweede karakteristiek is dat hij zichzelf toestaat met een nietsontziende blik en intiem begrip al zijn personen even vrijmoedig in hun gedachten als in hun gedrag te beschrijven. Hij houdt zich niet op de achtergrond als verteller. Hij blijft aanwezig, onderzoekend en ontdekkend; het klinkt alsof hij aan het eind van een alinea een inzicht onder woorden brengt dat hij aan het begin nog niet had.

In England England komen deze karakteristieken minder uit dan anders en er is nogal gemopperd dat het niet zijn beste boek is, al heeft de jury het voor de Bookerprijs van dit jaar genomineerd. Frankrijk is er maar door een voorbijgaande intellectueel vertegenwoordigd, en de enige persoon in wie Barnes ontdekkingen doet is een vrouw met de naam Martha die niet het hoofdthema van de roman levert.

Het hoofdthema is Engelands verval in de naaste toekomst, waardoor het alleen in de vorm van een pretpark op het eiland Wight blijft meedoen aan de 21ste eeuw en voor de rest terugzinkt in onderontwikkelde gemoedelijkheid. De vermakelijkheden van Wight, nu `England England' genoemd, zijn de bekendste toeristische attracties van het grote buureiland, gekopieerd in zo nodig kleinere afmetingen (Westminster Abbey, Harrods). Een onstuitbare en onuitstaanbare multimiljonair heeft het bedacht, en de ervaring stelt hem in het gelijk. Toeristen maken gretig gebruik van dat nieuwe Engeland waar zij geen moeizame reizen hoeven te maken want alle bezienswaardigheden liggen vlak bij elkaar. Het eiland slaagt erin zich vrij te kopen van het moederland en een eigen geschiedenis te beginnen, commercieel onafhankelijk en politiek ongedefinieerd.

De satire is provocerend genoeg om de lezer aan het lezen te houden en grimmig of snuivend te laten lachen. Niemand zal over Barnes zeggen dat hij een saaie man is. Wel dat zijn talent tekortschiet om de onwaarschijnlijkheid te doen vergeten. Daardoor kunnen er storende vragen opkomen, zoals: wat deden ze in Londen om te proberen Wight in het gareel te houden? - hoe verliepen de relaties met de rest van Europa? - vond het voorbeeld van Wight navolging in andere versukkelende landen? - en zo door.

Dit is misschien flauw van mij zegt de lezer dan tegen zichzelf: het spel verlangt dat ik zulke vragen niet stel, dus laat ik ze van mij afzetten.

Blijft over dat het eiland Wight veel aandacht opeist die beter aan Martha besteed had kunnen worden. Zij domineert een kort eerste deel van het verhaal, over haar jeugd en haar vader die wegliep met een minnares; zij krijgt opnieuw de ruimte in het laatste deel waar zij als bejaarde terugkeert in het arme oude Engeland en zich bezint op haar levenservaringen. Intussen heeft zij dan tweehonderd pagina's lang in de directie van het commerciele eiland Wight gezeten. Zij toont zich daar een capabel mens, in staat zelfs om een tijd lang de leiding van de zaken te voeren, Zij wint ons respect als bestuurder en intrigante. Intussen zijn ook in het verhaal van deze gloriejaren de beste passages die waar blijken dat zij meer te bieden heeft, namelijk dat zij als een echte Barnesiaanse haar ondervindingen tot uitdrukking kan brengen.

Van het verhaal van het vrijgevochten eiland moet gezegd worden dat er heel goed door te komen is. Op Martha is een hogere waardering van toepassing. Zij verdient herlezen en geciteerd te worden, voor haar zelfanalyse en haar onderscheidingsvermogen. Om een klein voorbeeld van het laatste te geven haar dorpje in het oude Engeland bevalt haar, bedenkt zij, omdat de domheid van de mensen er van de oude soort is, gebaseerd op onkunde, niet van de moderne soort die berust op kennis.

Hoe deze vrouw het zo lang heeft kunnen uithouden in een baan bij een pretpark is moeilijk te begrijpen. Helemaal geloofwaardig is zij niet, lezenswaardig wel. Aan het eind zit zij 's avonds op een heuvel naar het dorp te kijken waar het jaarlijkse feest net afloopt: even maar, dan staat zij op en daalt de helling af. Al lijkt dat niets bijzonders, de lezer zal haar missen.