Een passie voor paprika's; Kunstenaar Adri Huisman op de bres voor verdwijnende Westlandkassen

Kunstenaar Adri Huisman woont in het Westland. In zijn werk ondergaat menige radijs of snijboon een metamorfose waarvan geen tuinder ooit gedroomd heeft.

De oude, met afbraak bedreigde, kassen beschouwt hij als industrieel erfgoed: “De Dafjes van de kasbouw verdienen bescherming.'

Neem nu het Westland, de glazen stad van West-Nederland. Zelden hoor je erover, of er moet een overstroming zijn, en dan blijken er ineens zoveel tropische planten te worden gekweekt dat de hele Serengeti ermee kan worden volgepoot.

In de lange lanen vol warenhuizen, zoals de hoge kassen heten, groeien etenswaren tegen de klippen op; paprika's aubergines, peulen, tomaten, radijzen, en, niet te vergeten de witte en de blauwe druif. Wie de zon van september langs schuine wanden vol rijpe rode en Westlandse druiventrossen heeft zien glijden, begrijpt weer een beetje beter hoe lastig het afscheid voor Adam en Eva is geweest. Zittend lopend en liggend - je hoeft in zo'n kas je mond maar open te doen om meteen in de zoete druiven te kunnen bijten.

Adri Huisman (44) is beeldend kunstenaar in Maasdijk. Hier, in het hart van de glastuinbouw werd hij geboren en hij woont er nog steeds, in een bungalow die plompverloren tussen de puntdaken van burgermanswoningen is gemetseld. Toch is Huisman een zonderling tussen de tuinders gebleven. Want wie anders heeft er in deze streek een belangeloze passie voor paprika's? En wie anders spant zich zo in om de antieke glas-architectuur van wat druivenkassen te behouden?

Al jaren lang propageert Huisman de producten van het Westland, gewoon omdat ze mooi zijn, geurig, kleurig knapperig en wat dies meer zij. Hij maakt er kunstwerken van, waarover later, en hij organiseert in nazomers her en der druivenproeverijen, alsof we nog niet weten dat de Black Alicante uit Monster het in zoetigheid best tegen de Griekse, Italiaanse en Franse muscaat kan opnemen. De kunstenaar zelf kweekt niks, nou ja, bijna niks. Als er zoiets als een Westlandse jungle bestaat, dan ligt die verscholen in de reusachtige, vervallen kassen achter zijn bungalow en daar mogen dan op honderden vierkante meters struiken met hyperzoete oertomaten woekeren, een natuur-installatie met tomaten ter grootte van aalbessen.

Dit jaar mocht in de kassen de pompoen zijn gang gaan. De Britse fotograaf Howard Sooley, die een beeldschoon boekje maakte over de tuin van de in 1991 overleden cineast Derek Jarman, is hier net met zijn camera zijn ogen komen uitkijken. Je struikelt over de verende humus van wat eens peulen waren en je slaat er luiken van bladeren opzij, waarachter zich de zachtgele kalebassen en oranje pompoenen schuilhouden. Let vooral op die lijnen van roze plastic of die draden van gedroogde paprika's, die Huisman voor zijn plezier in de kas heeft gedrapeerd. Af en toe kom je ze ook bij galerie Brutto Gusto in Rotterdam tegen. En schrik niet van die volle weckflessen tussen het afval. Er zitten geen organen van de overburen in, al doet die lichaamskleur dat sterk vermoeden. Nee, het zijn opnieuw Huismans geliefde paprika's, die zwemmend in de azijn verkleuren tot iets vleselijks.

Gelukkig kan de huismerel hier met zijn gezin in welstand leven dankzij de gezonde slakkenpopulatie en de wilde druif, die langzaam kaalgevreten wordt en in de kas al de geur van gisting verspreidt. En vergeet verder niet naar de gaten tussen het glas te kijken, dat is voor de beestenboel. De pest van die nieuwe en efficiente warenhuizen is dat ze potdicht zijn; geen kikker kan ze kraken.

Claustrofobisch

Zoals bekend moeten de komende jaren zeshonderd glastuinbouwbedrijven in het Westland verdwijnen voor woningen en voor meer groen. Minstens een kwart van de 3.400 hectare kassen gaan op de schop en wat overblijft zal zich moderniseren. Iets meer horizon in dat claustrofobische, glazen stratenplan kan geen kwaad, denkt de stedeling. Maar intussen verdwijnen er om andere redenen ook industriele monumenten die ten onrechte nog niet als zodanig worden erkend.

Het gaat om kassen, tachtig negentig jaar oud, samengesteld uit glas en stopverf. Een 19de-eeuws Belgisch idee, dat eigenlijk uit het zogenaamde muurkastje of fruitmuurtje is voortgekomen. De ramen werden onregelmatig tussen de kleine glazenplaten aangebracht om `in het kassie de zeelucht beter te laten golven'.

Alleen al de oorspronkelijke, smeedijzeren mechanismen die bij deur en raam voor ontluchting zorgen, zijn zo wonderlijk mooi lasso-achtig gestileerd dat je ze meteen thuis als sculpturen wil ophangen. En was voor het minimum van zevenhonderd gulden - dankzij overheidssubsidies in de crisisjaren dertig - zo'n kas neergezet dan verscheen op het puntdak boven elke deur het ijzeren beeldmerk van de kasbouwer, een fier gekruld en onverslijtbaar vaantje.

