Gekwelde soulman; Marvin Gaye (1939-1984)

Het was zelfmoord. Nog zekerder dan David Ritz, de eerste biograaf van Marvin Gaye, weet de Engelse journalist Steve Turner dat de dood van een van de grootste Amerikaanse soulzangers zelfverkozen was.

Uitgebreider dan de bizarre wijze waarop Gaye op 1 april 1984 werd doodgeschoten door zijn eigen vader, beschrijft Turner in Trouble Man hoe Gaye de fatale schietpartij willens en wetens had uitgelokt. Al in de proloog van zijn biografie geeft Turner letterlijk een deel van het laatste telefoongesprek weer dat Gaye in maart 1984 voerde met zijn lijfwacht Andre White. In de laatste maanden van zijn leven liet Gaye, geteisterd door achtervolgingswaan en vergeetachtigheid, alle telefoongesprekken opnemen die hij vanuit zijn ouderlijk huis voerde.

`Marvin, ik hoop dat je beseft dat je pa geen grapje maakt als hij zegt: Ik gaf je het leven en zal het je ook weer ontnemen', zei White tegen Marvin Gaye, die in 1982 na zijn terugkeer uit Belgie bij zijn ouders in Los Angeles was gaan wonen en vrijwel dagelijks ruzie had met zijn vader.

`Klopt. Dat zegt hij, ja', antwoordde Gaye. `En hij meent het ook.'

Later in het gesprek legt White het zwijgen op aan Gaye met de woorden: `Je wilt dood en je bent te laf voor zelfmoord. Maar als je blijft klooien met je vader... Hij heeft je gezegd wat hij dan doet.' `Je hebt gelijk', zegt Gaye.

Twee weken later ging Gaye zijn vader te lijf, omdat deze zijn moeder onheus had bejegend. Vervolgens keerde hij terug naar zijn slaapkamer, tussen die van zijn vader en zijn moeder in. Zijn vader pakte het pistool dat een van Gaye's lijfwachten hem - na lang aandringen van zijn zoon - een paar maanden eerder had gegeven en deed wat hij altijd had beloofd te zullen doen als zijn zoon hem zou belagen: hij doodde hem, met twee schoten.

ZoontjeDe zelfmoordtheorie is de belangrijkste rechtvaardiging voor Turners Gaye-biografie. Toen de Amerikaanse journalist David Ritz al een jaar na Gaye's dood een biografie van ruim 350 bladzijden publiceerde, leek daar weinig aan toe te voegen. Dat bleek in 1991, toen de Engelse Sharon Davis kwam met I Heard It Through The Grapevine, een naar Marvin Gaye's beroemdste nummer vernoemd boek dat in alle opzichten minder bleek dan Ritz' biografie. Maar Turner is er dankzij gesprekken met talloze mensen die met Gaye hebben geleefd en gewerkt wel in geslaagd een aantal nieuwe feiten te ontdekken. Zo heeft hij weten te achterhalen dat Marvin Pentz Gaye III slechts voor de helft de geadopteerde zoon is van Marvin Gaye en zijn eerste vrouw Anna Gordy.

Ritz schreef al dat Anna Gordy, zus van Motown-directeur Berry Gordy en zeventien jaar ouder dan Gaye, geen kinderen kon krijgen. Hij nam van Gaye voor kennisgeving aan dat ze daarom in 1965 een zoontje hadden geadopteerd. Maar nu blijkt uit Turners boek dat Marvin Gaye met goedkeuring van Anna Gordy in 1965 een kind verwekte bij Anna's toen 15-jarige nichtje Denise Gordy.

Ook op Gaye's tweejarig verblijf in Oostende gaat Turner veel dieper in dan Ritz. Gaye was aan de Belgische kust terechtgekomen, nadat zijn leven in 1980 in Londen een dieptepunt had bereikt. Hij had toen al twee carrieres achter de rug. In de jaren zestig had hij zich met liefdesliedjes opgewerkt tot de succesrijkste en geliefdste mannelijke muzikant van het soullabel Motown. Een decennium later was hij, na een paar jaar van inactiviteit, veranderd in een musicus die volledig artistieke vrijheid had bevochten en zijn werk had ontdaan van de typische Motown-sound. `What's Going On', een plaat uit 1971, klonk met zijn rijk georkestreerde jazzy soul zo anders, dat Motown-directeur Berry Gordy hem aanvankelijk niet wilde uitbrengen. `Dit is de slechtste plaat die ik ooit heb gehoord; het klinkt als twee platen door elkaar heen', was zijn commentaar. Gordy vergiste zich. Toen de plaat uiteindelijk na een staking van Gaye toch werd uitgebracht, werd `What's Going On' een groot succes. De jazz-akkoorden en maatschappijkritiek van Gaye's magnum opus bleken het grote publiek helemaal niet af te schrikken.

Ook toen Gaye zich later in de jaren zeventig met platen als `Let's Get It On' en 'I Want You' beperkte tot het thema van de lichamelijke liefde bleef hij succesvol. Maar omstreeks 1980 was er weinig meer over van zijn reputatie als de grote profeet van het leerstuk dat seks tot verlossing kan leiden.

