Angsthazen regeren Duitsland

Is dat nu het ontwaken, de machtswisseling, de kentering? Het contrast tussen de vastbeslotenheid van de kiezers op 27 september enerzijds en het sidderen en weifelen bij het begin van de regering van de rood-groene coalitie anderzijds had nauwelijks groter kunnen zijn. Velen zullen zich afvragen of ze daarvoor 16 jaar op een regeringswisseling hebben gewacht. Moest Helmut Kohl daarom ten val worden gebracht?

Het hangt allemaal af van de vooruitzichten. Maar juist die vooruitzichten zijn al lang van karakter veranderd door de verstarde structuren in eigen land en de snel wisselende shocks die we vanuit het buitenland krijgen toegediend.

Wie tegenwoordig wil regeren, wie tegenwoordig opnieuw wil beginnen, kan zich eenvoudig het enthousiasme niet meer veroorloven waarmee Willy Brandt in 1969 verkondigde: “We moeten proberen meer democratie in te voeren.' Wie het zich goed voor de geest kan halen, weet hoe snel dit mooie begin aan de harde realiteit ten onder is gegaan, zowel op het gebied van de binnenlandse politiek en de internationale economie, als op dat van de financien. Wie begint zoals `Willy' indertijd, dreigt net zoals hij te mislukken.

Beslissend voor het oordeel over de start van de eerste rood-groene coalitie is niet de vraag of de partners na afloop van de coalitie-onderhandelingen nog enthousiaster zullen worden dan in het begin, of dat hun tegenstanders die het ergste hebben gevreesd menen dat nu het allerergste begint. Nee het komt er alleen op aan of de regering Duitsland een daadkrachtig en duidelijke toekomst te bieden heeft met meer werk, meer zekerheid en meer rechtvaardigheid.

Over details kan men hevig van mening verschillen over de koers veel minder, omdat de regering geen ideologisch vastomlijnde koers heeft. Als Gerhard Schroder echter nog een duidelijke titel voor zijn regeringsverklaring zoekt, zou die kunnen luiden: gematigde modernisering. Maar daarmee beginnen juist de problemen: met het verschil tussen retoriek en actie. Want hoe gematigd mag een regering om vijf voor twaalf eigenlijk nog aan het werk gaan? Het is fataal en daaruit blijkt wat een grote angsthazen de coalitiepartners zijn dat de regering niet onmiddelijk en vastbesloten hervormingen in gang zet.

Zo zinvol een `bondgenootschap voor werk' ook mag zijn, de leidende rol van de regering op het gebied van de economische politiek laat zich niet op een corporatistische nevenregering afschuiven. De kanselier moet de motor zijn, niet slechts de begeleider.

Op het gebied van de buitenlandse politiek heeft de toekomstige regering, onder andere dank zij Joschka Fischer, bewezen verantwoordelijkheid te willen dragen. Maar op binnenlands politiek terrein heeft de regering door de competentiestrijd over de positie van de tweede sterke man, Oskar Lafontaine, een ingewikkelde start gemaakt. Nu moet de regering aantreden met een verzwakte minister van Defensie en een gekortwiekte minister van Economische Zaken. Het terugtreden van Jost Stollmann heeft de coalitie blikschade opgeleverd, maar liever nu dan straks.De vraag is of Lafontaine vrolijk kan zijn over zijn grote maar tegelijkertijd kleingeestige overwinning, als hij eenmaal heeft ontdekt dat het grote rad van de macro-economie niet in beweging te brengen is. Door de hevige strijd tussen de kanselier en de minister van Financien is de aandacht afgeleid van risicovolle personele beslissingen: het benoemen van Otto Schilly tot minister van Binnenlandse Zaken of van een groene minister in de genadeloze strijd over de herinrichting van de gezondheidspolitiek.

Uiteindelijk telt alleen de oude wijsheid dat het aankomt op de kanselier. Gerhard Schroder heeft ondanks alle onderhandelingen echter nog niet veel profiel gekregen. De vraag die in het verleden nog nooit positief beantwoord blijft echter bestaan of het de regeringsleider, nu een akkoord over een coalitie is bereikt en hij via de tussenstap van zijn verkiezing tot kanselier op weg is naar de regeringsverklaring, nog zal lukken een drastische ommezwaai te maken en zijn gezag te vestigen. Het eerste optreden was niet sterk, maar de eerste honderd dagen zijn nog niet begonnen.