Iraanse Hoeders op de bres voor verleden

De Iraniers stemmen vandaag voor een nieuwe Assemblee van Experts, die is belast met het toezicht op de Opperste Leider. De meeste hervormingsgezinde kandidaten zijn door de selectiecommissie geschrapt.

Bijna 400 gegadigden hadden zich deze zomer aangemeld voor lidmaatschap van de Iraanse Assemblee van Experts. Uiteindelijk dingen er in de verkiezingen van vandaag maar 167 van hen naar een van de 86 zetels van de in betrekkelijke obscuriteit opererende Assemblee, die de belangrijke taak heeft de Iraanse Opperste Leider te kiezen en op diens functioneren toe te zien. De rest is meedogenloos geschrapt door een ander typisch Iraans lichaam, de Raad van Hoeders van de Grondwet, die het islamitische gehalte van wetgeving en van potentiele wetgevers waarborgt.

Argument van de in meerderheid conservatieve Hoeders is dat de afgewezenen geen mujtaheds, islamitische rechtsgeleerden, van voldoende kaliber waren, zoals de wet voorschrijft. Critici wijzen er op dat toevallig 80 procent van de afvallers hervormingsgezinde kandidaten zijn dat wil zeggen aanhangers van de regering van president Mohammad Khatami. Een nieuwe aflevering dus van de permanente machtsstrijd tussen conservatieven en hervormers.

De verkiezingen hadden belangrijk kunnen zijn. Afgelopen zomer hoopten veel Iraniers nog dat ze een verfriste Assemblee van Experts zouden opleveren die het voorzichtig opkomende debat over de rol van de Opperste Leider een impuls zou kunnen geven. Want daarvoor zou dit het geeigende orgaan zijn. Een Assemblee die op het functioneren van een leider toeziet, kan zo'n leider immers ook afzetten of zijn bevoegdheden beperken.

De Leider heeft grondwettelijk doorslaggevende macht in de Islamitische Republiek Iran krachtens het principe van de velayat-e faqih, het politieke primaat van de geestelijk leider - het fundament van de Islamitische Republiek. Hij is opperbevelhebber van de reguliere strijdkrachten en van de paramilitaire Revolutionaire Garde.

Hij benoemt zes van de twaalf Hoeders van de Grondwet. Hij benoemt het hoofd van de rechterlijke macht (die weer de zes overige Hoeders benoemt). Hij wijst de directeur van de staatsradio en -televisie aan. Hij heeft in principe het laatste woord in de buitenlandse poitiek en eigenlijk in alle belangrijke staatsaangelegenheden. Hij is de facto Gods vertegenwoordiger op aarde zij het in een land dat verder relatief democratisch - dat wil zeggen democratisch op de rol van de Hoeders na - zijn parlement en president kiest.

Discussie over de positie van de Leider is jarenlang taboe geweest. Ministers werden ten val gebracht, de president gekritiseerd - de Leider, eerst imam Khomeiny en na diens dood ayatollah Ali Khamenei was onaantastbaar. Maar gaandeweg heeft de Islamitische Revolutie haar scherpste kanten verloren, en zelfs aan dat taboe wordt nu geknaagd. Intellectuelen maar ook kritische geestelijken hebben de bevoegdheden van de Leider ter discussie gesteld. Een van de eersten die dat deed de filosoof dr. Soroush, werd twee jaar geleden het leven vervolgens behoorlijk zuur gemaakt, zodanig dat hij zich gedwongen voelde Iran een tijdlang te verlaten. Ayatollah Ali Montazeri, indertijd beoogd opvolger van Khomeiny maar kort voor diens dood in 1989 wegens afwijkende ideeen op non-actief gesteld, werd dit jaar na voorstellen tot amendering van het Leiderschap onder huisarrest geplaatst.

Maar het debat liet zich niet verstikken. Het heeft zich integendeel, gestimuleerd door de verkiezing van een pro-democratische president, uitgebreid van wat als een kleine kring van dissidenten kan worden beschouwd tot meer reguliere groepen, waaronder studenten. Hervormingsgezinde kranten publiceerden de afgelopen tijd ook vraaggesprekken met islamitisch erkende deskundigen die vonden dat de Assemblee van Experts in haar volgende ambtstermijn van acht jaar wel wat meer zou kunnen doen dan eens per jaar stilletjes bijeen te komen. Het zal er nu waarschijnlijk niet van komen.

