Telefoneren

In zijn bijdrage, `Ik zeg: hallo', (NRC Handelsblad, 7 oktober), schrijft Ewoud Sanders over de veranderende regels waaraan mensen zich lijken te houden als zij de telefoon aannemen.

Eerst verwijst hij echter naar `een lijvig Amerikaans artikel' over het afronden van telefoongesprekken, wat hij voor zijn studie had moeten lezen en waar hij zich indertijd `gek om gelachen' had. Later, schrijft hij, moest hij echter toegeven dat de auteur volkomen gelijk had: “in lieve vrede een telefoongesprek afsluiten [...] is een hele kunst'. Dat artikel was, ongetwijfeld, Schegloff & Sacks, `Opening up closings', uit 1973. Over het eigenlijke onderwerp, de regels voor het beginnen van een telefoongesprek, waaronder wat te zeggen als men de telefoon opneemt, is ook het nodige verschenen, te beginnen met een artikel van dezelfde Schegloff uit 1968, en twee vervolgartikelen van zijn hand.

Ook hier zijn anderen op doorgegaan, waarbij ook aandacht is besteed aan verschillen tussen de manieren waarop men in diverse landen de telefoon opneemt, waarin het Nederlandse `met (Ewoud) Sanders' een uitzondering vormt. Recent heeft men in Utrecht zelfs de historische veranderingen in het telefoon opnemen bestudeerd. Het zou inderdaad interessant zijn de invloed van recente technische ontwikkelingen, die hij bespreekt, eens grondig uit te zoeken: niet alleen wat mensen doen, maar ook waarom. Zo is de functie van het `met mij', waar Sanders zich zo aan ergert, dat men door zo'n inhoudelijk anoniem `voice sample' aangeeft dat men tot de kleine kring van herkenbaren hoort.