De merkwaardigste EU-top sinds tijden

De discussie gaat morgen over alles, behalve over het oorspronkelijke onderwerp van gesprek. Over de metamorfose van de informele Europese top in Portschach.

In het Oostenrijkse Portschach wordt morgen een van de merkwaardigste topbijeenkomsten van de staats- en regeringsleiders van de Europese Unie gehouden. Het is de bedoeling dat in een minimum van tijd over een breed scala van onderwerpen gesproken wordt en dat de zaak waarvoor de top werd georganiseerd amper aan de orde zal komen. Bovendien is niet de verwachting dat op deze informele top over ook maar een zaak een informeel akkoord wordt bereikt. Duitsland is vertegenwoordigd door beoogd bondskanselier Schroder die pas volgende week in functie treedt. De kersverse Italiaanse premier, D'Alema, gaat in Oostenrijk vooral op kennismakingsbezoek bij zijn collega's.

Het initiatief voor deze informele top is afkomstig van de Duitse bondskanselier Kohl, die er echter vanaf heeft gezien om in Portschach van de EU-regeringsleiders afscheid te gaan nemen. Hij wist afgelopen voorjaar de Franse president Chirac te winnen tot het gezamenlijke initiatief om op de top van regeringsleiders in Cardiff voor te stellen eens informeel te gaan praten over subsidiariteit. Geen andere regeringsleider toonde zich enthousiast om te overleggen over dit principe dat Brussel zich niet moet bemoeien met zaken die op nationaal of regionaal niveau beslist kunnen worden. Maar niemand sprak het Duits-Franse duo tegen en het Oostenrijkse voorzitterschap kreeg de opdracht de informele top te organiseren.

De Oostenrijkse premier Klima bleek weinig gelukkig met deze taak tijdens zijn rondreis langs de Europese hoofdsteden ter voorbereiding van de top. President Chirac was de enige die nog over subsidiariteit wenste te spreken. Klima en de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken Schussel suggereerden een waslijst van andere gespreksonderwerpen, waarvan de meeste in de verschillende hoofdsteden van tafel werden geveegd.

Desondanks wil Oostenrijk voorstellen dat de regeringsleiders van de EU voortaan zo'n zes keer per jaar informeel bijeenkomen. Maar volgens Brusselse diplomaten hebben de meeste regeringsleiders al laten weten dat zij hun weekeinden beter kunnen gebruiken.

Ten slotte is overeengekomen dat de regeringsleiders morgen eerst over actuele zaken zullen spreken. Daarbij komen onder andere de toestand in Kosovo en de internationale financiele crisis aan de orde. De Britse premier Blair heeft tijd gevraagd om zijn collega's toe te spreken over Britse gedachten over de Europese defensie. Volgens een Nederlandse diplomaat zal er met scepsis naar Blair worden geluisterd, omdat de Britse premier tot nu toe over iets anders dan de NAVO niet wilde horen.

De Spaanse premier Aznar heeft verzocht zijn collega's te mogen toespreken over bestrijding van criminaliteit en de behandeling van asielzoekers in de EU. Premier Kok zal zijn collega's een Benelux-plan presenteren voor de vertegenwoordiging van de ministers van Financien van de aan de euro deelnemende landen op bijeenkomsten van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) en de geindustrialiseerde landen van de G-7. Aanvankelijk was Nederland net als Duitsland tegenstander van een geinstitutionaliseerde rol van deze ministers van Financien. Het vond dat de president van de Europese Centrale Bank (ECB) euroland kon vertegenwoordigen. Maar Nederland is sinds kort om en wil dat de voorzitter van het gezelschap van ministers van Financien, de zogeheten euro-11, naast de president van de ECB en een vertegenwoordiger van de Europese Commissie naar buiten namens euroland optreedt. Het Duitsland van Kohl - en vooral Bundesbank-president Tietmeyer - wilde er tot het laatste ogenblik niets weten van de mogelijkheid dat de president van de ECB een minister van Financien naast zich zou krijgen.

In Portschach kan blijken of Schroder wel een zwaardere rol van de euro-11 aanvaardt.

In het Parkhotel van Portschach zal ten slotte ook gesproken worden over de coordinatie van economisch, sociaal en fiscaal beleid in de EU. Op dit ogenblik wordt al getracht een afstemming van de werkloosheidsbestrijding in de EU tot stand te brengen, hoewel het om nationale bevoegdheden gaat. Voorlopig bestaat die coordinatie uit niet veel meer dan dat de lidstaten actieplannen aan de Europese Commissie voorleggen zodat zij er later op gewezen kunnen worden in hoeverre zij deze wel of niet hebben uitgevoerd. Deze afstemming kwam tot stand nadat de Franse socialistische regering een Europees werkgelegenheidsbeleid had bepleit. Een vraag is of de komende regering van Schroder - met daarin minister van Financien Lafontaine die een belangrijk deel van het Duitse Europa-beleid gaat leiden - het oude Franse standpunt weer ter tafel zal brengen.