In een weerspiegeling van de veranderingen die zich in de Iraanse maatschappij voltrekken, meldden deze zomer voor het eerst ook negen vrouwen en enkele tientallen niet-geestelijken zich aan als kandidaat voor de Assemblee van Experts: want waarom zouden alleen geestelijken over de noodzakelijke religieuze kennis beschikken? En, voerden hun pleitbezorgers aan beschikten de geestelijken die tot dusverre lid van de Assemblee waren geweest, eigenlijk wel over de noodzakelijke maatschappelijke kennis om goed te kunnen functioneren?

De eigenzinnige mevrouw Azam Taleghani dochter van wijlen ayatollah Taleghani - indertijd een van de meest gerespecteerde leiders van het verzet tegen de sjah - vond van niet, en stelde zich kandidaat. “Ik voel verantwoordelijkheid voor mijn godsdienst, voor de maatschappij en voor mijn land', zo verklaarde ze vorige maand in een vraaggesprek in haar kantoor in Teheran haar kandidatuur. Daarbij wees zij erop dat in de beginjaren van de Islamitische Republiek een vrouw al deel uitmaakte van de Assemblee. “Dus er is geen obstakel.'

Maar ze voelde al aankomen dat de Hoeders haar zouden afwijzen: “Ik heb de afgelopen 19 jaar kritiek geleverd en bezwaar gemaakt. Ze denken dat ik niet aan hun zijde sta. Ze denken dat wat zij zeggen moet worden uitgevoerd, desnoods met geweld. Stelletje dogmatici - misschien niet allemaal maar wel de meerderheid.'

Mevrouw Taleghani werd inderdaad afgewezen, evenals de overige acht vrouwen en alle niet-geestelijken. Veel liberale geestelijken kregen een examen opgelegd om hun theologische kennis te toetsen - waarop verscheidenen van hen verontwaardigd hun kandidatuur introkken onder verwijzing naar hun opleiding aan de religieuze scholen van de shi'itische heilige stad Qom.

President Khatami toonde zaterdag zijn onvrede over de selectie van kandidaten. “Als er was getuigd van een grotere tolerantie en een groter aantal kandidaten was toegestaan mee te doen, dan zou er een grotere diversiteit en rivaliteit zijn geweest wat het enthousiasme onder de kiezers had gestimuleerd', zei hij in een toespraak voor de televisie. “We zouden de mensen niet moeten verhinderen kritiek te leveren op de componenten van het systeem, de instituties, de president de Raad van Hoeders, het parlement, de rechterlijke macht.' Maar tegelijkertijd deed hij een dringend beroep op de bevolking toch te gaan stemmen.

Dat deed deze week ook de geschorste burgemeester van Teheran, Gholamhossein Karbaschi, die dit voorjaar in wat algemeen als een politiek proces wordt gezien wegens corruptie tot vijf jaar gevangenisstraf werd veroordeeld en nu op zijn beroepszaak zit te wachten. De bij de bevolking zeer populaire Karbaschi is leider van de Dienaren van de Wederopbouw, een partij-in-wording die president Khatami steunt. “Wij geloven dat zelfs onder de huidige omstandigheden het beter is om te gaan stemmen en een groter aantal gematigde personen in de Assemblee van Experts te kiezen', zei hij. “Het is een recht dat ons is gegeven en we moeten daar voor ons eigen bestwil van gebruikmaken.' “Als we de regels willen wijzigen, dan moeten we aan de verkiezingen deelnemen en voor hen stemmen van wie we hopen dat ze de regels zullen wijzigen.'

De conservatieven op hun beurt hameren ook op de “revolutionaire plicht om te gaan stemmen'. Hun greep houden ze op de Assemblee, dat staat vast. Maar een lage opkomst kan worden uitgelegd als een motie van wantrouwen in hun opereren. Want niemand is vergeten dat Khatami anderhalf jaar geleden met 70 procent van de stemmen als president werd gekozen bij een opkomst van bijna 90 procent.