Bij W.J.van Dijk in Monster is straks geen beeldmerk meer te bekennen. Meer dan veertig van Van Dijks druivenkassen, elk 300 vierkante meter groot gaan in april tegen de vlakte. De zaak draait op verlies, zijn zoon wil niet meer telen, de grond wordt verkocht en er komen, bodemloos te kweken trostomaten op, die een hoger rendement garanderen. De Hollandse druif zal sterven. Door zijn lage opbrengst dreigt hij het definitief van zijn buitenlandse soortgenoten te verliezen.

Decennialang hebben dezelfde Westlanders elk voorjaar weer Van Dijks druiventrossen `gekrent' uitgedund, om ze maanden later met hun eigen schaar `te snijden'. Een ieder kon in dit `druivendorp' in zijn eigen werkkas op de tast zijn eigen bomen herkennen. Soms kreeg `het kwaad', valse meeldauw, wel eens greep op een tros of wat. Snel ingrijpen was geboden. Maar dit jaar gaat bij Van Dijk voor het laatst de hele oogst de koeling in - tot kerst, want dan zal er meer voor de trossen betaald worden.

Intussen zijn er een paar kassen verderop al vele van de tientallen jaren oude druivenbomen gekapt. De tuinder vindt die klus zelf te pijnlijk. De grond die kilometers druivenboomwortels verbergt, moet worden schoon gestoomd en daarna pas kunnen de nieuwe warenhuizen oprukken.

“Deze druivenkassen zijn de dafjes van de kassenbouw', zegt Adri Huisman, “de allereerste zonnecollectoren. Daar moeten er toch een paar van in een hortus of zo bewaard blijven?' Van Dijk denkt bij huisvesting aan een openluchtmuseum: “En dan hoop ik natuurlijk dat er een hele straat gered kan worden. Maar dat moet wel snel gebeuren, want kijk maar in die hoek daar lekt het glas al een beetje.'

Gietwas

Terug in Maasdijk praten we verder in de veertien meter lange A3 Mobiel, de grootste Europese `caravan' van beeldend kunstenaar Joep van Lieshout. Huisman kon hem kopen dankzij de opbrengsten van een familiebedrijf. Hij heeft het grasgroene atelier op wielen, dat voorzien is van een stompige zachtgroene uitbouw, laten neerzetten aan de voet van zijn heuvelachtige tuin. “Ik heb thuis drie kleine kinderen en ik maak zelf ook nogal wat rommel. Op een tentoonstelling vorig jaar in Munster zag ik Van Lieshouts werk weer en toen heb ik er maar een besteld. Nu kan ik hier in alle rust werken, troep maken en over de tuin uitkijken.'

Van Lieshout ontwierp voor Huisman dakramen in de vorm van - hoe kan het anders - paprika's. Op de caravan-tafel liggen paprika's van blauw gekleurde hars en op Huismans foto's zien we een slingergordijn van oranje paprika's. Waarom in vredesnaam? “Het is een praktisch product, het stinkt niet het weegt niks, het laat zich stapelen en ik vind het heerlijk om ermee te werken.'

De kunstenaars van de Arte Povera, die met vergankelijke materialen werkten, hebben Huisman bij zijn beeldhouwersopleiding aan de academie destijds op het spoor gezet. Hij ging tapijten van cactussen en radijzen maken en hij liet de meest barokke paprika's afgieten in brons. “Ik zie nu ook hoe steeds meer paprika-rassen verdwijnen. De markt laat bij de producent geen verscheidenheid meer toe. Er moet een enkele mondiale paprika-soort overblijven. Om de gebruikelijke tien procent aan afwijkingen te voorkomen wordt er nu zelfs een soort met onvruchtbaar zaad gekweekt. Als teler kan je dus niet het zaad uit je eigen paprika's meer gebruiken, nee, je moet elk jaar weer dat nieuwe zaad kopen.'

Op een van de tafels in de A3 Mobiel liggen grillige groeisels uitgestald, elk gedoopt in de diepdonkere, half transparante gietwas. Laat een puntpaprika drogen en hij blijkt zich te vermommen tot een collectezak, opgedoken uit een eeuwenoude beerput. En zo kan bij Huisman menige verdorde koolrabi uitgegroeide radijs of verknipte snijboon een metamorfose ondergaan waar geen Westlander ooit van gedroomd heeft. Samen met trosjes druiven verrekijkers en objects trouves rangschikt hij ze in staande kistjes tot stillevens. Het zijn die kistjes die ineens een vreemde verwantschap vertonen met de magistraal geschilderde stillevens van Juan Sanchez Cotan en Francisco de Zurbaran. Voor een onvergetelijk fruit- of groentenportret konden deze 17de-eeuwse Spaanse meesters volstaan met wat knollen en citroenen.

“Ik ben geen eco-freak', zegt Huisman. “Ik houd van de charme van het gewone, waar we steeds vaker en sneller aan voorbijleven. Soms nodig ik hier schoolklassen uit om ze paprika's te laten ruiken, proeven en voelen om hun zintuigen te prikkelen. Groenten doen in schoonheid niet onder voor bloemen. Misschien herinneren de kinderen zich later hoe lekker en ook hoe mooi groenten eigenlijk zijn.'