Samen met mensen die wat willen leren

De ambities op het University College in Utrecht zijn hoog. Wellicht te hoog, zo bleek vorige week toen een collegevrije week werd afgekondigd, omdat de studiebelasting de studenten even te veel was geworden.

De vader van Mariken Mogendorff (19) hoorde op de radio over het University College voor getalenteerde studenten. “Misschien iets voor jou', zei hij tegen zijn dochter die was uitgeloot voor geneeskunde. “Welnee', zei Mariken, “zo'n onwijze slimpie ben ik niet.' Maar toen ze de informatie binnenkreeg, was ze verkocht: “Ik dacht: wow, wat is dit gaaf. Dit wil ik.'

Met een persoonlijk essay en een `letter of recommendation' van haar middelbare school solliciteerde ze naar een plaats op de eerste topopleiding op undergraduate niveau naar Angelsaksisch voorbeeld. In een persoonlijk gesprek met de `dean' van het University College, dr. H. Adriaansens - oud-lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid - moest ze duidelijk maken waarom. Hij lette niet alleen op redelijke cijfers, maar vooral op motivatie, internationale orientatie en intellectuele vaardigheden. Adriaansens: “Ze moeten nieuwsgierig zijn, een drang hebben om vragen te stellen.'

Dat ook gemotiveerde studenten hun grenzen hebben, bleek vorige week. Toen werd besloten tot een collegevrije week. De volle dagen met colleges van negen uur 'smorgens tot half zes 's middags plus nog flink wat thuisstudie was de studenten even te veel geworden. In de eerste zes weken werd de geraamde wekelijkse studiebelasting van 55 uur flink overschreden.

Het lievelingsvoorbeeld van Adriaansens om duidelijk te maken welk type studenten er terechtkunnen, is een slimme wiskundige die als pianist het Mozart-concours heeft gewonnen. Deze jongen vroeg hem tijdens het interview hoopvol: “Mag ik dan ook mijn vleugel meenemen?' Volgens Adriaansens zijn de multigetalenteerde intellectuelen-in-de-dop bij elke andere studie gedwongen te kiezen voor een van hun talenten en moeten daarmee “de andere amputeren'.

Uiteindelijk heeft Adriaansens 180 van de 800 aangemelde kandidaten toegelaten. Over drie jaar mogen het er maximaal 600 zijn.

Het University College moet een tegenhanger worden van de huidige universiteiten die zijn afgegleden tot grootschalige, onpersoonlijke instituten. Dat komt doordat wij te lang sociaal-economische gelijkheid hebben verward met intellectuele gelijkheid, denkt Adriaansens. Hij vindt het tijd om daar verandering in te brengen. “Op dit college kunnen ze zich in een stimulerende atmosfeer ontwikkelen tot een afgeronde persoonlijkheid. Want ieder intellectueel talent verdient het gekoesterd te worden, in plaats van ten onder te gaan in bureaucratie.'

De driejarige opleiding past in de trend van toenemende differentiatie van het hoger onderwijs. Er rust geen taboe meer op onderscheid. Uitblinken mag. De studenten kunnen hun bachelors halen in humanities (letteren), science (natuurwetenschappen) of social science (sociale wetenschappen). Daarnaast volgen ze verschillende bijvakken uit andere richtingen. De lessen worden in het Engels gegeven, docenten voor wie dat problemen oplevert krijgen een bijscholingscursus. Adriaansens: “De wereld wordt steeds kleiner, Europa integreert. De mensen moeten hun talen spreken.' De docenten zijn voor het merendeel afkomstig van de Universiteit Utrecht, waar het College onderdeel van uitmaakt. De studenten worden begeleid door een persoonlijke mentor (tutor).

Na het baccalaureus-diploma kunnen de studenten zich verder specialiseren. In de landen met een Angelsaksische studieopbouw worden ze met een bachelors toegelaten tot een masterprogramma, dat te vergelijken is met het Nederlandse doctoraal.

Nederlandse universiteiten kennen dergelijke tussendiploma's niet, maar de Universiteit Utrecht maakt geen probleem van de toelating.

Adriaansens probeert met andere universiteiten afspraken te maken.

“Er lopen hier een paar waanzinnig slimme mensen rond met een cijferlijst van het VWO waar je steil van achteroverslaat', zegt Mariken. “Maar voor mij gold dat niet. Ik heb ouderwets hard moeten werken voor een lijst met zevens en ik ben niet de enige.' Mariken, zittend aan de tafel in een van de zespersoons `dorms' die zijn aangekleed met IKEA-meubelen, wil wel even duidelijk maken dat het op het voormalige terrein van de Kromhoutkazerne niet stikt van de nerds. Eigenlijk vindt ze dat het hele elite-imago een beetje wordt overdreven.

Ook Wouter van Atteveldt (18) vindt het `nerdgehalte' niet hoog. Zelf haalde hij zijn eindexamen met gemiddeld een achtenhalf en hij verbleef tussendoor nog een jaar in Japan, een door de Rotary bekostigde uitwisseling. Prettig vindt hij vooral “de samenscholing van mensen die wat willen leren, een instelling die op de middelbare school helaas sociaal onacceptabel is'.

Het college is evenmin een rijkeluisnest. De studenten verbazen zich over de goed geoutilleerde computerzalen en de verzorgde diningroom, waar ze ook gemarineerde zalm kunnen nemen of mosselen. En een kaasplateau als toetje.

“Chique hoor, dat krijg ik thuis niet', grijnst Willemijn Homans (18). Voor kost en inwoning moet 12.000 gulden per jaar op tafel worden gelegd. Daarnaast betalen zij net als alle Nederlandse studenten 2.750 gulden collegegeld. Een fiks bedrag voor veel studenten en hun ouders maar niet zo gek veel meer dan wat een `gewone' student in een jaar kwijt is aan kamerhuur en levensonderhoud.

Voor de minder draagkrachtige studenten uit bijvoorbeeld Oost-Europa is er een aantal bedrijfsbeurzen beschikbaar.

Adriaansens: “We willen best elite zijn, maar niet op sociaal-economisch vlak.'

Het college is voor het hoger onderwijs wat het gymnasium is voor het voortgezet onderwijs. Een brede interesse gecombineerd met een goed stel hersens en de bereidheid eruit te halen wat erin zit. “Alleen goede cijfers zijn niet voldoende', zegt Hanna Idema (18). “Er wordt ook gekeken of je verder nog actief bent geweest. Ik doe bijvoorbeeld intensief aan toneel. Het is ook handig als je regelmatig de krant leest. En passant werd er bij het intake-gesprek gevraagd naar de namen van wereldleiders en een paar Nederlandse ministers.'

Mariken: “Geneeskunde leek me boeiend . Ik wil graag met mensen werken. Maar rechten leek me ook interessant, en psychologie. Misschien zelfs wel filosofie.'

Willemijn: “Eigenlijk ben ik blij dat ik voor de tweede keer ben uitgeloot voor geneeskunde. Hier doe ik het voortraject voor de studie geneeskunde, maar daarnaast volg ik een cursus Spaans.'

“De studenten moeten ambitieus zijn', zegt Adriaansens tevreden. En hij vraagt daar ook naar tijdens de intake. “Een jongen antwoordde: `Toen Armstrong voor het eerst op de maan landde, zei hij: This is a great step for mankind. Ik wil iets doen, zodat ik dat later ook kan zeggen. Is dat ambitieus genoeg, professor?”