Zelfdenkende onderbroekjes; Week van de Lingerie

Overmorgen begint de vijfde `Nationale Week van de Lingerie'. Een week lang zullen de twaalfhonderd lingeriespeciaalzaken in het land inspelen op de behoefte aan `zelfverwennerij'. Masserende, strelende en deodoriserende stoffen zijn de trend. Maar wie sexy wil zijn, trekt een onderjurk met een bontje aan.

Een gladde en slanke jurk vereist onzichtbare lingerie. Voor het achterwerk is een string de oplossing, maar wie zich niet prettig voelt met zo'n veter in de bilnaad grijpt naar een grote gladde onderbroek, of een body. Een nauwsluitend glans T-shirtje onder een zakelijk broekpak vergt een bh met spiegelgladde cup. Bij voorkeur in huidkleur, ook wel nude-look genoemd. Sportieve activiteiten daarentegen vragen om ondergoed waarvan de vloeiende lijnen en kleurblokken de vormen van het lichaam op zijn voordeligst benadrukken. En zo heeft de hedendaagse mens al gauw een paar setjes ondergoed nodig.

Nederland spendeert steeds meer geld aan ondergoed. In 1997 werd voor twee miljard gulden aan bh's, onderbroeken, bodies, hemden, been-, bad- en nachtmode gekocht. Vooral de bh-verkoop steeg fors: met 20 procent sinds 1992. Maar ook de inspanningen van de stichting Bodyfashion Promotion zullen hebben bijgedragen aan de kooplust. Met wedstrijden, agenda's, lingerienachten en -weken brengt deze organisatie `het product lichaamsmode' sinds 1994 effectief onder de aandacht van de Nederlandse consument.

De gebruikte stoffen zijn steeds zachter en elastischer geworden. Er is geen lapje katoen meer of er zit lycra doorheen en ook de zijdezachte microfibers als tactel en tencel zijn sterk in opmars. Dat is nog maar het begin van de vloed aan superstofjes die ons de komende jaren te wachten staat. Volgens het branche-onderzoek van het EIM, `Bodyfashion in de schijnwerpers', komen er “slimme, zelfdenkende stoffen, die ons iets extra geven': stoffen die het lichaam ontspannen, strelen en masseren, verwarmen of juist verkoelen. Stoffen die vitamines afgeven of geurtjes, stoffen die bacterie-werend zijn of `deodoriserend'.

Toepassingen van temperatuur-regelende en vochtafvoerende stoffen zijn er al te over. Katoen is uit. Niet alleen omdat de productie ervan milieuvervuilend is - het argument van de synthetische-stoffabrikanten, maar vooral omdat de mens zweet produceert en dat niet wil voelen. En katoen neemt vocht op en houdt het vast. `Thermo'-stoffen' als `supplex', `coolmax', `sensi-tex' of `thermolon' voeren vocht af en houden het lichaam droog en warm.

Aanvankelijk waren het vooral outdoor-merken als The North Face, Odlo, Helly Hansen en Undergear die deze hightech stoffen in hun dure performance-ondergoed verwerkten. Inmiddels gebruikt menig ondergoedfabrikant zoals Triumph Sport, Body Dry van Mey, de Body Basics Active Wear van Hunkemoller de nieuwe materialen in het assortiment. De oudere generatie thermounderwear wilde nog wel eens penetrante geuren genereren. Vooruitstrevende merken behandelen daarom nu hun stoffen met deodoriserende of bacterieremmende toevoegingen. Undergear doet dat bijvoorbeeld met zijn sokken.

Niet iedereen voelt zich echter lekker in een synthetische tweede huid: hoe zacht, rekbaar en vochtafvoerend ook. Voor hen is er hoop in de ontwikkeling op het gebied van de `natuurlijke' stoffen. Zij zijn gemaakt van cellulose: houtpulp. `Viloft original', `lyocell' en `modal' bijvoorbeeld voelen zacht aan, ademen, zijn vaak ook vochtafvoerend en hebben als bijkomend voordeel dat ze biologisch afbreekbaar zijn. Een en ander vergt wel een nauwkeurige studie van de etiketjes in onderbroek of bh, maar de patentdragers van deze stoffen zorgen wel voor opvallende labels.

Niet alleen huid en tastzin vragen om vertroeteling, het oog wil ook wat. Bodyfashion is in de afgelopen jaren meer en meer een mode-artikel geworden.

Omdat het soms als bovenmode gedragen wordt en omdat we steeds vaker in situaties komen waar ons ondergoed gezien wordt (sauna, fitnessclub, sportschool). Er zijn dan ook opvallend veel kledinglabels met ondermode-lijnen; na Calvin Klein volgden recentelijk Diesel, Donna Karan, Kenzo, Esprit en Turnover, die willen profiteren van het groeiende ondermode-budget.

