Jorritsma wordt baas over stroomnet

Minister Jorritsma wil stroomproducenten een goede concurrentiepositie verschaffen. Opmerkelijk is dat de rijksoverheid de baas wordt over het hoogspanningsnet.

In een tijdperk van marktliberalisering en privatisering van traditionale nutsbedrijven lijkt het vloeken in de kerk als de overheid een controlerend belang neemt in het Nederlandse hoogspanningsnet voor transport van elektriciteit.

Toch heeft minister Jorritsma (Economische Zaken) het plan van creatieve ambtenaren omarmd om de vier Nederlandse stroomproductiebedrijven en hun koepelbedrijf Sep na hun mislukte fusie van dit voorjaar de helpende hand te reiken. Zonder financiele hulp zouden de stroombedrijven als kleine partijen op de Europese markt het hoofd niet boven water kunnen houden en ook geen aantrekkelijke partners voor commerciele bedrijven worden.

Een tweede belangrijk onderdeel van Jorritsma's plannen is een tijdelijke heffing op de tarieven voor transport van elektriciteit. Die heffing is nodig om onrendabele investeringen die in het verleden mede op aandrang van de overheid zijn gedaan, af te betalen. Alleen met een schone lei kunnen de vier bedrijven EPON (Noord- en Oost Nederland), EZH (Zuid-Holland), UNA (Utrecht en Noord-Holland) en EPZ (Zuid-Nederland) de concurrentie aan.

Volgens marktexperts neemt de Europese concurrentie nu al sterk toe, hoewel nog lang niet in alle lidstaten van de Europese Unie een wettelijke basis is verschaft aan de vrije energiemarkt. Wel bestaat er al sinds een jaar een EU-richtlijn die de verbruikers van elektriciteit fasegewijs vrijheid verleent om zelf naar de voordeligste leverancier op zoek te gaan. In Nederland maken al verscheidene bedrijven gebruik van de mogelijkheid om goedkope stroom te importeren. Zodra per 1 januari de Elektriciteitsbeurs (Amsterdam Power Exchange) wordt geopend, zal de spotmarkt aan betekenis winnen.

De Nederlandse elektriciteitstarieven behoorden de laatste acht jaar steeds tot de laagste in Europa, maar dat dreigt nu snel te veranderen. Buitenlandse producenten bieden hun overproductie aan tegen aantrekkelijke prijzen, die lager liggen dan het gemiddelde niveau van zo'n 8,5 cent per kilowattuur in Nederland. De vier grote Nederlandse producenten hadden zich in het kader van de voorgenomen fusie tot een landelijk grootschalig bedrijf al verbonden tot een ingrijpende herstructurering en personeelsreductie. Daarmee zou de prijs dalen tot 7 cent per kilowattuur. Nu de fusie van de baan is moeten de bedrijven zich nog harder inspannen om bij de les te blijven. Ze verwachten dat er binnen afzienbare termijn grote stroomcontracten voor zes cent per kilowattuur worden aangeboden.

In die situatie kunnen zij geen onrendabele projecten als de kolenvergasser Demkolec in het Limburgse Buggenum en dure stadsverwarmingsnetten, in de wandeling als `bakstenen' omschreven, meer meezeulen. Die projecten zijn opgezet in het belang van een milieuvriendelijker elektriciteitsproductie. De minister heeft nu toestemming aan de Europese Commissie gevraagd om die kosten via een heffing voor alle verbruikers te verevenen. Een derde onrendabel milieuproject van de stroomsector betreft een nieuwe kabelverbinding met Noorwegen om stroom uit waterkracht te importeren. De kosten daarvan wil Jorritsma omslaan op de tarieven voor gebruik van het hoogspanningsnet. De regering hecht sterk aan het Noorse project omdat daarmee vrijwel de hele jaarlijkse uitstoot aan broeikasgassen van een grote centrale van 600 megawatt wordt vermeden.

Gemiddeld zou het bij de `bakstenenheffing' gaan om 0,2 a 0,3 cent per kilowattuur.

Industriele grootverbruikers zijn bezorgd over die kostenpost, maar Jorritsma heeft in de Tweede Kamer verzekerd dat ze met haar heffing niet meer dan een kwart tot een derde van het prijsvoordeel van de vrije energiehandel door de heffing zal afromen. Bovendien wordt nog gestudeerd op een faire verdeling.

De heffing krijgt een vaste component voor de `bakstenen' en mogelijk een variabele component om bestaande contracten voor de import van aardgas uit Noorwegen en elektriciteit uit Duitsland en Frankrijk bij te stellen. Eerst wordt er heronderhandeld met de leveranciers. Mocht dat onvoldoende opleveren en de marktprijs voor stroom daalt onder de 7 cent per kilowattuur, dan wordt het verschil met het variabele deel opgeheven, heeft Jorritsma aangekondigd.

Daar staat tegenover dat het rijk als grootste aandeelhouder in het netwerkbedrijf niet aan het stroomtransport wil verdienen. De bedoeling is dat dividend wordt gebruikt om de verbruikersheffing op elektriciteit weer te verlagen.