Yankees bekronen superseizoen met wereldtitel

De New York Yankees hebben gisteravond in San Diego voor de 24ste keer in hun bestaan de World Series gewonnen, vaker dan enige andere club ooit gelukt is. In de finale van het Amerikaanse honkbalseizoen wonnen de New-Yorkers met 3-0 van de San Diego Padres, waarmee ze de kroon op een uitzonderlijk goed honkbaljaar zetten.

De Padres, van het begin af aan de underdog, kwamen er nauwelijks aan te pas in deze World Series. De titel gaat naar de ploeg die vier wedstrijden wint, en de Yankees wonnen de afgelopen dagen vier wedstrijden achter elkaar zonder een nederlaag te lijden. Daarmee zijn de Yankees opnieuw de beste ploeg van de twee Amerikaanse competities, de American League en de National League, en mogen ze zich - althans in eigen land - wereldkampioen noemen.

Het team uit New York speelde het hele seizoen sterk en evenwichtig, ook al zijn er dit jaar geen supersterren bij van het kaliber Babe Ruth, Joe DiMaggio of Mark McGwire. Tijdens de reguliere competitie behaalden ze het recordaantal van 114 overwinningen. Als de finale en de voorrondes daarbij worden gerekend, komt het aantal gewonnen wedstrijden zelfs op 125.

Ook zonder deze records kon het honkbalseizoen al niet meer stuk, dankzij de spectaculaire homerun-jacht van McGwire en Sammy Sosa die het publiek in het hele land wekenlang tot extase bracht. McGwire, die voor de St. Louis Cardinals zeventig homeruns op zijn naam bracht, mocht gisteren de ceremoniele eerste bal werpen.

De Yankees scoorden hun eerste punt pas in de zesde inning, toen een slag van Bernie Williams de man op het derde honk, Derek Jeter, de kans gaf om binnen te lopen. Een glansrol was weggelegd voor de linkshandige pitcher Andy Pettitte, de afgelopen weken mikpunt van veel kritiek, die het de Padres de eerste zeven innings bijzonder moeilijk maakte.

Op de achtergrond van deze World Series speelt nog een andere strijd, de strijd om overheidsdollars voor de bouw van nieuwe stadions. De particuliere eigenaars van zowel de Padres als de Yankees hebben grootse plannen, als ze zelf maar niet voor de kosten hoeven op te draaien.

Als het aan de eigenaar van de Yankees ligt de scheepsmagnaat George Steinbrenner, dan verlaat zijn club het historische Yankee Stadium in de Bronx. Met financiele hulp van de stad New York zou er dan voor ruim een miljard dollar een nieuw, luxueus stadion moeten verrijzen in midtown Manhattan.

Ook de eigenaar van de Padres, John Moores, heeft zijn zinnen gezet op een nieuw stadion, dat het centrum van San Diego nieuw leven moet inblazen. Bij de verkiezingen op 3 november mogen de kiezers beslissen of ze bereid zijn om mee te betalen aan een stadion dat inclusief het omringende park ruim 400 miljoen dollar moet gaan kosten. Voelen ze daar niet voor, dan riskeren ze hun club kwijt te raken. Want Moores heeft al laten weten dat hij de Padres mogelijk naar Washington zal verhuizen, als die stad wel voor een goede behuizing zorgt.

Beide clubs hopen dat het spektakel van de World Series zoveel enthousiasme losmaakt dat de publieke opinie en de politiek zich zullen heenzetten over hun aarzelingen over de dure nieuwbouwplannen. Maar de plannen roepen veel verzet op. In New York wil de Democratische uitdager van gouverneur George Pataki, Peter Vallone, een referendum over de kwestie houden. Dat is een schrikbeeld voor alle Republikeinen, want honkbal op het stembiljet zou wel eens kunnen leiden tot een historisch hoge opkomst, waar de Republikeinen in het Democratische New York niet bij gebaat zijn.

Ook veel fans van de Yankees willen niets weten van vertrek uit het oude stadion, dat als hommage aan Babe Ruth wel The House That Ruth Built wordt genoemd. Het mag zich bevinden in een arbeidersbuurt, waar de gemiddelde effectenmakelaar die Steinbrenner graag als toeschouwer ziet niet zo graag per metro naar toe reist.

Maar voor velen is het heilige honkbalgrond, waar spelers als Ruth, DiMaggio en Mickey Mantle hun triomfen vierden.

Ook principiele tegenstanders van subsidies, zoals The Wall Street Journal, nemen scherp stelling tegen besteding van gemeenschapsgeld aan de stadions. In een fel hoofdartikel vroeg de krant zich gisteren af of het wel een goed idee is om “Joe Sixpack een bedrijfstak te laten subsidieren waar de gemiddelde speler 350.000 dollar per jaar verdient'. De Yankees, rekende de krant voor, hebben onlangs een televisiecontract afgesloten voor 486 miljoen dollar, ze betalen jaarlijks 72 miljoen dollar aan salarissen uit, kortom het is geen club “die moet zien rond te komen van de verkoop van popcorn'.