Er is nog plaats voor splinternieuwe merken, zoals het in voormalig Oost-Duitsland geproduceerde Bruno Banani. Dit trendy label, dat pas sinds deze zomer in Nederland verkrijgbaar is, zag in vier jaar tijd de omzet groeien van nul naar circa 20 miljoen DM. Volgens de Banani-vertegenwoordiger in Nederland, Rob Zwanenburg, dankt het bedrijf zijn succes aan de jonge, “toekomstgerichte' sfeer die het bewust creeert. Zo heeft Banani onder meer zilverkleurige space proof setjes die in het Russische ruimteschip Mir getest zijn. “Niet dat je daar veel aan hebt', aldus Zwanenburg.

Vermoedelijk weet Bruno Banani het juiste midden te vinden tussen sportief, decoratief en sexy waar veel andere aanbieders in uitersten vervallen tussen of super-romantisch en stereotyp-sensueel of extreem basic en simpel. Dat gaat veranderen, aldus Marian de Ruyter, illustratrice en trendonderzoeker. “Basic is boring, classic is cliche en purism is poor', vat ze haar betoog samen. Volgens haar komt er rond 2000 meer harmonie en balans in de vormen en dessins. Materialen moeten zacht blijven aanvoelen, maar ogen broos of papierachtig, lijken soms op folie. Er wordt versierd met scheurtjes, of asymmetrische uitsnijdingen. “We willen afscheid nemen van het verleden: niks is meer retro, stijlvormen en ornamenten uit de 20ste eeuw, zoals clichebloemetjes en van die oubollige dierprintjes, laten we vallen', zegt De Ruyter.

In plaats daarvan komen er vissenhuidpatronen of kant in spinnenwebstrucuren. Van de biowetenschap verwacht ze dat deze zich in de (onder)mode zal vertalen naar dessins van cellen en andere uitvergrote lichaamsweefsels. En verder mag “niets meer irriteren', aldus De Ruyter. “Wat dat betreft zijn we verwend en veeleisend. Je ziet zelfs al onderjurkjes die aan de binnenkant gevoerd zijn met nepbont of body's versierd met veertjes en plukjes vacht in plaats van kantjes.'

Een consument die tot nog toe niet veel te eisen had en vaak genoegen moest nemen met huidkleurig oma-ondergoed is de zwaardere vrouw. Zestig procent van de Nederlandse vrouwen heeft confectiematen boven 42, maar de industrie is er nauwelijks op gericht. Zo maken machines kant-stroken en -banden die vaak te smal zijn. Petieterige bloemetjes doen een groot lijf nog groter lijken. De Ruyter: “Een vol figuur vraagt om andere vormen, minder bloot: een mouwtje aan een body bijvoorbeeld, want daar puddingt het ook als je dik bent, dus daar wil je een laagje over hebben.'

Ook Mery van Beek, eigenaresse van Big Beautiful Underwear in Enschede, constateert dat fabrikanten nog veel te weinig op grote maten zijn gericht. Zij wijst erop dat bijna alle modieuze bh's beugels hebben. “Maar als je ook zwaar bent onder de armen word je gek van zo'n priemende beugel.' Dikke mensen hebben het sneller warm, dus goedkope synthetische stoffen zijn een crime, zeker als er huidlagen tegen elkaar liggen; “Die schuur je daarmee letterlijk open. Microvezels ademen wel, maar geven door hun rekbaarheid weer te weinig steun en dat moet ondervangen worden met delen stof in steviger katoen.'

Ook slanke vrouwen hebben vaker dan vroeger een grotere cupmaat.

“In het begin werd ik recht in mijn gezicht uitgelachen door leveranciers, omdat ik geen B en C cups wou, maar E, F, G en H', zegt Van Beek. “Negentig procent van Nederland een verkeerde bh aan, omdat er niet meer wordt opgemeten. Gisteren nog had ik een meisje dat 80 C droeg (80 is de omvangsmaat van het lichaam net onder de borsten, in centimeters), maar na meting 70 F nodig bleek te hebben. Veel klanten hebben klachten over hoofd- en rugpijn, en zijn hardstikke blij als ze eindelijk een goede, steunende bh vinden die ook mooi is.'

Bodyshaping ondergoed is snel populair geworden. Althans, de push-up en de zogenaamde wasteliners en buikafvlakkers doen het goed. Anderzijds valt bij de afdeling productontwikkeling van ondergoedfabrikant Ten Cate te vernemen dat de zogenaamde billenlifter, “waarin kapitalen zijn geinvesteerd', aan de straatstenen niet is kwijt te raken.