Hij erfde een paard van de Light Brigade

De nieuwe roman van Beryl Bainbridge begint met een bevroren moment: de twaalfjarige Myrtle staat minutenlang stil zonder met haar ogen te knipperen, terwijl haar hand rust op de schouder van de op bed liggende Mr. Hardy.

Mr. Hardy knippert ook niet met z'n ogen, hij is namelijk al ruim een dag dood. Het is een zaterdagochtend in het Liverpool van 1846 en George, Hardy's zoon, is bezig met een foto-opname waarin het lijkt alsof Myrtle afscheid neemt van Mr. Hardy op zijn doodsbed in het familiehuis. Maar de foto is op meer dan een manier een leugen. Zoals blijkt uit de rest van het hoofdstuk hebben George en Myrtle hem de dag ervoor, na een reeks toevalligheden en vergissingen, halfnaakt en dood aangetroffen in een bordeel in een achterbuurt, en hem vervolgens in het diepste geheim met de hulp van een straatschoffie en een paardenkar terug naar huis gebracht.

In dit eerste hoofdstuk, dat de titel `Plate 1. 1846. Girl in the Presence of Death' draagt, komen al direct de belangrijkste thema's van Master Georgie samen: de beslissende rol van toeval en willekeur; de onbetrouwbaarheid van foto's, herinneringen en andere manieren om de werkelijkheid vast te leggen; en, daaraan gepaard, de onherroepelijke vluchtigheid van de dingen - de foto van het doodsbed is na een week helemaal zwart geworden. Geen lichte kost dus, maar door de inktzwarte ironie waarmee Bainbridge haar verhaal vertelt, blijft het boek uiterst leesbaar. In zes hoofdstukken, die lopen van 1846 tot november 1854 en allemaal als titel het bijschrift van een foto kregen, komen om beurten Myrtle, het straatschoffie Pompey, en Georges zwager, de geoloog Dr. Potter aan het woord over de verdere lotgevallen van de familie Hardy.

Die blijken voorgoed verwoven met de toevallige ontdekking in het bordeel. George behandelt Myrtle, een aangenomen wees die hem verafgoodt voortaan als een volwaardig lid van het gezin, en hij geeft Pompey zo'n grote som geld dat die zich kan vestigen als portretfotograaf. Met George zelf, een homoseksuele jonge arts, gaat het sinds de dood van zijn vader echter bergafwaarts. Hij ziet de op handen zijnde oorlog tegen Rusland dan ook als een kans en vertrekt als arts in het Engelse leger naar de Krim, in het gezelschap van Myrtle en Dr. Potter. Daar komen ze ook Pompey weer tegen, als medewerker van de eerste oorlogsfotograaf.

Het is typerend voor Bainbridges aanpak dat de grote gebeurtenissen en beroemde hoofdrolspelers van de Krimoorlog hooguit terloops genoemd worden. Zo houdt Dr. Potter een nieuw paard over aan de beruchte `Charge of the Light Brigade`: er waren opeens een paar honderd paarden over.

Ook andere gruwelijkheden worden steeds koel en bijna achteloos vermeld temidden van zaken die de ik-figuren meer bezig houden, zoals uitjes en vermaak in het kamp, ongedierte, of bespiegelingen over Lyells Principles of Geology. Naarmate de oorlog vordert kunnen de hoofdpersonen echter steeds moeilijker om de waanzin, de rondslingerende ledematen en de eindeloze cholera-epidemie heen.

Bainbridge schildert hier een uiterst zwart beeld van het menselijk bestaan, waarin personen meer gedreven worden door toevalligheden dan door bewuste keuzes, en alles doordrenkt is van een grenzeloze futiliteit. Op voorbeeldige wijze verwerkte ze relevante historische feiten in haar verhaal - misschien iets te voorbeeldig. Ze heeft een perfect oog voor details, maar de koele ironische blik waarmee ze haar personages gadeslaat, laat uiteindelijk weinig ruimte voor compassie (zo blijft de lezer eerder geamuseerd dan geraakt achter, wanneer George aan het eind van de roman wordt doodgeschoten - zijn lichaam wordt gebruikt om symmetrie te verlenen aan een groepje overlevenden, voor een foto om de motivatie aan het thuisfront wat op te peppen). Het is dan ook niet waarschijnlijk dat Bainbridge, die in de afgelopen dertig jaar uitgroeide tot een van Groot-Brittannies belangrijkste schrijfsters, en al vier keer genomineerd werd, nu wel de Booker Prize zal winnen.