Codenaam Ulysses; Modernistische thriller van Bleker & Elmendorp

Een thriller in de geest van James Joyce, dat is net zoiets als een klucht in de stijl van Tolstoi of een western a la Jane Austen: je kunt je er moeilijk een voorstelling van maken. Tenzij je Bleker & Elmendorp heet.

Dit Rotterdams schrijversduo debuteerde een jaar geleden met de modernistische misdaadroman Zwart glas, en werd wegens verregaand lef beloond met een plaats op de shortlist van de Generale Bank-prijs.

Zwart glas, het verhaal van twee Engelsen die het leven in een noordelijk-Iers vissersplaatsje ontwrichten, speelt niet in Dublin, zoals de beroemdste boeken van Joyce. Maar de verwijzingen naar vooral Ulysses zijn te talrijk om overheen te lezen. Soms zijn ze oppervlakkig en speels zoals in het eerste hoofdstuk, wanneer een van de personages met Joyce' meesterwerk op schoot in de bus zit (`als inleiding op de volksaard van een land waar de dingen nog gebeurden'). Soms zijn ze alleen bedoeld voor de goede verstaander: een kroeg met de naam van Joyce' hoofdpersoon (`Blooms'), een erotisch feestmaal met diens lievelingsgerecht (niertjes). En soms zijn ze inhoudelijk-stilistisch van aard. Zo wemelt het in Zwart glas, net als in Ulysses, van personages die door middel van diepgaande monologues interieurs voor de lezer oprijzen; terwijl ook de parallellen met verhalen uit de klassieke en Keltische tradities niet van de lucht zijn.

Nog joyceaanser is het spel met uiteenlopende (literaire) genres. Zoals Joyce in de 18 hoofdstukken van Ulysses experimenteerde met onder meer de stuiversroman, geschiedschrijving, de catechismus en de fuga, zo bedrijven Bleker & Elmendorp alchimie met de politieke thriller, de psychologische roman, de pastorale en de kasteelromance. Niet zonder succes, want Zwart glas kent nauwelijks saaie momenten en laat de lezer kennis maken met een aantal herkenbare hoofdpersonen die ondanks hun misdadige handelingen sympathie oproepen.

Wraakzucht

De jonge Amaryllis bijvoorbeeld. Op de vlucht voor een verknipt verleden en een losgeslagen leven in Londen, arriveert ze aan het eind van de jaren zeventig in het dorpje Ballygaerin, waar ze bij een oude graaf in een dito kasteel een betrekking als gezelschapsdame aanvaardt.

Ze wordt met open armen ontvangen door alle dorpsbewoners, van de joviale kroegbaas tot de moederlijke huishoudster op het kasteel die haar op de hoogte brengt van de eigenaardigheden van haar werkgever. Amaryllis voelt zich de heldin uit een kasteelroman: `Het enige wat ontbrak was de jongeman van eenvoudige komaf, bij voorkeur een visser, met vierkante kin of gepekelde tors, of allebei, in wiens armen ze de ware liefde zou ontdekken.'

Ook daar is uiteindelijk in voorzien; maar voor het zover komt, wordt - in de beste tradities van Twin Peaks-achtige thriller - langzaam duidelijk dat het vriendelijk ogende dorpje een poel van verderf is. De graaf heeft in een ver verleden wellicht zijn vrouw vermoord, de huishoudster en de kroegbaas doen aan kinky sex en smokkelen heroine in dode vissen, de dorpspriester is een oude geilaard, een knappe pelgrim blijkt huurmoordenaar in dienst van de Britse anti-IRA-brigade en de serene natuur rondom het grensplaatsje is vergeven van explosieven en slaags rakende terroristen. Aan de meeste dorpsbewoners is wel een steekje los; maar alleen de lezer kan dat weten, want die krijgt als enige door een steeds wisselend perspectief nog een kans om de ingewikkelde intrige van Frank Bleker (1966) en Ruud Elmendorp (1961) te doorzien.

`Geen land is zo intens in de weer met zijn doden als Ierland' merkt de oude graaf op na het overlijden van de oudste vrouw van het dorp. Zoals veel in Zwart glas heeft dat een ironische ondertoon want er wordt nogal wat gemoord in Ballygaerin en omstreken. Anno 1979 is het gebied een dependance van het Noord-Ierse slagveld, waarop sinds jaar en dag de wraakzucht het idealisme heeft verdrongen. Huizen worden opgeblazen (de titel van de roman verwijst onder andere naar geblakerde ruiten), mensen neergeschoten, ledematen afgerukt, nekken gebroken en ogen uitgelepeld.

Vooral geheim agent McComb, naast Amaryllis de persoon van wie we het meest te weten komen, is het middelpunt van geweldsexplosies die scherp contrasteren met de idyllische sfeer in het Keltische dorpje dat we zo goed meenden te kennen.

Je zou Zwart glas een hardboiled novel kunnen noemen, maar daarmee doe je Bleker & Elmendorp tekort. Hoe nietsontziend ze af en toe ook uit de hoek komen, juist in alledaagse subtiliteit ligt hun grootste kracht. De elliptische dialogen klinken natuurlijk, de Ierse setting is overtuigend uitgewerkt, je kunt af en toe glimlachen om de goed passende beeldspraak (`De grafstenen bogen onder de orgeltonen', `Koffie, appendix van het avondritueel'), en de innerlijke monologen van de personages zijn herkenbaar en soms zelfs ontroerend. In Zwart glas wordt in woorden omgezet wat er omgaat in het hoofd van een gestoorde jongen, welke gedachten een heer van stand nog bij elkaar kan rapen als hij een halve liter Paddy op heeft, of - helemaal in het begin - hoe Amaryllis na een lange reis in slaap valt: `Zee door het raam, ruisend over de kust. Ze mocht slapen, hoefde niet. Morgen douchen. Straks. Ze wist niet hoe laat het was, nacht. Ze had haar wekker niet bij zich. Eindpunt, zei de chauffeur in de bus en ze was uitgestapt zomaar. In. ..inspiratie, dat was die andere chauffeur, wazig type. Koffie mevrouw, of een broodje? De steward in de trein. Doe maar een broodje. Reis. Ze was haar pantoffels vergeten. Toffels.'

Misschien hopen Bleker & Elmendorp dat de lezer bij deze passage herinnerd wordt aan de beroemde laatste woordenstroom van Ulysses waarin Molly Blooms gedachten worden beschreven tot het moment waarop ze in slaap valt. Maar niemand hoeft zich verplicht te voelen; de intertekstualiteit in Zwart glas is niet meer dan een extraatje, een toegift bij een vlot verhaal.

Bleker en Elmendorp - naar de taakverdeling tussen beide helften van het schrijversduo blijft het gissen - zijn meesters van de relativering. Niet alleen geven ze interviews waarin ze zichzelf afschilderen als twee dollende honden achter de tekstverwerker; ook larderen ze hun boek met soms melige grapjes. Wat te denken van een geheim agent die eigenlijk Connery heet? Of van een beroemde regel uit Ulysses die als wachtwoord in een contraspionagenetwerk wordt gebruikt?

Niet iedereen zal hier om kunnen lachen. Voor sommigen zal de intellectuele Spielerei van Bleker & Elmendorp reden zijn om het boek na een paar hoofdstukken weg te leggen. Ten onrechte, Zwart glas is een geslaagde roman. Gekunsteld misschien oppervlakkig zelfs; maar even spannend als amusant. God verhoede dat iedere schrijver zichzelf altijd serieus neemt.