Zijn laatste platen waren geflopt en zijn concerten waren vaak rampzalig. Ook zijn tweede huwelijk, met de zeventien jaar jongere Janis, was gestrand. In zijn persoonlijk leven leidde seks niet naar de hemel maar naar de hel. Bovendien had Gaye enorme belasting- en alimentatieschulden in zijn vaderland. Ze deden hem besluiten na een tournee door Groot-Brittannie niet terug te keren naar de Verenigde Staten.

In Londen gebruikte hij verbijsterende hoeveelheden cocaine en verbleef dagenlang in bed met steeds weer andere vrouwen. Van zijn zoontje Bubby, die hij min of meer had ontvoerd uit het huis van zijn vrouw, trok hij zich weinig aan. Tot werken was hij niet in staat en toen zijn platenmaatschappij ten einde raad zijn nog onvoltooide plaat In Our Lifetime? uitbracht, zwoer hij plechtig dat hij nooit meer iets zou doen voor Motown.

Gaye was hard op weg naar de goot of de dood. Hij werd gered door de Belgische impresario en bokspromotor Freddy Cousaert, die hem wist over te halen naar Oostende te komen. Cousaert, een hartstochtelijke fan van Marvin Gaye, wierp zich op als mentor van de aan lager wal geraakt soulzanger. In Oostende kreeg hij Gaye van de drugs en aan het werk. Het resultaat was Midnight Love, de eerste plaat die Gaye niet voor Motown maakte. Een van de nummers van Midnight Love, `Sexual Healing', werd Gaye's eerste hit sinds vele jaren.

David Ritz besteedde in Divided Soul slechts een paar bladzijden aan Gaye's wonderbaarlijke Belgische wederopstanding. In zijn boek is Eugenie Vis de Nederlandse vriendin van Gaye, bijvoorbeeld nauwelijks meer dan een voetnoot. Maar in Turners boek neemt Gaye's Belgische ballingschap een belangrijke plaats in en komt Vis uitgebreid aan het woord.

Ze maakt weer eens duidelijk hoe bizar Gaye's verhouding tot vrouwen was. Vis was nauwelijks meer dan Gaye's slaaf, schrijft Turner. Ze moest op zoontje Bubby passen, het huishouden doen en zich onderwerpen aan Gaye's seksuele wensen. Voor Marvin Gaye was dit de normaalste zaak van de wereld. `Net als zijn vader was Gaye misogyn', schrijft Turner. `De functie van vrouwen, zo geloofde hij, was de man te dienen en te gehoorzamen. Ze moesten hun plaats kennen.'

Uiteindelijk bleek Gaye's verblijf in Belgie slechts uitstel van zijn einde. Een operatie van zijn moeder deed hem terugkeren naar de Verenigde Staten. En hij bleef daar, hoewel hij Cousaert had beloofd naar Belgie terug te keren. Hij raakte er weer verslingerd aan drugs en seks, die hem steeds krankzinniger maakten tot de dood de enige uitweg was, zo laat Turner zien.

Schuldbesef

Het voordeel van Trouble Man boven Ritz' biografie is dat Turner meer afstand tot zijn onderwerp heeft. Ritz had Gaye nog persoonlijk gekend en zelfs een proces tegen hem gevoerd (en gewonnen), omdat hij niet als medeauteur van Gaye's comebackhit `Sexual Healing' was vermeld. Dit maakte Ritz tot een direct betrokkene die in zijn biografie soms hinderlijk tussen de lezer en zijn onderwerp in staat.

Turners distantie en nieuwe feiten hebben niet geleid tot een ander beeld van Gaye. Net als in de andere biografieen blijkt Gaye zachtaardig en wreed te zijn geweest teder en vol rauwe lust, nederig en trots, helder en verward, intelligent en gek, diep religieus en amoreel, onzeker en overtuigd van zijn talent. Ook bij Turner is Gaye een man die zijn hele leven gebukt ging onder zijn jeugd waarin hem de strenge normen en waarden van de splinterkerk House of God werden bijgebracht.

Of hij nu zijn wereldse en dus in de ogen van de dominees van House of God verwerpelijke muziek zong of zich overgaf aan promiscue seks - altijd werd hij geplaagd door schuldbesef. `Zijn problemen kwamen allemaal voort uit de verwerping door zijn vader' schrijft Turner bijna aan het einde van zijn biografie. `Zeer gevoelig als hij was, zorgde het tekort aan liefde en aan steun voor een innerlijke pijn die hem nooit verliet.'

Maar in zijn uiteindelijke oordeel over Gaye is Turner veel harder dan Ritz. Volgens Ritz was Marvin Gaye's karakter vol conflicten, maar volgens Turner gaat het om tegenspraken. Het onderscheid tussen conflict en tegenspraak lijkt op futiele haarkloverij, maar voor Turner heeft het verstrekkende gevolgen voor zijn oordeel over Gaye, dat hij wonderlijk genoeg heeft weggestopt in een korte cryptische passage. `Er is sprake van een conflict als je zeer toegewijd bent aan het bewandelen van het rechte en nauwe pad maar af en toe merkt dat je struikelt', schrijft hij in de epiloog. `Er is een tegenspraak als je probeert het nauwe pad en de brede weg tegelijkertijd te bewandelen. Verleiding is een conflict. Hypocrisie is een tegenspraak.'